Bij een ja/nee-vraag is het antwoord altijd ja of nee.

Wat leer je hier precies?

  • Je herkent een hoofdzin (gewone mededelende zin).
  • Je maakt van een hoofdzin een ja/nee-vraag.
  • Je let op de vaste volgorde van de woorden.

Als je deze pagina hebt gelezen, kun je zelf zinnen omzetten:

  • van: Ik woon in Utrecht.
  • naar: Woon ik in Utrecht?

Hoofdzin: de basisvolgorde (S – V – R)

In een hoofdzin staat de volgorde meestal zo:

  • Subject (S) – wie doet iets?
  • Werkwoord (V) – de persoonsvorm
  • Rest (R) – plaats, tijd, object, enz.
Type Volgorde Voorbeeld
Hoofdzin S – V – R Ik (S) woon (V) in Utrecht (R).
Jan (S) leest (V) een boek in zijn kamer (R).
  • Er is altijd één werkwoord de persoonsvorm (V).
  • Daarvoor staat het subject, daarna de rest.

Ja/nee-vraag: gewoon S en V omdraaien

Voor een ja/nee-vraag verander je alleen de plaats van:

  • het werkwoord (V)
  • het subject (S)

De rest van de zin blijft staan waar hij staat.

Hoofdzin Ja/nee-vraag Schema
Ik woon in Utrecht. Woon ik in Utrecht? S–V–R → V–S–R
Jij werkt morgen thuis. Werk jij morgen thuis? S–V–R → V–S–R
Mijn ouders zijn op vakantie. Zijn mijn ouders op vakantie? S–V–R → V–S–R
  • De volgorde van tijd en plaats verandert niet.
  • Alleen de eerste twee blokken wisselen van plaats.

Stap-voor-stap: van hoofdzin naar ja/nee-vraag

  1. Zoek het subject (S)
    Wie of wat doet iets?
    • Ik werk nu in Amsterdam. → S = ik
  2. Zoek de persoonsvorm (V)
    Verander de tijd om te testen.
    • Ik werk nu in Amsterdam. → gisteren: ik werkte → V = werk
  3. Draai S en V om
    • Ik werk nu in Amsterdam. → Werk ik nu in Amsterdam?
  4. Laat de rest staan
    • Tijd, plaats, object blijven achter S.
      Je verplaatst ze in deze basisstructuur niet.

Met “zijn”, “hebben” en andere werkwoorden

De regel blijft hetzelfde, ook bij onregelmatige werkwoorden.

Hoofdzin (S – V – R) Ja/nee-vraag (V – S – R)
Hij is thuis. Is hij thuis?
Wij hebben vandaag een afspraak. Hebben wij vandaag een afspraak?
U komt uit Spanje. Komt u uit Spanje?
  • Ook bij u verandert alleen de plek, niet de vorm: U woontWoont u?

Let op: persoonsvorm en “jij/jij”

Veel cursisten twijfelen bij de combinatie met jij of je.

  • In een hoofdzin: jij woont, jij werkt, jij maakt.
  • In een ja/nee-vraag: Woon jij?, Werk jij?, Maak jij?

Let op het verschil:

Goed Fout
Woon jij in Amsterdam? Woont jij in Amsterdam?
Werk jij morgen thuis? Werkt jij morgen thuis?
  • Bij ik/jij/we/jullie/zij gebruik je in een vraag meestal de stam: woon, werk, maak, kom.

Ja/nee-vraag of vraagwoord-vraag?

Een ja/nee-vraag begint direct met het werkwoord:

  • Woon jij in Utrecht?
  • Ben je getrouwd?

Bij een vraag met een vraagwoord komt er iets vóór het werkwoord:

  • Waar woon je?
  • Wanneer kom je?

In deze les gaat het alleen om de ja/nee-vraag: V – S – R.

Zelfcheck: begrijp je het patroon?

