Mögen (mogen)

Mögen (mögen)

Leer het werkwoord "Mögen" te vervoegen in het Duits: tegenwoordige tijd, aantonende wijs

Präsens, indikativ (Tegenwoordige tijd, indicatief)

Alle vervoegingen en tijden: Mögen (mögen)

Farben (Kleuren)

Duits
(ich) mag
(du) magst
(er/sie/es) mag
(wir) mögen
(ihr) mögt
(sie) mögen