Naître (geboren worden) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen

Vervoeging van naître (geboren worden) voor alle werkwoordstijden met voorbeeldzinnen en oefeningen.

 Naître (geboren worden) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen

Leermaterialen die dit werkwoord implementeren:

Niveau: A2

Module 5: Ménage quotidien (Dagelijks huishouden)

Les 32: Plans familiaux (Gezinsplannen)

Infinitif Participe passé
Naître (geboren worden) (geboren)

Werkwoordsvervoegingen

Indicatif

Present 

Frans Nederlands
(je/j') je nais ik word geboren
tu nais je wordt geboren
il/elle/on naît hij/zij/men wordt geboren
nous naissons wij worden geboren
vous naissez jullie worden geboren
ils/elles naissent zij worden geboren

Imparfait 

Frans Nederlands
(je/j') je naissais ik werd geboren
tu naissais jij werd geboren
il/elle/on naissait hij/zij/men werd geboren
nous naissions wij werden geboren
vous naissiez jullie werden geboren
ils/elles naissaient zij werden geboren

Passé composé 

Frans Nederlands
(je/j') suis né/née ik ben geboren
(tu) es né/née jij bent geboren
(il/elle/on) est né/née hij/zij/men is geboren
(nous) sommes nés/nées wij zijn geboren
(vous) êtes né/née/nés/nées u bent geboren
(ils/elles) sont nés/nées zij zijn geboren

Plus-que-parfait 

Frans Nederlands
(je/j') j'étais né / je m'étais né ik was geboren
tu étais né / tu t'étais né jij was geboren / jij was geboren
il/elle/on était né / il/elle/on s'était né hij/zij/men was geboren
nous étions nés / nous nous étions nés we waren geboren / wij waren geboren
vous étiez nés / vous vous étiez nés jullie waren geboren / u was geboren
ils/elles étaient nés / ils/elles s'étaient nés zij waren geboren / zij waren geboren

Futur simple 

Frans Nederlands
(je/j') je naîtrai ik zal geboren worden
tu naîtras jij zult geboren worden
il/elle/on naîtra hij/zij/men zal geboren worden
nous naîtrons wij zullen geboren worden
vous naîtrez jullie zullen geboren worden/u zult geboren worden
ils/elles naîtront zij zullen geboren worden

Futur antérieur 

Frans Nederlands
(je/j') serai né/serai née ik zal geboren zijn
(tu) seras né/seras née jij zal geboren zijn
(il/elle/on) sera né/sera née hij/zij/men zal geboren zijn
(nous) serons nés/serons nées wij zullen geboren zijn
(vous) serez nés/serez nées jullie zullen geboren zijn
(ils/elles) seront nés/seront nées zij zullen geboren zijn

Conditionnel

Conditionnel présent 

Frans Nederlands
(je/j') je naîtrais ik zou geboren worden
tu naîtrais jij zou geboren worden
il/elle/on naîtrait hij/zij/men zou geboren worden
nous naîtrions wij zouden geboren worden
vous naîtriez u zou geboren worden
ils/elles naîtraient zij zouden geboren worden

Conditionnel passé 

Frans Nederlands
(je/j') serais né / née Ik zou geboren worden
(tu) serais né / née jij zou geboren worden
(il/elle/on) serait né / née hij/zij/men zou geboren zijn
(nous) serions nés / nées wij zouden geboren zijn
(vous) seriez nés / nées jullie zouden geboren worden
(ils/elles) seraient nés / nées zij zouden geboren worden

Subjonctif

Subjonctif présent 

Frans Nederlands
(je/j') naisse ik geboren word
(tu) naisses jij geboren wordt
(il/elle/on) naisse hij/zij/men geboren wordt
(nous) naissions wij geboren worden
(vous) naissiez u geboren wordt
(ils/elles) naissent zij worden geboren

Subjonctif passé 

Frans Nederlands
(je/j') que je sois né / que je sois née ik dat ik geboren ben
(tu) que tu sois né / que tu sois née jij dat jij geboren bent
(il/elle/on) qu'il soit né / qu'elle soit née / qu'on soit né hij/zij/men geboren is geweest
(nous) que nous soyons nés / que nous soyons nées wij dat wij geboren zijn / wij dat wij geboren zijn
(vous) que vous soyez né / que vous soyez née / que vous soyez nés / que vous soyez nées jij/u geboren bent
(ils/elles) qu'ils soient nés / qu'elles soient nées (zij) dat zij geboren zijn

Impératif

Impératif 

Frans Nederlands
Né! Jij wordt niet geboren
Nais! U word geboren