Ontdek in deze les de basiswoordenschat voor dagelijks eten en drinken, inclusief belangrijke voegwoorden als 'aber' (maar), 'denn' (want) en 'oder' (of). Leer praktische uitdrukkingen met woorden als der Kaffee, das Brot en die Milch, om eenvoudig over je maaltijden te praten.
Woordenschat (15) Delen Gekopieerd!
Oefeningen Delen Gekopieerd!
Deze oefeningen kunnen tijdens conversatielessen samen gedaan worden of als huiswerk.
Oefening 1: Zinnen herschikken
Instructie: Maak correcte zinnen en vertaal.
Oefening 2: Een woord matchen
Instructie: Kom de vertalingen overeen
Oefening 3: Clusteren van woorden
Instructie: Orden de woorden op een zinvolle manier in de categorieën „Dranken“ en „Levensmiddelen“.
Getränke
Lebensmittel
Oefening 4: Vertaal en gebruik in een zin
Instructie: Kies een woord, vertaal het en gebruik het woord in een zin of dialoog.
1
Das Abendbrot
De avondmaaltijd
2
Das Wasser
Het water
3
Das Brötchen
Het broodje
4
Das Mittagessen
De lunch
5
Der Kaffee
De koffie
Übung 5: Gespreksoefening
Anleitung:
- Zeg wat de mensen op de foto doen. (Zeg wat de mensen op de foto doen.)
- Noem de namen van de gerechten op de foto's. (Zeg de naam van de gerechten op de foto's.)
- Wat eet of drink je? (Wat eet of drink je?)
Richtlijnen tijdens het lesgeven +/- 10 minuten
Voorbeeldzinnen:
Das Mädchen isst ein Sandwich. Het meisje eet een boterham. |
Der Mann trinkt Wasser. De man drinkt water. |
Der Junge isst Eier. De jongen eet eieren. |
Die Frau trinkt einen Kaffee. De vrouw drinkt een koffie. |
Ich mag Tee zum Frühstück. Ik hou van thee bij het ontbijt. |
Ich trinke Wasser. Ik drink water. |
Ich esse Brot mit Käse. Ik eet brood met kaas. |
... |
Oefening 6: Gesprekskaarten
Instructie: Kies een situatie en oefen het gesprek met je docent of medestudenten.
Oefening 7: Meerkeuze
Instructie: Kies de juiste oplossing
1. Ich ______ morgens gern Brötchen und trinke dazu Kaffee.
(Ik ______ ’s ochtends graag broodjes en drink daarbij koffie.)2. Am Nachmittag ______ sie oft Tee oder Wasser.
(In de middag ______ ze vaak thee of water.)3. Wir ______ das Mittagessen, weil wir Hunger haben.
(Wij ______ de lunch, omdat we honger hebben.)4. Ihr ______ Wasser, und es schmeckt frisch.
(Jullie ______ water, en het smaakt fris.)Oefening 8: Dagelijks Eten – Mijn dag met eten en drinken
Instructie:
Werkwoordschema's
Essen - Eten
Präsens
- ich esse
- du isst
- er/sie/es isst
- wir essen
- ihr esst
- sie/Sie essen
Trinken - Drink
Präsens
- ich trinke
- du trinkst
- er/sie/es trinkt
- wir trinken
- ihr trinkt
- sie/Sie trinken
Oefening 9: Konjunktionen (aber, denn, oder, weil, und)
Instructie: Vul het juiste woord in.
Grammatica: Voegwoorden (maar, want, of, omdat, en)
Toon vertaling Toon antwoordenoder, und, denn, weil, aber
Oefening 10: Wiederholung Personalpronomen
Instructie: Vul het juiste woord in.
Grammatica: Herhaling persoonlijke voornaamwoorden
Toon vertaling Toon antwoordenuns, Sie, dich, ihnen, euch, ihm, ihr
Grammatica Delen Gekopieerd!
We geven toe dat het niet het meest opwindende is, maar het is absoluut essentieel (en we beloven dat het zich zal terugbetalen)!
A1.15.1 Grammatik
Konjunktionen (aber, denn, oder, weil, und)
Voegwoorden (maar, want, of, omdat, en)
Werkwoordsvervoegingstabellen voor deze les Delen Gekopieerd!
Essen eten Delen Gekopieerd!
Präsens
Duits | Nederlands |
---|---|
(ich) esse | ik eet |
(du) isst | jij eet |
(er/sie/es) isst | hij/zij/het eet |
(wir) essen | wij eten |
(ihr) esst | jullie eten |
(sie) essen | zij eten |
Trinken drinken Delen Gekopieerd!
