Het wederkerig voornaamwoord verwijst naar twee of meer personen die iets samen doen, zoals elkaar, elkaars, na elkaar.
(Het wederkerig voornaamwoord verwijst naar twee of meer personen die iets samen doen, zoals
- Gebruik 'elkaar' als het onderwerp uit meerdere personen bestaat.
- 'Elkaars' geeft bezit aan en hoort bij een zelfstandig naamwoord.
- Het wederkerig voornaamwoord volgt vaak het werkwoord.
- Het wederkerig voornaamwoord kan een lijdend of meewerkend voorwerp zijn en het kan na een voorzetsel komen. Bijvoorbeeld: Ze praten met elkaar
| Zelfstandig (Independent) | Bijvoeglijk (Possessive) | |
|---|---|---|
| Neutraal (Neutral) | elkaar (each other) | elkaars (each other’s) |
| Informeel (Informal) | mekaar (each other) | mekaars (each other’s) |
| Voorbeelden (Examples) | Ze helpen elkaar. (They help each other.) We hebben mekaar al weken niet gezien. (We haven’t seen each other for weeks.) | Ze gebruiken elkaars telefoon. (They use each other’s phone.) Wij dragen mekaars tassen naar school. (We carry each other’s bags to school.) |
Exceptions!
- In de spreektaal wordt vaak mekaar(s) gebruikt.
Exercise 1: Multiple choice
Instruction: Choose the correct answer
1. Op de camping helpen we ___ met de tent opzetten, want het is best moeilijk in het donker.
At the campsite we help ___ put up the tent, because it’s quite difficult in the dark.2. De kinderen lenen ___ zaklamp als ze ’s nachts naar de wc gaan.
The children borrow ___ flashlight when they go to the toilet at night.3. Mijn collega en ik laten ___ op de wereldkaart zien waar we graag kamperen: in het noorden en in het zuiden van het land.
My colleague and I show ___ on the world map where we like to camp: in the north and in the south of the country.4. ’s Avonds op de camping bewonderen we ___ foto’s van de sterrenhemel en de maan.
In the evenings at the campsite we admire ___ photos of the starry sky and the moon.Exercise 2: Multiple Choice
Instruction: Choose the correct sentence with the correct reciprocal pronoun: 'elkaar' or 'elkaars'. Pay close attention to the subject and possession in the sentence.
Exercise 3: Rewrite the phrases
Instruction: Rewrite the sentences with the correct reciprocal pronoun: use elkaar / elkaars (or informally mekaar / mekaars) so that the sentence is natural and correct.
-
⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ ExampleTom en Lisa geven elkaar een cadeautje.(Tom en Lisa geven elkaar een cadeautje.)
-
We bellen elke dag. Jij belt mij en ik bel jou.⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ ExampleWe bellen elkaar elke dag.(We bellen elkaar elke dag.)
-
⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ ExampleDe buren gebruiken elkaars tuin.(De buren gebruiken elkaars tuin.)
-
Op de camping dragen mijn vrienden en ik de zware tassen van mijn vrienden en van mij.⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ ExampleOp de camping dragen mijn vrienden en ik elkaars zware tassen.(Op de camping dragen mijn vrienden en ik elkaars zware tassen.)
Exercise 4: Grammar in action
Instruction: In pairs, have a short conversation and plan a cosy stargazing evening together.
- Welke plekken op de wereldkaart tonen jullie elkaar en waarom? (Which places on the world map do you show one another, and why?)
- Hoe helpen jullie elkaar met eten, stoelen en warme dekens buiten? (How do you help one another with food, chairs and warm blankets outside?)
- We gebruiken elkaars zaklamp om de sterren te zien. (We use each other’s flashlight to see the stars.)
- We zitten naast elkaar en kijken naar de maan en sterren. (We sit next to one another and look at the moon and stars.)
- De kinderen spelen na elkaar en tonen mekaar de wereldkaart. (The children take turns playing and show one another the world map.)
- elkaar / mekaar (elkaar / mekaar)
- elkaars / mekaars (elkaars / mekaars)
- na elkaar (na elkaar)