Wederkerig voornaamwoord (elkaar, elkaars)

Wederkerig voornaamwoord (elkaar, elkaars)


Het wederkerig voornaamwoord verwijst naar twee of meer personen die iets samen doen, zoals elkaar, elkaars, na elkaar.

Elkaar of elkaars? Eerst deze snelle keuze

Wat wil je zeggen? Kies Voorbeeld
Wederzijdse actie (A doet iets voor B en B voor A) elkaar (of informeel mekaar)

We helpen elkaar.

Bezit (iets is van de ander) elkaars (of informeel mekaars)

We gebruiken elkaars laptop.

Mini-check: staat er een zelfstandig naamwoord direct ná het woord (telefoon, mening, jas)? Dan is het meestal elkaars.

Wanneer gebruik je elkaar?

  • Voorwaarde: het onderwerp is meervoud (wij, jullie, ze, Tom en Lisa).
  • Betekenis: “jij ↔ ik”, “zij ↔ zij”.
  • Functie in de zin: vaak als lijdend/meewerkend voorwerp.
Goed Waarom?

De collega’s mailen elkaar elke dag.

Ze sturen berichten aan elkaar (wederzijds).

We leggen het elkaar rustig uit.

“Uitleggen aan elkaar” (meewerkend voorwerp).

Wanneer gebruik je elkaars?

  • Betekenis: “van de ander(en)”.
  • Belangrijk: elkaars + zelfstandig naamwoord.
  • Het zelfstandig naamwoord kan enkelvoud of meervoud zijn.
Goed Let op

We lezen elkaars rapport.

Rapport staat direct erachter.

Ze kennen elkaars sterke punten.

Bezit/relatie: sterke punten van de ander.

Ze kennen elkaars.

Onmogelijk: er mist een zelfstandig naamwoord.

Plaats in de zin: waar zet je het?

  • Vaak staat het na het werkwoord of na het gezegde.
  • Met een voorzetsel staat het er vaak achter: met elkaar, voor elkaar, naar elkaar.
Structuur Voorbeeld

werkwoord + elkaar

We vertrouwen elkaar.

voorzetsel + elkaar

We praten met elkaar na de meeting.

elkaars + zelfstandig naamwoord

We bespreken elkaars ideeën.

Veelgemaakte fouten (en hoe je ze snel herkent)

  • Fout 1: elkaars zonder zelfstandig naamwoord.

    Herkenning: je kunt niet vragen: “van wie wát?”

  • Fout 2: elkaar telefoon in plaats van elkaars telefoon.

    Herkenning: “telefoon” is een ding dat iemand bezit.

  • Fout 3: gebruiken bij een enkelvoudig onderwerp.

    Herkenning: bij hij/zij/ik kan het niet wederzijds zijn.

Elkaar of na elkaar? (niet tegelijk, maar om de beurt)

  • elkaar = wederzijds: tegelijk of in reactie op elkaar.
  • na elkaar = volgorde: persoon 1, daarna persoon 2.
Betekenis Voorbeeld

wederzijds

Na de training feliciteren we elkaar.

om de beurt

We presenteren na elkaar.

Zelfcheck in 10 seconden

  1. Is het onderwerp meervoud? Zo niet: stop, dan past elkaar/elkaars meestal niet.

  2. Gaat het om een actie naar elkaar? Kies elkaar.

  3. Gaat het om bezit? Kies elkaars + zet er meteen een zelfstandig naamwoord achter.

  4. Gaat het om volgorde? Gebruik na elkaar.

Stijl: elkaar vs. mekaar

  • elkaar / elkaars = neutraal en veilig in werk en studie.

  • mekaar / mekaars = vooral spreektaal; wel correct, maar informeler.

  1. Gebruik 'elkaar' als het onderwerp uit meerdere personen bestaat.
  2. 'Elkaars' geeft bezit aan en hoort bij een zelfstandig naamwoord.
  3. Het wederkerig voornaamwoord volgt vaak het werkwoord.
  4. Het wederkerig voornaamwoord kan een lijdend of meewerkend voorwerp zijn en het kan na een voorzetsel komen. Bijvoorbeeld: Ze praten met elkaar
 ZelfstandigBijvoeglijk
Neutraalelkaarelkaars
Informeelmekaarmekaars
VoorbeeldenZe helpen elkaar.
We hebben mekaar al weken niet gezien.
Ze gebruiken elkaars telefoon.
Wij dragen mekaars tassen naar school. 

Uitzonderingen!

  1. In de spreektaal wordt vaak mekaar(s) gebruikt.

Oefening 1: Meerkeuze

Instructie: Kies het juiste antwoord

1. Op de camping helpen we ___ met de tent opzetten, want het is best moeilijk in het donker.


2. De kinderen lenen ___ zaklamp als ze ’s nachts naar de wc gaan.


3. Mijn collega en ik laten ___ op de wereldkaart zien waar we graag kamperen: in het noorden en in het zuiden van het land.


4. ’s Avonds op de camping bewonderen we ___ foto’s van de sterrenhemel en de maan.


Oefening 2: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste zin met het correcte wederkerig voornaamwoord: 'elkaar' of 'elkaars'. Let goed op het onderwerp en het bezit in de zin.

1.
'Mekaars' is informeel en onjuist zonder zelfstandig naamwoord.
'Elkaars' is bezittelijk en kan niet zonder zelfstandig naamwoord staan.
2.
'Mekaar' is informeel, maar zonder 's' is de bezitsvorm onjuist bij 'kaarten'.
'Elkaar' is hier onjuist; bezit wordt uitgedrukt met 'elkaars'.

Oefening 3: Herschrijf de zinnen

Instructie: Herschrijf de zinnen met het juiste wederkerig voornaamwoord: gebruik elkaar / elkaars (of informeel mekaar / mekaars) zodat de zin natuurlijk en correct is.

Toon/verberg hints
  1. Hint Hint (elkaar) Tom en Lisa geven een cadeautje. Het cadeautje is voor de ander.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Tom en Lisa geven elkaar een cadeautje.
  2. We bellen elke dag. Jij belt mij en ik bel jou.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    We bellen elkaar elke dag.
  3. Hint Hint (elkaars) De buren gebruiken de tuin van de buren.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    De buren gebruiken elkaars tuin.
  4. Op de camping dragen mijn vrienden en ik de zware tassen van mijn vrienden en van mij.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Op de camping dragen mijn vrienden en ik elkaars zware tassen.

Oefening 4: Grammatica in actie

Instructie: Voer in tweetallen een kort gesprek en plan samen een gezellige sterrenkijkavond.

Situatie
Op de camping bespreken jullie samen een avondactiviteitenplan met de buren.

Bespreek
  • Welke plekken op de wereldkaart tonen jullie elkaar en waarom?
  • Hoe helpen jullie elkaar met eten, stoelen en warme dekens buiten? 

Nuttige woorden en uitdrukkingen
  • We gebruiken elkaars zaklamp om de sterren te zien.
  • We zitten naast elkaar en kijken naar de maan en sterren.
  • De kinderen spelen na elkaar en tonen mekaar de wereldkaart.

Gebruik in gesprek
  • elkaar / mekaar
  • elkaars / mekaars
  • na elkaar

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage

Profile Picture

Kato De Paepe

Zakendoen en talen

KdG University of Applied Sciences and Arts Antwerp

University_Logo

Laatst bijgewerkt:

woensdag, 25/03/2026 06:35