Machen (maken)
Leer het werkwoord "maken" te vervoegen in het Duits: voltooid tegenwoordige tijd, bedrijvende wijs
Perfekt, indikativ (Voltooid tegenwoordige tijd, indicatief)
Alle vervoegingen en tijden: Machen (maken)
Wochentage und Tagesabschnitte (Dagen van de week en dagdelen)
| Duits |
|---|
| (ich) habe gemacht |
| (du) hast gemacht |
| (er/sie/es) hat gemacht |
| (wir) haben gemacht |
| (ihr) habt gemacht |
| (sie) haben gemacht |