In deze les leer je de Nederlandse zinsbouw met inversie, waarbij de persoonsvorm altijd op de tweede plaats staat en het onderwerp vaak naar de derde plaats verschuift, bijvoorbeeld in "Gisteren at Pedro een banaan". Belangrijke termen zijn onder andere onderwerp, persoonsvorm en tijdsaanduiding.
- Manchmal steht anstelle des Subjekts ein anderer Satzteil an erster Stelle, dann muss das Subjekt an die dritte Stelle rücken.
- Das finite Verb steht immer an zweiter Stelle.
Positie in de zin (Position im Satz) | Zin zonder inversie (Satz ohne Inversion) | Functie (Funktion) | Zin met inversie (Satz mit Inversion) | Toelichting (Erläuterung) |
---|---|---|---|---|
1 | Pedro | Onderwerp (Subjekt) | Gisteren | Tijd (Zeit) |
2 | at | Persoonsvorm (Personalform) | at | Persoonsvorm (Personalform) |
3 | gisteren | Tijd (Zeit) | Pedro | Onderwerp (Subjekt) |
4 | een banaan | Lijdend voorwerp (Akkusativobjekt) | een banaan | Lijdend voorwerp (Akkusativobjekt) |
5 | op het werk | Plaats (Ort) | op het werk. | Plaats (Ort) |
Übung 1: Zinsbouw: inversie
Anleitung: Füllen Sie das richtige Wort ein.
hebben, heeft, ga, zal, wandelden, staan
Übung 2: Mehrfachauswahl
Anleitung: Wähle den Satz mit der korrekten Satzstellung bei der Anwendung von Inversion nach den Regeln des Niederländischen.