Aandoen (ponerse) - Voltooid tegenwoordige tijd (VTT), aantonende wijs (Pretérito perfecto compuesto, modo imperativo)

 Aandoen (ponerse) - Conjugación de verbos y ejercicios

Aandoen - Conjugación de ponerse en neerlandés: tabla de conjugación, ejemplos y ejercicios en el pretérito perfecto, modo indicativo (Voltooid tegenwoordige tijd (VTT), aantonende wijs).

Voltooid tegenwoordige tijd (VTT), aantonende wijs (Pretérito perfecto compuesto, modo imperativo)

Todas las conjugaciones y tiempos: Aandoen (ponerse) - Conjugación de verbos y ejercicios

Plan de estudios: Clase de neerlandés - Kledingstijlen en mode (Estilos de ropa y moda)

Conjugación de ponerse en pretérito perfecto compuesto

Neerlandés Español
ik heb aangedaan yo me he puesto
jij hebt aangedaan / heb jij aangedaan tú has puesto / has puesto
hij/zij/het heeft aangedaan él/ella/ello se ha puesto
wij hebben aangedaan nosotros nos hemos puesto
jullie hebben aangedaan vosotros os habéis puesto
zij hebben aangedaan ellos se han puesto

Frases de ejemplo

Neerlandés Español
Ik heb mijn vintage jas aangedaan vandaag. Me he puesto mi chaqueta vintage hoy.
Heb jij al die hippe schoenen aangedaan? ¿Ya te has puesto esos zapatos a la moda?
Zij heeft een mooie outfit aangedaan voor het feest. Ella se ha puesto un conjunto bonito para la fiesta.
Wij hebben dezelfde stijl aangedaan voor het diner. Hemos llevado el mismo estilo para la cena.
Jullie hebben de sokken aangedaan die ik leuk vind. Habéis puesto los calcetines que me gustan.
Zij hebben de oude jurk aangedaan in de paskamer. Se han puesto el vestido viejo en el probador.