Sich fühlen (zich voelen) - Präsens, indikativ (Tegenwoordige tijd, indicatief)

 Sich fühlen (zich voelen) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen

Sich fühlen - Verbuiging van zich voelen in het Duits: vervoegingstabel, voorbeelden en oefeningen in de tegenwoordige tijd, de indicatieve wijs (Präsens, indikativ).

Präsens, indikativ (Tegenwoordige tijd, indicatief)

Alle vervoegingen en tijden: Sich fühlen (zich voelen) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen

Syllabus: Duitse les - Körperteile (Lichaamsdelen)

Verbuiging van zich voelen in de tegenwoordige tijd

Duits Nederlands
(ich) fühle mich ik voel me
(du) fühlst dich jij voelt je
(er/sie/es) fühlt sich hij/zij/het voelt zich
(wir) fühlen uns wij voelen ons
(ihr) fühlt euch jullie voelen zich
(sie) fühlen sich zij voelen zich

Voorbeeldzinnen

Duits Nederlands
Ich fühle mich heute mit dem Kopf gut. Ik voel me vandaag goed in mijn hoofd.
Du fühlst dich mit dem Bein besser, oder? Jij voelt je beter met het been, toch?
Er fühlt sich im Rücken nicht wohl. Hij voelt zich niet goed in zijn rug.
Wir fühlen uns nach dem Sport fit. Wij voelen ons fit na het sporten.
Ihr fühlt euch am Bauch nicht gut? Jullie voelen je niet goed in de buik
Sie fühlen sich mit den Körperteilen gesund. zij voelen zich gezond met de lichaamsdelen