Noem het voedsel dat we dagelijks consumeren.
Vertel wat je eet en drinkt.
Woordenschat
Leer de belangrijkste woorden en werkwoorden die je voor deze les nodig hebt.
Activiteit: Hoe eet je gewoonlijk?
Carlo en Lea zijn op zakenreis in het hotel bij het ontbijtbuffet. Ze praten over hoe ze zich normaal gesproken voeden.
Grammatica: Voegwoorden: aber, denn, oder, weil, und
Konjunktionen sind aber, denn, oder, weil, und.
Oefeningen
Pas in de praktijk toe wat je hebt geleerd.
In het klaslokaal
Spreken
Oefen spreken met je docent!