Spielen (spelen)

Spielen (spelen)

Leer het werkwoord "spelen" te vervoegen in het Duits: voltooide tijd, aantonende wijs

Perfekt, indikativ (Voltooid tegenwoordige tijd, indicatief)

Alle vervoegingen en tijden: Spielen (spelen)

Ihre Haustiere (Jouw huisdieren)

Duits
(ich) habe gespielt
(du) hast gespielt
(er/sie/es) hat gespielt
(wir) haben gespielt
(ihr) habt gespielt
(sie) haben gespielt