Wederkerig voornaamwoord (elkaar, elkaars)

Wederkerig voornaamwoord (elkaar, elkaars)


Het wederkerig voornaamwoord verwijst naar twee of meer personen die iets samen doen, zoals elkaar, elkaars, na elkaar.

Wanneer gebruik je elkaar en wanneer elkaars?

  • elkaar = “de één doet iets bij/voor/met de ander” (actie tussen personen)
  • elkaars = “van de ander” (bezit) + staat altijd vóór een zelfstandig naamwoord
Bedoeling Vorm Voorbeeld
actie over en weer elkaar We mailen elkaar elke week.
bezit elkaars + znw We lezen elkaars rapport.

Snelle keuzecheck (3 vragen)

  1. Zijn er minimaal twee personen die iets met/voor elkaar doen?

    Ja → ga door. Nee → dan is elkaar/elkaars meestal niet logisch.

  2. Gaat het om een handeling?

    → Kies elkaar: “Ze bellen elkaar.”

  3. Gaat het om bezit (iets van de ander)?

    → Kies elkaars + zelfstandig naamwoord: “Ze gebruiken elkaars laptop.”

Waar staat elkaar in de zin?

  • Vaak na het werkwoord:

    We helpen elkaar met het project.

  • Bij twee werkwoorden staat het meestal bij het hele werkwoordblok:

    We gaan elkaar morgen bellen.

  • In bijzinnen staat het vaak vóór de werkwoorden (omdat die achteraan komen):

    … omdat we elkaar goed begrijpen.

Elkaar met een voorzetsel (heel vaak)

Sommige werkwoorden hebben een vast voorzetsel. Dat blijft staan.

Vast voorzetsel Correct Niet
wachten op We wachten op elkaar. We wachten elkaar.
praten met Ze praten met elkaar. Ze praten elkaar.
denken aan We denken aan elkaar. We denken elkaar.

Elkaar als lijdend of meewerkend voorwerp

  • Lijdend voorwerp (wie/waar help je?):

    De collega’s ondersteunen elkaar.

  • Meewerkend voorwerp (aan wie/voor wie geef je iets?):

    We sturen elkaar een update.

Veelgemaakte fouten (en hoe je ze voorkomt)

  • Elkaars staat niet los. Het moet een zelfstandig naamwoord “meenemen”.

    We gebruiken elkaars. → We gebruiken elkaars telefoon.

  • Geen apostrof bij elkaar(s).

    elkaar'selkaars

  • Verwar niet met ‘ons/onszelf’. Dat is reflexief (naar jezelf), niet wederkerig (naar elkaar).

    Correct: We helpen elkaar.
    Andere betekenis: We helpen onszelf. (ieder helpt zichzelf)

Neutraal vs. spreektaal: elkaar(s) en mekaar(s)

  • elkaar / elkaars = neutraal, standaard (geschikt in werkcontext en schrijftaal)
  • mekaar / mekaars = vooral spreektaal, informeler

Tip: twijfel je? Kies elkaar(s). Dat is altijd veilig.

Mini-zelftest (1 zin, 2 keuzes)

  • Vul aan met elkaar of elkaars:

    “Tijdens het overleg geven we ____ feedback.”

    Antwoord: elkaar (feedback geven = handeling)

  • “We checken ____ agenda’s voor volgende week.”

    Antwoord: elkaars (agenda’s = bezit)

  1. Gebruik 'elkaar' als het onderwerp uit meerdere personen bestaat.
  2. 'Elkaars' geeft bezit aan en hoort bij een zelfstandig naamwoord.
  3. Het wederkerig voornaamwoord volgt vaak het werkwoord.
  4. Het wederkerig voornaamwoord kan een lijdend of meewerkend voorwerp zijn en het kan na een voorzetsel komen. Bijvoorbeeld: Ze praten met elkaar
 ZelfstandigBijvoeglijk
Neutraalelkaarelkaars
Informeelmekaarmekaars
VoorbeeldenZe helpen elkaar.
We hebben mekaar al weken niet gezien.
Ze gebruiken elkaars telefoon.
Wij dragen mekaars tassen naar school. 

Uitzonderingen!

  1. In de spreektaal wordt vaak mekaar(s) gebruikt.

Oefening 1: Meerkeuze

Instructie: Kies het juiste antwoord

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

1. Op de camping helpen we ____ met het opzetten van de tent.


2. Na de wandeling gebruiken we ____ telefoon om de route op de wereldkaart te tonen.


3. In de avond praten we met ____ over de sterren aan de hemel.


4. We lopen ____ naar het noorden, omdat het pad smal is.


Oefening 2: Herschrijf de zinnen

Instructie: Herschrijf de zin met het wederkerig voornaamwoord: gebruik elkaar (als twee of meer personen iets samen doen) of elkaars (bij bezit).

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

Toon/verberg hints
  1. Hint Hint (elkaar) Twee collega's helpen de andere collega.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Twee collega's helpen elkaar.
  2. Hint Hint (elkaar) Mijn broer en ik bellen de andere persoon elke avond.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Mijn broer en ik bellen elkaar elke avond.
  3. Hint Hint (elkaar) Tijdens de vergadering luisteren de managers naar de andere managers.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Tijdens de vergadering luisteren de managers naar elkaar.
  4. Hint Hint (elkaars) De buren gebruiken de fietsen van de andere buren.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    De buren gebruiken elkaars fietsen.

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage

Profile Picture

Kato De Paepe

Zakendoen en talen

KdG University of Applied Sciences and Arts Antwerp

University_Logo

Laatst bijgewerkt:

donderdag, 07/05/2026 14:28