L'impératif sert à donner un ordre ou un conseil.

(De gebiedende wijs wordt gebruikt om een bevel of een advies te geven.)

Wanneer gebruik je de impératif?

De impératif is de gebiedende wijs: je zegt wat iemand moet doen.

  • instructie: Mets tes chaussures ! (Doe je schoenen aan!)
  • advies: Plante une fleur près de la fenêtre.
  • voorstel met “wij”: Plantons des arbres ensemble.

De 3 vormen die je nodig hebt (tu / nous / vous)

In het Frans gebruikt de impératif maar drie personen:

Persoon Betekenis Situatie
tu jij informeel (collega die je goed kent, vriend)
nous wij voorstel / samen doen (“laten we…”)
vous u / jullie beleefd of meervoud

Hoe maak je de impératif? (snelle stap-voor-stap)

  1. Neem de zin in de tegenwoordige tijd (présent).
  2. Pak de vorm van tu / nous / vous.
  3. Haal het onderwerp weg: tu / nous / vous verdwijnt.

Voorbeeld

  • Tu finis ton travail.Finis ton travail !
  • Nous mettons de l’eau.Mettons de l’eau !
  • Vous plantez une fleur.Plantez une fleur !

Let op bij -er werkwoorden: de -s valt weg bij “tu”

Bij werkwoorden op -er (1e groep) haal je in de impératif bij tu de -s weg.

Présent Impératif Goed om te onthouden
Tu plantes Plante ! Plantes !
Nous plantons Plantons ! blijft hetzelfde
Vous plantez Plantez ! blijft hetzelfde

Tip: Denk aan Nederlands: “Jij plant” (geen extra -s).

2e groep (-ir) en onregelmatige vormen: herken de juiste uitgang

Niet alle werkwoorden werken zoals -er. Kijk naar de uitgangen in je tabel:

  • Finir: Finis / Finissons / Finissez
  • Mettre (onregelmatig): Mets / Mettons / Mettez

Dus: bij mettre is het Mets (niet Met).

Snelle zelfcheck (voorkom de 3 typische fouten)

  • 1) Laat het onderwerp weg: Tu finisFinis !
  • 2) Let op -er bij “tu”: PlantesPlante !
  • 3) Kies tu / nous / vous bewust:
    • tu = direct/informeel
    • vous = beleefd of meerdere personen
    • nous = samen doen (“laten we…”)

Wat beheers je nu?

  • Je herkent wanneer je de impératif gebruikt (instructie, advies, voorstel).
  • Je vormt de juiste vorm voor tu / nous / vous.
  • Je let op de belangrijkste valkuil: -er + tu → geen -s.
  1. Bij de gebiedende wijs zijn er maar drie personen: "tu, nous, vous" .
  2. Voor werkwoorden van de 1e groep wordt de uitgang -s van de tweede persoon weggelaten.
Verbe Planter (Werkwoord planter)Verbe Finir (Werkwoord finir)Verbe Mettre (Werkwoord mettre)
Tu (Jij)Plante une fleur ici. (Plant hier een bloem.)Tu (Jij)Finis ton travail ! (Maak je werk af!)Tu (Jij)Mets tes chaussures ! (Doe je schoenen aan!)
Nous (Wij)Plantons des arbres ensemble (Planten we samen bomen.)Nous (Wij)Finissons nos assiettes. (Eten we ons bord leeg.)Nous (Wij)Mettons de l'eau.  (Gieten we water.)
Vous (U / jullie)Plantez une fleur là-bas.  (Plant daar een bloem.)Vous (U / jullie)Finissez de manger. (Eet verder.)Vous (U / jullie)Mettez des gants !  (Trek handschoenen aan!)

Oefening 1: Meerkeuze

Instructie: Kies het juiste antwoord

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

1. _____ une rose ici, près de la fenêtre.

_____ hier een roos, vlak bij het raam.

2. _____ ton travail, puis arrose la plante.

_____ je werk af en geef daarna de plant water.

3. _____ tes gants pour jardiner sur le balcon.

_____ je handschoenen aan om op het balkon te tuinieren.

4. _____ des arbres ensemble dans le jardin de l'immeuble.

_____ samen bomen in de tuin van het gebouw.

Oefening 2: Herschrijf de zinnen

Instructie: Herschrijf elke zin in de gebiedende wijs met de aangegeven persoon (jij / wij / u). Voorbeeld : Jij plant een bloem. → Plant een bloem !

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

Vertaling tonen/verbergen Toon/verberg hints
  1. Hint Hint (tu) Tu plantes un arbre devant la maison.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Plante un arbre devant la maison !
    (Plante un arbre devant la maison !)
  2. Hint Hint (nous) Nous finissons le rapport ce soir.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Finissons le rapport ce soir !
    (Finissons le rapport ce soir !)
  3. Hint Hint (vous) Vous mettez vos chaussures avant de sortir.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Mettez vos chaussures avant de sortir !
    (Mettez vos chaussures avant de sortir !)
  4. Hint Hint (tu) Tu termines ton café et tu vas au travail.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Finis ton café et va au travail !
    (Finis ton café et va au travail !)
  5. Hint Hint (nous) Nous mettons de l’eau pour les plantes du bureau.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Mettons de l’eau pour les plantes du bureau !
    (Mettons de l’eau pour les plantes du bureau !)
  6. Hint Hint (vous) Vous plantez des fleurs dans le jardin.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Plantez des fleurs dans le jardin !
    (Plantez des fleurs dans le jardin !)

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage

Profile Picture

Azéline Perrin

bacheloropleiding in toegepaste vreemde talen

Université de Lorraine

University_Logo

Laatst bijgewerkt:

maandag, 09/03/2026 03:03