Leer in deze les hoe je de Duitse tijdsaanduidingen zoals "Viertel nach drei", "halb sieben" en "fünf vor acht" correct uitspreekt en gebruikt, en oefen met zinnen om de klok te lezen en over afspraken te spreken.
Woordenschat (18) Delen Gekopieerd!
Oefeningen Delen Gekopieerd!
Deze oefeningen kunnen tijdens conversatielessen samen gedaan worden of als huiswerk.
Oefening 1: Zinnen herschikken
Instructie: Maak correcte zinnen en vertaal.
Oefening 2: Een woord matchen
Instructie: Kom de vertalingen overeen
Oefening 3: Clusteren van woorden
Instructie: Orden de woorden in twee categorieën: tijdsaanduidingen en tijdmeetapparaten.
Zeitangaben
Zeitmessgeräte
Oefening 4: Vertaal en gebruik in een zin
Instructie: Kies een woord, vertaal het en gebruik het woord in een zin of dialoog.
1
Wie viel Uhr haben wir?
Hoe laat is het?
2
Halb
Half
3
Ankommen
Aankomen
4
Es ist ein Uhr.
Het is één uur.
5
Die Uhr
De klok
Übung 5: Gespreksoefening
Anleitung:
- Hoe laat is het op de foto's? (Hoe laat is het op de foto's?)
- Hoe laat is het op dit moment? (Hoe laat is het nu?)
Richtlijnen tijdens het lesgeven +/- 10 minuten
Voorbeeldzinnen:
Es ist halb 4. Het is half 4. |
Es ist vier Uhr nachmittags. Het is vier uur in de middag. |
Es ist Viertel vor zwölf. Het is kwart voor twaalf. |
Es ist zehn nach fünf. Het is tien over vijf. |
Es ist Viertel nach zehn am Morgen. Het is kwart over tien in de ochtend. |
Es ist ein Uhr nachts. Het is één uur 's nachts. |
... |
Oefening 6: Gesprekskaarten
Instructie: Kies een situatie en oefen het gesprek met je docent of medestudenten.
Oefening 7: Meerkeuze
Instructie: Kies de juiste oplossing
1. Wann ___ dein Kollege zur Besprechung an?
(Wanneer ___ jouw collega naar de vergadering aan?)2. Er ___ meistens um neun Uhr an.
(Hij ___ meestal om negen uur aan.)3. Weißt du, wie spät ___ jetzt ist?
(Weet jij hoe laat ___ het nu is?)4. Ich ___, dass es halb sieben ist.
(Ik ___ dat het half zeven is.)Oefening 8: Stipt op tijd
Instructie:
Werkwoordschema's
Ankommen - Aankomen
Präsens
- ich komme an
- du kommst an
- er/sie/es kommt an
- wir kommen an
- ihr kommt an
- sie/Sie kommen an
Wissen - Weten
Präsens
- ich weiß
- du weißt
- er/sie/es weiß
- wir wissen
- ihr wisst
- sie/Sie wissen
Beginnen - Beginnen
Präsens
- ich beginne
- du beginnst
- er/sie/es beginnt
- wir beginnen
- ihr beginnt
- sie/Sie beginnen
Oefening 9: Wie sagt man die Uhrzeit?
Instructie: Vul het juiste woord in.
Grammatica: Hoe zegt men de tijd?
Toon vertaling Toon antwoordenzehn vor sieben, fünf nach elf, zwölf Uhr, halb zwölf, drei Uhr zehn, Viertel vor drei, sieben Uhr vierzig, halb fünf
Grammatica Delen Gekopieerd!
We geven toe dat het niet het meest opwindende is, maar het is absoluut essentieel (en we beloven dat het zich zal terugbetalen)!
Werkwoordsvervoegingstabellen voor deze les Delen Gekopieerd!
Ankommen aankomen Delen Gekopieerd!
Präsens
Duits | Nederlands |
---|---|
(ich) komme an | ik kom aan |
(du) kommst an | jij komt aan |
(er/sie/es) kommt an | hij/zij/het komt aan |
(wir) kommen an | wij komen aan |
(ihr) kommt an | jullie komen aan |
(sie) kommen an | zij komen aan |
Wissen weten Delen Gekopieerd!
Präsens
Duits | Nederlands |
---|---|
(ich) weiß | ik weet |
(du) weißt | jij weet |
(er/sie/es) weiß | hij/zij/het weet |
(wir) wissen | wij weten |
(ihr) wisst | jullie weten |
(sie) wissen | zij weten |
Zie je geen vooruitgang als je alleen studeert? Bestudeer dit materiaal met een gecertificeerde docent!
Wil je vandaag Duits oefenen? Dat kan! Neem vandaag nog contact op met een van onze docenten.
Tijd aangeven en klokkijken in het Duits
In deze les leer je hoe je in het Duits de tijd kunt vertellen en een klok kunt aflezen. De focus ligt op basiswoordenschat en uitdrukkingen die je dagelijks kunt gebruiken om naar de tijd te vragen, te zeggen hoe laat het is, en afspraken te maken.
Belangrijke woorden en uitdrukkingen
- die Uhrzeit - de tijdstip
- die Stunde - het uur
- die Minute - de minuut
- die Sekunde - de seconde
- Viertel nach drei - kwart over drie
- halb sieben - half zeven
- fünf vor acht - vijf voor acht
Tijdsaanduidingen begrijpen en gebruiken
De Duitse tijdsaanduidingen werken met vaste uitdrukkingen zoals viertel nach (kwart over) en halb (half). Bij het zeggen van de tijd is het belangrijk te weten dat halb sieben betekent dat het half is voor zeven, dus 6:30.
Veelvoorkomende zinnen en voorbeelden
- Wie viel Uhr ist es jetzt? (Hoe laat is het nu?)
- Es ist Viertel nach drei. (Het is kwart over drie.)
- Kannst du mir sagen, wie spät es ist? (Kun je me zeggen hoe laat het is?)
- Der Zug kommt um acht Uhr fünf an. (De trein komt om vijf over acht aan.)
- Der Film fängt um halb sieben an. (De film begint om half zeven.)
- Es ist fünf vor acht. (Het is vijf voor acht.)
Praktische situaties
Je oefent met gesprekken om treintijden te vragen op het station, afspraken te maken tijdens werk, en de tijd te vragen in een café. Zie bijvoorbeeld de dialoog waar wordt gevraagd: Entschuldigung, wissen Sie, wann der Zug nach Berlin abfährt? en het antwoord daarop.
Werkwoorden rond tijd en aankomst
Enkele belangrijke werkwoorden in de context van tijd zijn ankommen (aankomen), wissen (weten) en beginnen (beginnen). In de tegenwoordige tijd vervoeg je deze als volgt:
- Ich komme an
- Du weißt
- Er beginnt
- Wir wissen
Verschillen tussen het Duits en Nederlands bij tijdsaanduiding
In het Duits gebruikt men uitdrukkingen als viertel nach (kwart over) en halb (half), terwijl het Nederlands diezelfde termen kent, maar half zeven betekent in beide talen hetzelfde: 6:30. Een interessant verschil is dat Duitsers vaak zeggen "Viertel vor zehn" (kwart voor tien), een constructie die in het Nederlands wordt vertaald als "kwart voor tien" zonder verandering van betekenis.
Handige Duitse woorden en hun Nederlandse equivalenten in deze context:
- die Uhr - de klok
- die Zeit - de tijd (stroom of moment)
- pünktlich - op tijd/precies