Wissen (weten) - Präsens, indikativ (Tegenwoordige tijd, indicatief) Delen Gekopieerd!

Wissen - Verbuiging van wissen in het Duits: vervoegingstabel, voorbeelden en oefeningen in de tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs (Präsens, indikativ).
Präsens, indikativ (Tegenwoordige tijd, indicatief)
Alle vervoegingen en tijden: Wissen (weten) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen
Syllabus: Duitse les - Uhrzeit und Uhr ablesen (Hoe laat is het? De klok lezen.)
Ovt van weten in de tegenwoordige tijd
Duits | Nederlands |
---|---|
(ich) weiß | ik weet |
(du) weißt | jij weet |
(er/sie/es) weiß | hij/zij/het weet |
(wir) wissen | wij weten |
(ihr) wisst | jullie weten |
(sie) wissen | zij weten |
Voorbeeldzinnen
Duits | Nederlands |
---|---|
Ich weiß, wie spät die Uhr ist. | Ik weet hoe laat het is. |
Du weißt die genaue Uhrzeit heute. | Jij weet de exacte tijd vandaag. |
Er weiß, wann der Moment kommt. | Hij weet wanneer het moment komt. |
Wir wissen, wie viel Uhr es ist. | Wij weten hoe laat het is. |
Ihr wisst, wann die Stunde beginnt. | Jullie weten wanneer het uur begint. |
Sie wissen die Zeit für den Ausflug. | zij weten de tijd voor de excursie |