Wählen (kiezen)

Wählen (kiezen)

Leer het werkwoord "kiezen" vervoegen in het Duits: tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs

Präsens, indikativ (Tegenwoordige tijd, indicatief)

Alle vervoegingen en tijden: Wählen (kiezen)

Die Regierung und die Wahlen (De regering en verkiezingen)

Duits
(ich) wähle
(du) wählst
(er/sie/es) wählt
(wir) wählen
(ihr) wählt
(sie) wählen