1. Taalonderdompeling

2. Woordenschat (13)

De gezondheid

De gezondheid Show

Health Show

De koorts

De koorts Show

Fever Show

De griep

De griep Show

The flu Show

Het medicijn

Het medicijn Show

The medicine Show

Het symptoom

Het symptoom Show

The symptom Show

De rust

De rust Show

Rest Show

Beterschap!

Beterschap! Show

Get well soon! Show

Gezond

Gezond Show

Healthy Show

Misselijk

Misselijk Show

Nauseous Show

Ziek

Ziek Show

Sick Show

Hoesten

Hoesten Show

Coughing Show

Helpen

Helpen Show

To help Show

Schrijven

Schrijven Show

To write Show

3. Grammatica

4. Oefeningen

Oefening 1: Writing correspondence

Instructie: Write a reply to the following message appropriate to the situation

E-mail: Je krijgt een e-mail van de huisartspraktijk over een afspraak. Je voelt je nu ziek en wilt de afspraak verzetten. Reageer op de e-mail.


Onderwerp: Afspraak bij de huisarts

Beste meneer/mevrouw,

U heeft morgen om 09.30 uur een afspraak bij de huisarts voor uw rugpijn.

Als u ziek bent met koorts of griep, komt u dan niet naar de praktijk. Bel of mail ons dan graag voor een nieuwe afspraak.

Met vriendelijke groet,
Huisartsenpraktijk De Brug
Assistente: Karin Jansen


Onderwerp: Afspraak bij de huisarts

Beste meneer/mevrouw,

U heeft morgen om 09.30 uur een afspraak bij de huisarts voor uw rugpijn.

Als u ziek bent met koorts of griep, komt u dan niet naar de praktijk. Bel of mail ons alstublieft voor een nieuwe afspraak.

Met vriendelijke groet,
Huisartsenpraktijk De Brug
Assistente: Karin Jansen


Begrijp de tekst:

  1. Wanneer is de afspraak bij de huisarts gepland?

  2. Wat moet de patiënt doen als hij of zij koorts of griep heeft?

Nuttige zinnen:

  1. Beste Karin,

  2. Ik voel me ziek en ik heb ...

  3. Kunt u de afspraak verplaatsen naar ...?

Beste Karin,

Ik voel me vandaag ziek. Ik heb koorts en ik hoest veel. Ik kan morgen om 09.30 uur niet komen.

Kunt u de afspraak verplaatsen naar vrijdag in de ochtend, alstublieft?

Alvast bedankt voor uw hulp.

Met vriendelijke groet,

[Je naam]

Oefening 2: Een woord matchen

Instructie: Koppel elk begin aan het juiste einde.

Ik ben vandaag heel ziek, dus ik blijf thuis van mijn werk.
Ik heb al drie dagen koorts, dus ik wil graag de dokter spreken.
De dokter schrijft een medicijn voor, dat helpt goed tegen de pijn.
U moet veel rust nemen, dan wordt uw gezondheid beter.

Oefening 3: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste oplossing

1. De assistente helpt mij graag, maar vandaag _______ ze erg druk.


2. Kunt u mij snel helpen? Ik _______ mij heel ziek.


3. De dokter _______ een recept voor een medicijn en zegt dat ik veel rust nodig heb.


4. Ik _______ de huisarts een e-mail, want ik heb zoveel koorts en ik kan nergens heen.


Oefening 4: Gesprekskaarten

Instructie: Kies een situatie en oefen het gesprek met je docent of medestudenten.

Oefening 5: Reageer op de situatie

Instructie: Oefen in tweetallen of met je docent.

1. Je belt de huisarts. Je voelt je ziek en je wilt een afspraak maken. Leg kort uit wat er aan de hand is en hoe je je voelt. (Gebruik: ziek, de koorts, de griep)

Ik heb  

Voorbeeld:

Ik heb koorts en ik voel me ziek. Ik denk dat ik de griep heb.

2. Je collega vraagt waarom je vandaag rustig aan doet op kantoor. Leg uit dat je niet fit bent en dat rust belangrijk is. (Gebruik: de rust, moe, hoofdpijn)

Ik neem  

Voorbeeld:

Ik neem even rust, want ik ben moe en ik heb hoofdpijn.

3. Je staat bij de apotheek. Je voelt je misselijk en je hoest veel. Vraag om advies en om een geschikt medicijn. (Gebruik: het medicijn, misselijk, hoesten)

Ik wil graag  

Voorbeeld:

Ik wil graag een medicijn tegen hoesten. Ik ben misselijk en ik hoest veel.

4. Je stuurt een kort bericht naar een vriend(in) met griep. Wens beterschap en bied iets kleins aan om te helpen. (Gebruik: de griep, Beterschap!, helpen)

Beterschap! Ik  

Voorbeeld:

Beterschap! Ik hoop dat je snel beter wordt. Ik kan helpen met boodschappen.

Oefening 6: Schrijfopdracht

Instructie: Schrijf 4 of 5 zinnen over een dag waarop jij ziek bent en wat je dan thuis doet of bij de huisarts zegt.

Nuttige uitdrukkingen:

Ik voel me niet zo goed. / Ik heb last van ... / Ik blijf vandaag thuis en neem rust. / Ik wil graag een afspraak bij de huisarts.

Oefening 7: Gespreksoefening

Instructie:

  1. Beschrijf de symptomen van elke persoon. (Beschrijf de symptomen van elke persoon.)
  2. Je bent bij de dokter: maak een dialoog. (Je bent bij de dokter: creëer een dialoog.)

Richtlijnen tijdens het lesgeven +/- 10 minuten

Voorbeeldzinnen:

Hij heeft pijn in de nek.

Je hebt koorts.

Mijn rug doet pijn.

Waar doet het pijn?

Ik heb een hoest.

Ik heb hoofdpijn.

Ik heb buikpijn.

Ik voel me misselijk.

...