Leer de basisdieren (huisdieren).
Beschrijf de routines, de dagelijkse verzorging en het voer van je huisdier.
Woordenschat
Leer de belangrijkste woorden en werkwoorden die je voor deze les nodig hebt.
Activiteit: Kinderen en huisdieren
Carsten en Susanne overwegen om een huisdier voor het gezin te kopen, omdat ze gehoord hebben dat het heel goed is voor kinderen als ze opgroeien met huisdieren.
Grammatica: Realer voorwaardelijke zin: Wenn … dann …
Twee dingen gebeuren – de eerste handeling in de bijzin, de tweede in de hoofdzin.
Oefeningen
Pas in de praktijk toe wat je hebt geleerd.
In het klaslokaal
Spreken
Oefen spreken met je docent!