Het onderwerp en de persoonsvorm wisselen van plaats als de zin met een tijd of plaats begint.
- Als de zin met een tijd of plaats begint, passen we inversie toe.
- De persoonsvorm staat altijd op de tweede plaats in dit geval.
| Positie in de zin | Zin zonder inversie | Functie | Tijd eerst | Plaats eerst |
|---|---|---|---|---|
| 1 | Pedro | Onderwerp | Gisteren | Op het werk |
| 2 | bewerkte | Persoonsvorm | bewerkte | bewerkte |
| 3 | gisteren | Tijd | Pedro | Pedro |
| 4 | een design | Lijdend voorwerp | een design | gisteren |
| 5 | op het werk | Plaats | op het werk. | een design. |
Oefening 1: Meerkeuze
Instructie: Kies het juiste antwoord
1. ___ maken we vaak een wandeling in het bos.
2. ___ wandel je gemakkelijk omhoog naar de top.
3. ___ gaan we soms omlaag naar de rivier voor een korte wandeling.
4. ___ liepen mijn zus en ik langs het meer en door het bos.
Oefening 2: Meerkeuze
Instructie: Kies bij elke vraag de zin met de juiste inversie.
Oefening 3: Herschrijf de zinnen
Instructie: Herschrijf de zinnen door met een tijd of plaats te beginnen; gebruik inversie (de persoonsvorm blijft op de tweede plaats).
-
⇒ _______________________________________________ ExampleGisteren bewerkte Pedro een design op het werk.
-
⇒ _______________________________________________ ExampleIn Amsterdam werk ik nu in een groot kantoor.
-
⇒ _______________________________________________ ExampleVanmiddag geeft de manager feedback in vergaderzaal 2.
Oefening 4: Grammatica in actie
Instructie: Bespreek samen jullie plannen en maak duidelijke afspraken voor zondag.
- Waar en hoe laat beginnen jullie met wandelen? Beschrijf de route.
- Wat doen jullie eerst: naar het meer, het bos of de berg? Leg uit en gebruik tijd of plaats vooraan in de zin (bijvoorbeeld: Zondag…, In het bos…).
- In het bos
- Bij het meer
- Op de berg
- Tijd eerst, dan inversie: "Zondag gaan we naar het natuurgebied."
- Plaats eerst, dan inversie: "In het bos lopen we langzaam omhoog."