Spülen (afwassen)

Spülen (afwassen)

Leer het werkwoord "afwassen" te vervoegen in het Duits: tegenwoordige tijd, aantonende wijs

Präsens, indikativ (Tegenwoordige tijd, indicatief)

Alle vervoegingen en tijden: Spülen (afwassen)

Geschirr (Servies)

Duits
(ich) spüle
(du) spülst
(er/sie/es) spült
(wir) spülen
(ihr) spült
(sie) spülen