Rentrer (terugkeren) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen

Vervoeging van rentrer (terugkeren) voor alle werkwoordstijden met voorbeeldzinnen en oefeningen.

 Rentrer (terugkeren) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen

Leermaterialen die dit werkwoord implementeren:

Niveau: A1

Module 3: Au jour le jour (Dag tot dag)

Les 16: Routine quotidienne (Dagelijkse routines)

Infinitif Participe passé
Rentrer (terugkeren) rentré (teruggekeerd)

Werkwoordsvervoegingen

Indicatif

Present 

Frans Nederlands
(je/j') rentre ik keer terug
(tu) rentres jij keert terug
(il/elle/on) rentre hij/zij/men keert terug
(nous) rentrons wij keren terug
(vous) rentrez u keert terug
(ils/elles) rentrent zij keren terug

Imparfait 

Frans Nederlands
(je/j') rentrer ik keerde terug
(tu) rentrais jij keerde terug
(il/elle/on) rentrait hij/zij/men keerde terug
(nous) rentions wij keerden terug
(vous) rentriez jullie keerden terug
(ils/elles) rentraient zij keerden terug

Passé composé 

Frans Nederlands
(je/j') je suis rentré(e) ik ben teruggekeerd
tu es rentré(e) jij bent teruggekeerd
(il/elle/on) il est rentré / elle est rentrée / on est rentré(e)s hij is teruggekeerd / zij is teruggekeerd / we zijn teruggekeerd
nous sommes rentré(e)s wij zijn teruggekeerd
vous êtes rentré(e)(s) jullie zijn teruggekeerd
(ils/elles) ils sont rentrés / elles sont rentrées zij zijn teruggekeerd

Plus-que-parfait 

Frans Nederlands
(je/j') j'étais rentré(e) ik was teruggekeerd
tu étais rentré(e) jij was teruggekeerd
il/elle/on était rentré(e) hij/zij/men was teruggekeerd
nous étions rentré(e)s wij waren teruggekeerd
vous étiez rentré(e)(s) jullie waren teruggekeerd
ils/elles étaient rentré(e)s zij waren teruggekeerd

Futur simple 

Frans Nederlands
(je/j') rentrerai ik zal terugkeren
(tu) rentreras jij zult terugkeren
(il/elle/on) rentrera hij/zij/men zal terugkeren
(nous) rentrerons wij zullen terugkeren
(vous) rentrerez jullie zullen terugkeren
(ils/elles) rentreront zij zullen terugkeren

Futur antérieur 

Frans Nederlands
(je/j') serai rentré(e) ik zal teruggekeerd zijn
(tu) seras rentré(e) jij zult teruggekeerd zijn
(il/elle/on) sera rentré(e) hij/zij/men zal teruggekeerd zijn
(nous) serons rentrés(es) wij zullen teruggekeerd zijn
(vous) serez rentré(e)(s) u zult teruggekeerd zijn
(ils/elles) seront rentrés(es) zij zullen teruggekeerd zijn

Conditionnel

Conditionnel présent 

Frans Nederlands
(je/j') rentrerais ik zou terugkeren
(tu) rentrerais jij zou terugkeren
(il/elle/on) rentrerait hij/zij/men zou terugkeren
(nous) rentrerions we zouden terugkeren
(vous) rentreriez u zou terugkeren
(ils/elles) rentreraient zij zouden terugkeren

Conditionnel passé 

Frans Nederlands
(je/j') je serais rentré / je serais rentrée ik zou zijn teruggekeerd
tu serais rentré / tu serais rentrée jij zou teruggekeerd zijn / jij zou teruggekeerd zijn
(il/elle/on) il serait rentré / elle serait rentrée / on serait rentré(e)(s) hij zou teruggekeerd zijn / zij zou teruggekeerd zijn / men zou teruggekeerd zijn
nous serions rentrés / nous serions rentrées wij zouden teruggekeerd zijn
vous seriez rentré / vous seriez rentrée / vous seriez rentrés / vous seriez rentrées jullie zouden teruggekeerd zijn / u zou teruggekeerd zijn / jullie zouden teruggekeerd zijn / u zou teruggekeerd zijn
(ils/elles) ils seraient rentrés / elles seraient rentrées zij zouden teruggekeerd zijn

Subjonctif

Subjonctif présent 

Frans Nederlands
(je/j') rentre ik terugkeer
(tu) rentres jij terugkeert
(il/elle/on) rentre hij/zij/men terugkeert
(nous) rentrions wij terugkeren
(vous) rentriez jullie terugkeren
(ils/elles) rentrent zij keren terug

Subjonctif passé 

Frans Nederlands
(je/j') que je sois rentré / rentrée ik teruggekeerd ben
(tu) que tu sois rentré / rentrée jij dat jij teruggekeerd bent
(il/elle/on) qu'il soit rentré / rentrée / qu'elle soit rentrée / rentrée / qu'on soit rentré / rentrée hij/zij/men teruggekeerd is
(nous) que nous soyons rentrés / rentrées wij dat wij teruggekeerd zijn
(vous) que vous soyez rentrés / rentrées jullie teruggekeerd zijn
(ils/elles) qu'ils soient rentrés / rentrées zij dat ze teruggekeerd zijn

Impératif

Impératif 

Frans Nederlands
Rentre! kom terug
Rentre! kom terug