Zet in je hoofd steeds de twee schema’s naast elkaar:

Type zin Schema Voorbeeld
Hoofdzin S – V – R Wij wonen in Nederland.
Ja/nee-vraag V – S – R Wonen wij in Nederland?

Kun je de volgende vragen zelf beantwoorden?

  1. Wat is het subject in de zin?
    Kun je die persoon/het ding aanwijzen?
  2. Wat is de persoonsvorm?
    Verander de tijd: vandaag/gisteren. Welk woord verandert?
  3. Als je S en V omwisselt, blijft de rest dan netjes staan?

Als je deze drie stappen kunt, kun je zelfstandig hoofdzinnen en ja/nee-vragen maken.

Korte samenvatting om te onthouden

  • Hoofdzin: subject – werkwoord – rest.
  • Ja/nee-vraag: werkwoord – subject – rest.
  • Alle andere zinsdelen (tijd, plaats, object) blijven op hun plek.
  • Bij jij in een vraag gebruik je de stam: Woon jij?, Werk jij?, Kom jij?

Tip: lees je eigen zin altijd één keer hardop.
Hoor je vanzelf: is dit een mededeling of een vraag?

  1. Een hoofdzin volgt de volgorde: subject - werkwoord - rest
  2. Een ja/nee-vraag begint met het werkwoord, gevolgd door het subject. De andere zinsdelen blijven op hun plaats.
ZinstypeVoorbeeld
HoofdzinIk kom uit Engeland.
Ik woon nu in Utrecht.
Jan leest een boek in zijn kamer.
Ja/nee-vraagWoon je in Utrecht?
Krijg je morgen bezoek?
Zijn je ouders daar op vakantie?
Schijnt de zon deze week?

Oefening 1: Meerkeuze

Instructie: Kies het juiste antwoord

1. Wat ___ uw telefoonnummer?


2. Waar ___ je nu?


3. Wat ___ uw geboortedatum?


4. Je ___ in Amsterdam.


Oefening 2: Herschrijf de zinnen

Instructie: Herschrijf de hoofdzinnen als ja/nee-vraag of de ja/nee-vragen als hoofdzin. Let op de volgorde: hoofdzin = subject – werkwoord – rest; ja/nee-vraag = werkwoord – subject – rest.

Toon/verberg hints
  1. Hint Hint (? (maak een ja/nee-vraag)) Ik werk nu in Amsterdam.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Werk ik nu in Amsterdam?
  2. Ga je morgen naar de gemeente?
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Jij gaat morgen naar de gemeente.
  3. Hint Hint (? (maak een ja/nee-vraag)) Wij wonen al twee jaar in Nederland.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Wonen wij al twee jaar in Nederland?
  4. Heeft u vandaag een afspraak bij de dokter?
    ⇒ _______________________________________________ Example
    U heeft vandaag een afspraak bij de dokter.
  5. Mijn vrouw studeert Nederlands in Utrecht.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Studeert mijn vrouw Nederlands in Utrecht?
  6. Werken jullie op zaterdag?
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Jullie werken op zaterdag.

Oefening 3: Grammatica in actie

Instructie: Werk in tweetallen en vraag elkaars adres en contactgegevens telefonisch.

Situatie
Je belt met de gemeente om je adres en contactgegevens door te geven.

Bespreek
  • Wat is je straat, huisnummer en postcode?
  • Woon je in deze plaats of ergens anders? Vertel kort (hoofdzinnen).

Nuttige woorden en uitdrukkingen
  • Ik woon in ..., mijn huisnummer is ... .
  • Mijn postcode is ... en mijn woonplaats is ... .
  • Mijn telefoonnummer is ... . Klopt dat?

Gebruik in gesprek
  • hoofdzin: subject - werkwoord - rest
  • ja/nee-vraag: werkwoord - subject - rest

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage

Profile Picture

Kato De Paepe

Zakendoen en talen

KdG University of Applied Sciences and Arts Antwerp

University_Logo

Laatst bijgewerkt:

woensdag, 18/02/2026 17:59