1. Woordenschat (19)

Le mariage

Le mariage Show

Het huwelijk Show

La naissance

La naissance Show

De geboorte Show

L'enfance

L'enfance Show

De jeugd Show

L'adolescent

L'adolescent Show

De tiener Show

Le bébé

Le bébé Show

De baby Show

Un animal de compagnie

Un animal de compagnie Show

Een huisdier Show

La séparation

La séparation Show

Het uit elkaar gaan / de scheiding (relationeel) Show

L'ex-mari

L'ex-mari Show

De ex-man Show

Le fiancé

Le fiancé Show

De verloofde (man) Show

Célibataire

Célibataire Show

Ongehuwd / alleenstaand Show

Fonder une famille

Fonder une famille Show

Een gezin stichten Show

Avoir un enfant

Avoir un enfant Show

Een kind krijgen Show

Se marier

Se marier Show

Trouwen Show

Être marié

Être marié Show

Getrouwd zijn Show

Être séparé

Être séparé Show

Gescheiden samenwonen / niet meer samenwonen Show

Être divorcé

Être divorcé Show

Gescheiden zijn (juridisch) Show

Divorcer

Divorcer Show

Scheiden Show

Naître

Naître Show

Geboord worden / geboren worden Show

Mourir

Mourir Show

Sterven Show

2. Grammatica

Belangrijk werkwoord

Se marier (trouwen)

Belangrijk werkwoord

Divorcer (scheiden)

3. Oefeningen

Oefening 1: Correspondentie schrijven

Instructie: Schrijf een antwoord op het volgende bericht dat passend is voor de situatie

E-mail: Je ontvangt een e-mail van je zus waarin ze praat over haar gezinsplannen en voorstelt om naar je toe te komen na de geboorte van je baby; antwoord om je eigen gezinsplannen uit te leggen en te zeggen of haar bezoek mogelijk is.


Objet : Notre famille et l’arrivée du bébé

Bonjour,

Je pense beaucoup à toi en ce moment. Tu vas bientôt avoir un enfant, c’est une grande étape ! Comment tu te sens ? Et ton fiancé, il est prêt pour la naissance ?

Ici, tout va bien. Comme tu sais, Marc et moi voulons fonder une famille aussi. Nous parlons de se marier l’année prochaine, peut-être en mai ou en juin. Pour le moment nous sommes encore célibataires, mais nous vivons déjà ensemble.

Je voudrais venir chez toi après la naissance du bébé, peut-être deux semaines en octobre. Je peux aider avec le bébé, faire la cuisine et les courses. Mais je ne veux pas déranger. Dis-moi : est-ce que c’est une bonne idée pour toi et pour ton fiancé ?

Et dis-moi aussi : quels sont vos plans familiaux pour les prochains mois ? Tu reprends le travail vite ou tu restes à la maison un peu plus longtemps ?

J’attends ta réponse.

Gros bisous,
Claire


Onderwerp: Ons gezin en de komst van de baby

Hoi,

Ik denk veel aan je op dit moment. Je krijgt binnenkort een kindje, dat is een grote stap! Hoe voel je je? En je verloofde, is hij er klaar voor, de geboorte?

Hier gaat alles goed. Zoals je weet willen Marc en ik ook een gezin stichten. We denken eraan om te trouwen volgend jaar, misschien in mei of juni. Voorlopig zijn we nog ongehuwd, maar we wonen al samen.

Ik zou graag na de geboorte van de baby bij jullie komen, misschien twee weken in oktober. Ik kan helpen met de baby, koken en boodschappen doen. Maar ik wil niet opdringerig zijn. Vertel me: is dat een goed idee voor jou en je verloofde?

En vertel me ook: wat zijn jullie gezinsplannen voor de komende maanden? Ga je snel weer werken of blijf je iets langer thuis?

Ik wacht op je antwoord.

Liefs,
Claire


Begrijp de tekst:

  1. Pourquoi Claire veut-elle venir en octobre chez son frère / sa sœur ?

    (Waarom wil Claire in oktober bij haar broer of zus komen?)

  2. Quels projets de famille Claire a-t-elle avec Marc pour l’année prochaine ?

    (Welke gezinsplannen heeft Claire met Marc voor volgend jaar?)

Nuttige zinnen:

  1. Merci beaucoup pour ton message et ta proposition de venir…

    (Heel erg bedankt voor je bericht en je voorstel om te komen…)

  2. Nous avons ces plans pour les prochains mois : …

    (Wij hebben de volgende plannen voor de komende maanden: …)

  3. Pour moi, c’est une bonne / mauvaise idée parce que…

    (Voor mij is het een goed / slecht idee omdat…)

Bonjour Claire,

Merci beaucoup pour ton message. Je suis un peu fatiguée, mais je me sens bien. Mon fiancé est très content, il a un peu peur aussi, mais il est prêt pour la naissance.

Ton idée de venir en octobre est très bonne pour nous. Deux semaines, c’est parfait. Tu peux nous aider avec le bébé et la maison, et nous pouvons aussi passer du temps ensemble en famille. Tu ne vas pas nous déranger, au contraire, ça me rassure beaucoup.

Pour nos plans familiaux : après la naissance, je reste deux mois à la maison avec le bébé. Après, je veux reprendre le travail à mi-temps. Mon fiancé va aussi rester une semaine à la maison. Nous voulons passer beaucoup de temps avec notre enfant au début.

Merci encore pour ton aide et ton soutien.

