Beslissen (decidir)

Conjugación de beslissen (decidir) para todos los tiempos verbales con frases de ejemplo y ejercicios.

Beslissen (decidir)

Materiales de aprendizaje que implementan este verbo:

Categoría: a2

Módulo 5: Dagelijks huishouden (Labores domésticas diarias)

Lección 34: Met pensioen gaan (Estar jubilado)

Infinitief Voltooid deelwoord
Beslissen (decidir) Beslist (decidido)

Tiempos verbales

Aantonende wijs

Onvoltooid tegenwoordige tijd (OTT) 

Neerlandés
(ik) beslis
(jij/je) beslist/beslis
(hij/zij/ze/het) beslist
(wij/we) beslissen
(jullie) beslissen
(zij/ze) beslissen

Onvoltooid verleden tijd (OVT) 

Neerlandés
(ik) besliste
(jij/je) besliste/beslistest
(hij/zij/ze/het) besliste
(wij/we) beslisten
(jullie) beslisten
(zij/ze) beslisten

Voltooid tegenwoordige tijd (VTT) 

Neerlandés
(ik) heb besloten
(jij/je) hebt besloten / hebt besloten
(hij/zij/ze/het) heeft besloten
(wij/we) hebben besloten
(jullie) hebben besloten
(zij/ze) hebben besloten

Voltooid verleden tijd (VVT) 

Neerlandés
(ik) heb besloten
(jij/je) hebt besloten / hebt besloten
(hij/zij/ze/het) heeft besloten
(wij/we) hebben besloten
(jullie) hebben besloten
(zij/ze) hebben besloten

Onvoltooid toekomende tijd (OTTk) 

Neerlandés
(ik) zal hebben beslist
(jij/je) zal hebben beslist / zult hebben beslist
(hij/zij/ze/het) zal hebben beslist
(wij/we) zullen hebben beslist
(jullie) zullen hebben beslist
(zij/ze) zullen hebben beslist

Voltooid toekomende tijd (VTTk) 

Neerlandés
(ik) zal/zou besloten hebben
(jij/je) zult/zou besloten hebben
(hij/zij/ze/het) zal/zou besloten hebben
(wij/we) zullen/ zouden besloten hebben
(jullie) zullen/ zouden besloten hebben
(zij/ze) zullen/ zouden besloten hebben
Conditionele wijs

Conditionele Tegenwoordige Tijd (CTT) 

Neerlandés
ik zou beslissen
(jij/je) jij zou beslissen / zou jij beslissen
(hij/zij/ze/het) hij/zij/het zou beslissen
(wij/we) wij zouden beslissen
jullie zouden beslissen
(zij/ze) zij zouden beslissen

Conditionele Verleden Tijd (CVT) 

Neerlandés
ik zou besloten hebben
(jij/je) jij zou besloten hebben / zou besloten hebben
(hij/zij/ze/het) hij zou besloten hebben / zij zou besloten hebben / het zou besloten hebben
(wij/we) wij zouden besloten hebben
jullie zouden besloten hebben
(zij/ze) zij zouden besloten hebben
Imperatief (gebiedende wijs)

Gebiedende wijs 

Neerlandés
Beslis!