Sitzen (zitten) - Präsens, indikativ (Tegenwoordige tijd, indicatief) Delen Gekopieerd!

Sitzen - Vervoeging van zitten in het Duits: vervoegingstabel, voorbeelden en oefeningen in de tegenwoordige tijd, de onvoltooid tegenwoordige tijd (Präsens, indikativ).
Präsens, indikativ (Tegenwoordige tijd, indicatief)
Alle vervoegingen en tijden: Sitzen (zitten) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen
Syllabus: Duitse les - Zimmerpflanzen und Gartenpflanzen (Kamerplanten en tuinplanten)
vervoeging van zitten in de tegenwoordige tijd
Duits | Nederlands |
---|---|
ich sitze | ik zit |
du sitzt | jij zit |
er/sie/es sitzt | hij/zij/het zit |
wir sitzen | wij zitten |
ihr sitzt | jullie zitten |
sie sitzen | zij zitten |
Voorbeeldzinnen
Duits | Nederlands |
---|---|
Ich sitze im Garten neben der Tulpe. | Ik zit in de tuin naast de tulp. |
Du sitzt auf dem Stuhl beim Baum. | Jij zit op de stoel bij de boom. |
Die Blume sitzt im Topf auf dem Tisch. | De bloem zit in de pot op de tafel. |
Wir sitzen gemeinsam auf der Schaukel. | Wij zitten samen op de schommel. |
Ihr sitzt auf dem Rasen neben den Pflanzen. | Jullie zitten op het gras naast de planten. |
Die Gärtner sitzen und pflegen die Erde. | zij zitten en verzorgen de aarde |