A2.21.2 - Zinsbouw: inversie
Zinsbouw: inversie
In een zin met inversie verplaatst het onderwerp naar een andere plaats.
- Soms staat in plaats van het onderwerp een ander zinsdeel op de eerste plaats, dan moet het onderwerp naar de derde plaats.
- De persoonsvorm staat altijd op de tweede plaats.
| Positie in de zin (Positie in de zin) | Zin zonder inversie (Zin zonder inversie) | Functie (Functie) | Zin met inversie (Zin met inversie) | Toelichting (Toelichting) |
|---|---|---|---|---|
| 1 | Pedro | Onderwerp (Onderwerp) | Gisteren | Tijd (Tijd) |
| 2 | at | Persoonsvorm (Persoonsvorm) | at | Persoonsvorm (Persoonsvorm) |
| 3 | gisteren | Tijd (Tijd) | Pedro | Onderwerp (Onderwerp) |
| 4 | een banaan | Lijdend voorwerp (Lijdend voorwerp) | een banaan | Lijdend voorwerp (Lijdend voorwerp) |
| 5 | op het werk | Plaats (Plaats) | op het werk. | Plaats (Plaats) |
Oefening 1: Zinsbouw: inversie
Instructie: Vul het juiste woord in.
ga, zal, wandelden, heeft, staan, hebben
Oefening 2: Meerkeuze
Instructie: Kies de zin met de juiste zinsvolgorde bij het gebruik van inversie volgens de regels van het Nederlands.
Oefening 3: Herschrijf de zinnen
Instructie: Herschrijf de zinnen met inversie: begin met het woord in de haakjes en zet de persoonsvorm op de tweede plaats.
-
Ik werk vandaag thuis.
-
De kinderen spelen na school in het park.
-
We vergaderen om twee uur op kantoor.
-
Jullie gaan morgen met de trein naar Amsterdam.⇒ _______________________________________________ ExampleMorgen gaan jullie met de trein naar Amsterdam.
Pas deze grammatica toe tijdens echte gesprekken!
Deze grammatica-oefeningen maken deel uit van onze conversatiecursussen. Vind een leraar en oefen dit onderwerp tijdens echte gesprekken!
- Implementeert ERK-, DELE-examen en Cervantes-richtlijnen
- Ondersteund door de universiteit van Siegen
Geschreven door
Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage