Tanzen (dansen) - Präsens, indikativ (Tegenwoordige tijd, indicatief)

 Tanzen (dansen) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen

Tanzen - Vervoeging van dansen in het Duits: vervoegingstabel, voorbeelden en oefeningen in de tegenwoordige tijd, onvoltooid tegenwoordige tijd (Präsens, indikativ).

Präsens, indikativ (Tegenwoordige tijd, indicatief)

Alle vervoegingen en tijden: Tanzen (dansen) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen

Syllabus: Duitse les - Sport und Bewegung (Sport en beweging)

Vervoeging van dansen in de tegenwoordige tijd

Duits Nederlands
ich tanze ik dans
du tanzt jij danst
(er/sie/es) er tanzt / sie tanzt / es tanzt hij danst / zij danst / het danst
wir tanzen wij dansen
ihr tanzt jullie dansen
sie tanzen zij dansen

Voorbeeldzinnen

Duits Nederlands
Ich tanze gern in meiner Freizeit. Ik dans graag in mijn vrije tijd.
Du tanzt gut auf der Party mit Freunden. Jij danst goed op het feest met vrienden.
Sie tanzt oft zu Musik im Wohnzimmer. Ze danst vaak op muziek in de woonkamer.
Wir tanzen zusammen nach dem Film gern. Wij dansen graag samen na de film.
Ihr tanzt manchmal im Sportstudio mit Spaß. Jullie dansen soms met plezier in de sportschool.
Sie tanzen jeden Samstag bei der Freizeit. zij dansen elke zaterdag bij de vrijetijd