Tanzen (dansen)

Tanzen (dansen)

Leer het werkwoord "dansen" te vervoegen in het Duits: tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs

Präsens, indikativ (Tegenwoordige tijd, indicatief)

Alle vervoegingen en tijden: Tanzen (dansen)

Sport und Bewegung (Sport en beweging)

Duits
ich tanze
du tanzt
(er/sie/es) er tanzt / sie tanzt / es tanzt
wir tanzen
ihr tanzt
sie tanzen