Bijwoorden Anders, graag, zo, heel,...
Haal je boekBijwoorden geven extra informatie over een actie of toestand, zoals 'graag', 'niet', 'erg'.
- Bijwoorden van hoedanigheid geven aan hoe iets gebeurt: 'anders', 'graag'.
- Bijwoorden van graad geven de intensiteit aan: 'erg', 'heel', 'zo'.
- Bijwoorden van ontkenning maken een zin negatief: 'niet', 'nooit', 'nergens'.
| Type | Bijwoord | Voorbeeld |
|---|---|---|
| Hoedanigheid | Anders Graag Zo | Ik moet het anders oplossen. Hij drinkt graag thee. Hij loopt zo langzaam. |
| Ontkenning | Nergens Nooit Niet | Ik kan de dokter nergens vinden. Ik ben nooit ziek. Ik voel me niet goed. |
| Graad | Erg Heel Zo | Ze is erg oud. Zij is heel ziek vandaag. Het medicijn werkt zo goed. |
Oefening 1: Meerkeuze
Instructie: Kies het juiste antwoord
Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.
1. U hoest heel veel, maar u heeft ____ pijn in uw borst. U hoest heel veel, maar u heeft nergens pijn in uw borst.
2. Ik slaap ____ slecht en ik ben ook erg moe op mijn werk. Ik slaap erg slecht en ik ben ook erg moe op mijn werk.
3. Ik neem het medicijn ____, direct na het eten. Ik neem het medicijn zo, direct na het eten.
4. Ik ben vandaag ____ ziek, dus ik werk liever niet op kantoor. Ik ben vandaag heel ziek, dus ik werk liever niet op kantoor.
Oefening 2: Herschrijf de zinnen
Instructie: Herschrijf de zinnen. Gebruik het gegeven bijwoord (graag, anders, erg, heel, zo, nooit, nergens, niet) en maak één natuurlijke zin.
Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.
-
(graag) Ik drink thee.⇒ ____________________________________________________________________________________________________ VoorbeeldIk drink graag thee.
-
(anders) Ik moet het probleem oplossen.⇒ ____________________________________________________________________________________________________ VoorbeeldIk moet het probleem anders oplossen.
-
(erg) Mijn collega is moe vandaag.⇒ ____________________________________________________________________________________________________ VoorbeeldMijn collega is erg moe vandaag.
-
(heel) De pijn is sterk.⇒ ____________________________________________________________________________________________________ VoorbeeldDe pijn is heel erg.
-
(nooit) Ik ben ziek.⇒ ____________________________________________________________________________________________________ VoorbeeldIk ben nooit ziek.
-
(niet) Ik voel me goed.⇒ ____________________________________________________________________________________________________ VoorbeeldIk voel me niet zo goed.