Trinken (drinken)
Leer het werkwoord "trinken" te vervoegen in het Duits: tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Präsens, indikativ (Tegenwoordige tijd, indicatief)
Alle vervoegingen en tijden: Trinken (drinken)
Tägliches Essen (Dagelijks eten)
| Duits |
|---|
| (ich) trinke |
| (du) trinkst |
| (er/sie/es) trinkt |
| (wir) trinken |
| (ihr) trinkt |
| (sie) trinken |