Verlieren (verliezen)

Verlieren (verliezen)

Leer het werkwoord "verliezen" te vervoegen in het Duits: perfectum, indicatief.

Perfekt, indikativ (Voltooid tegenwoordige tijd, indicatief)

Alle vervoegingen en tijden: Verlieren (verliezen)

Urlaubsdesaster? (Vakantieramp?)

Duits
(ich) habe verloren
(du) hast verloren
(er/sie/es) hat verloren
(wir) haben verloren
(ihr) habt verloren
(sie) haben verloren