Scheinen (schijnen) - Präsens, indikativ (Tegenwoordige tijd, indicatief) Delen Gekopieerd!

Scheinen - Vervoeging van schijnen in het Duits: Vervoegingstabel, voorbeelden en oefeningen in de tegenwoordige tijd, aantonende wijs (Präsens, indikativ).
Präsens, indikativ (Tegenwoordige tijd, indicatief)
Alle vervoegingen en tijden: Scheinen (schijnen) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen
Syllabus: Duitse les - Das Wetter (Het weer)
Vervoeging van schijnen in de tegenwoordige tijd
Duits | Nederlands |
---|---|
(ich) scheine | ik schijn |
(du) scheinst | jij schijnt |
(er/sie/es) scheint | hij/zij/het schijnt |
(wir) scheinen | wij schijnen |
(ihr) scheint | jullie schijnen |
(sie) scheinen | zij schijnen |
Voorbeeldzinnen
Duits | Nederlands |
---|---|
Heute scheine ich die Sonne zu sehen. | Ik schijn vandaag de zon te zien. |
Du scheinst die Temperatur zu spüren. | Jij lijkt de temperatuur te voelen. |
Die Sonne scheint heute sehr warm. | Hij/zij/het schijnt vandaag erg warm. |
Wir scheinen Glück mit dem Wetter zu haben. | Wij schijnen geluk met het weer te hebben. |
Ihr scheint die Wolken zu beobachten. | Jullie schijnen naar de wolken te kijken. |
Sie scheinen den Regen nicht zu mögen. | zij schijnen de regen niet te mogen |