1. Taalonderdompeling
A1.8.1 Activiteit
In het postkantoor
3. Grammatica
A1.8.2 Grammatica
Onvoltooid tegenwoordige tijd: regelmatige werkwoorden
A1.8.3 Grammatica
Hoofdzinnen en ja/nee-vragen
Belangrijk werkwoord
Geven (geven)
Belangrijk werkwoord
Ontvangen (ontvangen)
Belangrijk werkwoord
Sturen (sturen)
4. Oefeningen
Oefening 1: Zinnen herschikken
Instructie: Maak correcte zinnen.
Oefening 2: Meerkeuze
Instructie: Kies de juiste oplossing
1. Ik ___ mijn telefoonnummer aan de medewerker van het gemeentehuis.
2. ___ u het formulier naar mijn e-mailadres, alstublieft.
3. Hij ___ een sms met de postcode van het nieuwe adres.
4. Wij ___ onze geboortedatum en geboorteplaats aan de HR-medewerker.
Oefening 3: Gesprekskaarten
Instructie: Kies een situatie en oefen het gesprek met je docent of medestudenten.
Oefening 4: Reageer op de situatie
Instructie: Oefen in tweetallen of met je docent.
1. Je bent bij het gemeentehuis om je in te schrijven. De medewerker vraagt om jouw adres. Noem jouw straat, het huisnummer en de postcode. (Gebruik: Het huisnummer, De postcode, Mijn adres is...)
Mijn adres is
Voorbeeld:
Mijn adres is Kerkstraat 12, het huisnummer is 12 en de postcode is 1234 AB.
2. Je belt met de huisarts voor een afspraak. De assistent vraagt om jouw telefoonnummer. Geef jouw nummer. (Gebruik: De telefoon, Het telefoonnummer, bereikbaar zijn)
Mijn telefoonnummer is
Voorbeeld:
Mijn telefoonnummer is 06-12 34 56 78, u bent altijd op deze telefoon bereikbaar.
3. Je volgt een Nederlandse cursus. De docent vraagt om jouw e-mailadres om informatie te sturen. Geef jouw e-mailadres. (Gebruik: Het e-mailadres, sturen, ontvangen)
Mijn e-mailadres is
Voorbeeld:
Mijn e-mailadres is anna.peters@example.com, daar kan ik de informatie ontvangen.
4. Je maakt kennis met een nieuwe collega op kantoor. Jullie willen contact houden. Vraag naar zijn of haar contactgegevens. (Gebruik: Het contact, De telefoon, Het e-mailadres)
Mogen wij contact
Voorbeeld:
Mogen wij contact houden? Wat is jouw telefoonnummer en wat is jouw e-mailadres?
Oefening 5: Schrijfopdracht
Instructie: Schrijf 4 of 5 zinnen over uw eigen adres en contactgegevens, zoals u die invult op een online formulier.
Nuttige uitdrukkingen:
Mijn adres is … / Mijn postcode en woonplaats zijn … / Mijn telefoonnummer is … / Mijn e-mailadres is …
Oefening 6: Gespreksoefening
Instructie:
- Vraag iemand om hun contactgegevens. (Vraag iemand om hun contactgegevens.)
- Deel je adres en contactgegevens. (Deel uw adres en contactgegevens.)
Richtlijnen tijdens het lesgeven +/- 10 minuten