Gros bisous,

[Prénom]

Hoi Claire,

Heel erg bedankt voor je bericht. Ik ben een beetje moe, maar ik voel me goed. Mijn verloofde is heel blij; hij is ook een beetje zenuwachtig, maar hij is klaar voor de geboorte.

Je voorstel om in oktober te komen is voor ons heel goed. Twee weken is perfect. Je kunt ons helpen met de baby en het huishouden, en we kunnen ook samen tijd doorbrengen als gezin. Je zult ons niet tot last zijn, integendeel: het stelt me erg gerust.

Wat onze gezinsplannen betreft: na de geboorte blijf ik twee maanden thuis met de baby. Daarna wil ik weer parttime gaan werken. Mijn verloofde blijft in ieder geval één week thuis. We willen in het begin veel tijd met ons kindje doorbrengen.

Nogmaals bedankt voor je hulp en steun.

Liefs,

[Voornaam]

Oefening 2: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste oplossing

1. Il ___ marié avec Sophie il y a trois ans.

(Hij ___ met Sophie getrouwd drie jaar geleden.)

2. Après leur mariage, ils ___ décidé d'avoir un enfant.

(Na hun huwelijk hebben ze besloten ___ een kind te krijgen.)

3. Ils ___ divorcé l'année dernière parce qu'ils ne s'entendaient plus.

(Ze ___ vorig jaar gescheiden omdat ze niet meer met elkaar konden opschieten.)

4. Si je ___ mariais, je voudrais organiser une grande fête.

(Als ik ___ zou trouwen, zou ik een groot feest willen organiseren.)

Oefening 3: Gesprekskaarten

Instructie: Kies een situatie en oefen het gesprek met je docent of medestudenten.

Oefening 4: Discussievragen

Instructie: Beantwoord de vragen met het vocabulaire uit dit hoofdstuk.

  1. Dans les cinq prochaines années, quels sont vos projets personnels ou familiaux ? Donnez un ou deux exemples concrets.
    Welke persoonlijke of gezinsplannen hebt u voor de komende vijf jaar? Geef één of twee concrete voorbeelden.

    __________________________________________________________________________________________________________

  2. Parlez d’une personne importante dans votre famille. Quelle est votre relation et quels projets avez-vous ensemble (voyage, déménagement, autre) ?
    Vertel over een belangrijk persoon in uw familie. Wat is uw relatie en welke plannen hebben jullie samen (reis, verhuizing, iets anders)?

    __________________________________________________________________________________________________________

  3. Préférez-vous habiter seul(e), en couple ou en famille ? Pourquoi ? Expliquez en une ou deux phrases.
    Woont u liever alleen, als stel of met een gezin? Waarom? Leg dit in één of twee zinnen uit.

    __________________________________________________________________________________________________________

  4. Imaginez un grand événement de famille dans le futur (mariage, naissance, anniversaire important). Lequel est-ce et comment voudriez-vous le fêter ?
    Stel u een groot familiegebeurtenis in de toekomst voor (huwelijk, geboorte, belangrijke verjaardag). Welke gebeurtenis is het en hoe zou u die willen vieren?

    __________________________________________________________________________________________________________

Oefening 5: Schrijfopdracht

Instructie: Schrijf 6 tot 8 zinnen om je gezinsplannen voor de komende jaren uit te leggen (huwelijk, kinderen, samenleven, huisdier, enz.).

Nuttige uitdrukkingen:

Dans le futur, je voudrais… / Pour moi, le mariage est… / Je pense que l’équilibre entre travail et famille est… / Un jour, j’aimerais fonder une famille parce que…

Exercice 6: Gespreksoefening

Instruction:

  1. Quelle est la prochaine grande étape que vous souhaitez franchir avec votre partenaire ? (Wat is de volgende grote stap die jij (en je partner) wilt zetten?)
  2. Souhaitez-vous fonder une famille ? (Zou je graag een gezin willen stichten?)
  3. Aimeriez-vous avoir des animaux de compagnie ? Pourquoi ou pourquoi pas ? (Zou je huisdieren willen hebben? Waarom of waarom niet?)

Richtlijnen tijdens het lesgeven +/- 10 minuten

Voorbeeldzinnen:

Mon partenaire et moi nous marions en juin.

Mijn partner en ik gaan in juni trouwen.

Je n'ai pas de partenaire mais mon meilleur ami et moi venons d'emménager ensemble.

Ik heb geen partner, maar mijn beste vriend en ik zijn net samen gaan wonen.

J'aimerais fonder une famille bientôt. J'aimerais avoir 3 enfants.

Ik wil binnenkort een gezin stichten. Ik zou graag 3 kinderen willen hebben.

Je ne veux pas avoir d'enfants à l'avenir. Mon partenaire et moi sommes très heureux sans eux.

Ik wil in de toekomst geen kinderen. Mijn partner en ik zijn heel gelukkig zonder hen.

J'aimerais avoir un chien et deux chats plus tard. J'ai grandi avec des animaux de compagnie et je voudrais la même chose pour mes enfants.

Ik zou later graag een hond en twee katten willen hebben. Ik ben opgegroeid met huisdieren en ik zou hetzelfde willen voor mijn kinderen.

Un animal de compagnie représente beaucoup de responsabilités et avec notre travail et nos deux enfants, nous n'avons pas suffisamment de temps pour nous occuper d'un animal de compagnie.

Een huisdier is een grote verantwoordelijkheid en met ons werk en twee kinderen hebben we niet genoeg tijd om voor een huisdier te zorgen.

...