Präsens
Duits | Nederlands |
---|---|
(ich) trinke | ik drink |
(du) trinkst | jij drinkt |
(er/sie/es) trinkt | hij/zij/het drinkt |
(wir) trinken | wij drinken |
(ihr) trinkt | jullie drinken |
(sie) trinken | zij drinken |
Zie je geen vooruitgang als je alleen studeert? Bestudeer dit materiaal met een gecertificeerde docent!
Wil je vandaag Duits oefenen? Dat kan! Neem vandaag nog contact op met een van onze docenten.
Dagelijks Voedsel en Basisgrammatica in het Duits
Deze les richt zich op het thema "Daily food" en is geschikt voor beginners (niveau A1). Hier leer je belangrijke Duitse woorden en uitdrukkingen die te maken hebben met voedsel en drinken, gecombineerd met een herhaling van personalpronomen (persoonlijke voornaamwoorden) en veelgebruikte voegwoorden zoals aber, denn, oder, weil, und. Dit helpt je om eenvoudigere zinnen over voedsel en dagelijkse maaltijden te maken.
Belangrijke Woordenschat: Dranken en Voedsel
Je leert woorden die je dagelijks gebruikt bij het praten over eten en drinken. De woordenschat is verdeeld in twee categorieën:
- Getränke (Dranken): der Kaffee, der Tee, die Milch, das Wasser
- Lebensmittel (Voedsel): das Brot, die Butter, das Obst, das Gemüse
Voegwoorden Gebruiken om Zinnen te Maken
Met de voegwoorden aber (maar), denn (want), oder (of), weil (omdat), en und (en) leer je hoe je twee ideeën in één zin kunt verbinden. Bijvoorbeeld:
- Ich esse gern Obst, aber mein Freund mag lieber Gemüse.
- Kannst du mir bitte Butter und Brötchen geben?
Herhaling van Persoonlijke Voornaamwoorden
De les herhaalt de persoonlijke voornaamwoorden om goed te kunnen vervoegen bij het eten en drinken. Dit vormt een basis om grammaticaal correcte zinnen te maken, zoals:
- Ich esse zum Frühstück Brot.
- Du trinkst Kaffee.
- Wir essen Gemüse.
Praktische Dialogen rond Voedsel
Je oefent met dagelijkse gesprekken, bijvoorbeeld boodschappen doen in de supermarkt, ontbijten thuis, of eten bestellen in een restaurant. Dankzij deze dialogen leer je hoe je je wensen uitdrukt en vragen stelt over eten en drinken:
- Im Supermarkt: "Ich suche Brot und Milch, denn ich brauche Frühstück."
- Beim Frühstück: "Was isst du heute zum Frühstück?"
- Im Restaurant: "Ich möchte eine Suppe und einen Salat bestellen."
Werkwoordvervoegingen "essen" en "trinken"
Je oefent met de vervoegingen van de werkwoorden essen (eten) en trinken (drinken) in de tegenwoordige tijd. Voorbeelden:
- ich esse
- du isst
- er/sie/es isst
- wir essen
- ihr esst
- sie/Sie essen
Let ook op:
- ich trinke
- du trinkst
- er/sie/es trinkt
- wir trinken
- ihr trinkt
- sie/Sie trinken
Verschillen en Overeenkomsten tussen het Nederlands en Duits bij dit Thema
In vergelijking met het Nederlands zijn de Duitse voegwoorden en zinsstructuren meestal herkenbaar maar vereisen ze aandacht voor de woordvolgorde, vooral bij voegwoorden als weil die de werkwoordpositie aan het einde van de bijzin plaatsen. Bijvoorbeeld:
Ich trinke Milch, weil sie gesund ist. (Ik drink melk omdat ze gezond is.) Alleen in het Duits komt het werkwoord ist aan het eind.
Daarnaast zijn bepaalde woorden direct herkenbaar, zoals der Kaffee (de koffie) en das Brot (het brood). Het is handig om deze woorden meteen te koppelen aan de Nederlandse equivalenten om snel woordenschat te verwerven.
Handige Uitdrukkingen voor Studenten
- Ich esse gern... – Ik eet graag...
- Ich trinke... – Ik drink...
- Möchtest du ... oder ...? – Wil je ... of ...?
- Ich nehme ... , weil ... – Ik neem ... omdat...
Met deze bouwstenen kun je eenvoudige maar correcte Duitse zinnen maken over dagelijkse eetgewoontes en voorkeuren.