A2.21 - Sonntagsspaziergang machen
Een zondagse wandeling maken
1. Sprachimmersion
A2.21.1 Aktivität
Radfahren über den Abschlussdeich
3. Grammatik
A2.21.2 Grammatik
Satzbau: Inversion
Schlüsselverb
Zich ontspannen (sich entspannen)
Schlüsselverb
Stappen (schritte)
4. Übungen
Übung 1: Prüfungsvorbereitung
Anleitung: Lies den Text, fülle die Lücken mit den fehlenden Wörtern und beantworte die untenstehenden Fragen.
Zondagswandeling op de Utrechtse Heuvelrug
Wörter zu verwenden: wandelschoenen, beschrijft, route, meer, Heuvelrug, omhoog, bos, berg, natuurgebied, moeilijk, omlaag
(Sonntagsspaziergang im Nationalpark Utrechtse Heuvelrug)
Op zondag organiseert expatgroep “Nieuwe Buren” een rustige wandeling in Nationaal Park Utrechtse . We starten om tien uur bij het station in Driebergen en lopen samen naar het . De is ongeveer tien kilometer en gaat door het en langs een klein . Onderweg een gids het landschap en vertelt hij over de dieren in het park.
De wandeling is niet , maar goede zijn handig. Soms gaan we een beetje en daarna weer . Boven op een kleine hebben we een mooi uitzicht. Daar nemen we een korte pauze met koffie en thee. Wie mee wil, stuurt uiterlijk vrijdag een e‑mail naar de organisatie en schrijft met hoeveel vrienden of familie hij komt.Am Sonntag organisiert die Expatgruppe „Nieuwe Buren“ einen ruhigen Spaziergang im Nationalpark Utrechtse Heuvelrug. Wir starten um zehn Uhr am Bahnhof in Driebergen und laufen gemeinsam zum Naturschutzgebiet. Die Strecke ist etwa zehn Kilometer lang und führt durch den Wald und an einem kleinen See vorbei. Unterwegs beschreibt ein Guide die Landschaft und erzählt von den Tieren im Park.
Der Spaziergang ist nicht schwierig, aber gute Wanderschuhe sind empfehlenswert. Manchmal geht es ein wenig bergauf und danach wieder bergab. Oben auf einem kleinen Hügel haben wir eine schöne Aussicht. Dort machen wir eine kurze Pause mit Kaffee und Tee. Wer mitkommen möchte, schickt spätestens am Freitag eine E‑Mail an die Organisation und schreibt, mit wie vielen Freunden oder Familienmitgliedern er kommt.
-
Waar en hoe laat begint de wandeling van “Nieuwe Buren”?
(Wo und um wie viel Uhr beginnt der Spaziergang von „Nieuwe Buren“?)
-
Wat doen de deelnemers onderweg tijdens de wandeling?
(Was machen die Teilnehmenden unterwegs während des Spaziergangs?)
-
Waarom zijn goede wandelschoenen belangrijk voor deze wandeling?
(Warum sind gute Wanderschuhe für diesen Spaziergang wichtig?)
-
Zou jij je inschrijven voor deze wandeling? Waarom wel of niet?
(Würdest du dich für diesen Spaziergang anmelden? Warum (nicht)?)
Übung 2: Mehrfachauswahl
Anleitung: Wählen Sie die richtige Lösung
1. Zondag ___ we ons in het natuurgebied, maar daarna stappen we weer naar huis.
(Am Sonntag ___ wir uns im Naturschutzgebiet, aber danach gehen wir wieder nach Hause.)2. Daarna ___ we langs de rivier en door het bos naar een gemakkelijk pad.
(Danach ___ wir am Fluss entlang und durch den Wald zu einem leicht begehbaren Weg.)3. Op de top van de kleine berg ___ we ons even ontspannen en wat foto’s maken.
(Auf dem Gipfel des kleinen Berges ___ wir uns kurz entspannen und machen einige Fotos.)4. Gisteren ___ we eerst omlaag naar het meer en daarna omhoog terug naar de parkeerplaats.
(Gestern ___ wir zuerst hinunter zum See gegangen und danach wieder hinauf zum Parkplatz.)Übung 3: Dialogkarten
Anleitung: Wähle eine Situation aus und übe das Gespräch mit deinem Lehrer oder deinen Mitschülern.
Vrienden uitnodigen voor een boswandeling
Mark (vriend): Anzeigen Hoi Inge, heb je zondag tijd voor een wandeling in het natuurgebied bij Lage Vuursche?
(Hallo Inge, hast du am Sonntag Zeit für einen Spaziergang im Naturschutzgebiet bei Lage Vuursche?)
Inge (vriendin): Anzeigen Leuk, ja! Is de route daar gemakkelijk of een beetje moeilijk?
(Super, ja! Ist die Strecke dort leicht oder eher etwas anspruchsvoll?)
Mark (vriend): Anzeigen Het is een gemakkelijke route door het bos, we stappen ongeveer twee uur langs het meer en een kleine rivier.
(Es ist eine einfache Strecke durch den Wald. Wir laufen etwa zwei Stunden, größtenteils am See und an einem kleinen Fluss entlang.)
Inge (vriendin): Anzeigen Top, dan trek ik mijn wandelschoenen aan en neem ik koffie mee in een thermosfles.
(Perfekt, dann ziehe ich meine Wanderschuhe an und nehme Kaffee in einer Thermoskanne mit.)
Offene Fragen:
1. Hoe nodig jij meestal vrienden uit voor een wandeling of afspraak in het weekend?
Wie lädst du normalerweise Freundinnen oder Freunde zu einem Spaziergang oder Treffen am Wochenende ein?
2. Wat is voor jou een gemakkelijke route: vlak in het bos, langs een rivier, of omhoog in de bergen? Waarom?
Welche Strecke findest du am einfachsten: flach im Wald, entlang eines Flusses oder bergauf in den Bergen? Warum?
Familiebezoek en plannen voor de Veluwe
Sara (schoonzus): Anzeigen Johan, zullen we in mei een korte wandelreis op de Veluwe maken met de kinderen?
(Johan, sollen wir im Mai mit den Kindern einen kurzen Wanderausflug auf der Veluwe machen?)
Johan (zwager): Anzeigen Goed idee, daar is een mooi natuurgebied met bos en een route langs een kleine waterval.
(Gute Idee — dort gibt es ein schönes Naturschutzgebiet mit Wald und einer Strecke, die an einem kleinen Wasserfall vorbeiführt.)
Sara (schoonzus): Anzeigen Prima, dan kiezen we een niet te moeilijke route, een beetje omhoog en omlaag is wel goed.
(Prima, dann wählen wir eine nicht zu schwere Strecke. Ein bisschen bergauf und bergab ist in Ordnung.)
Johan (zwager): Anzeigen Ja, dan neem ik mijn nieuwe wandelschoenen mee en jij kunt de route beschrijven in de familie-app.
(Ja, dann nehme ich meine neuen Wanderschuhe mit und du kannst die Route in der FamilienApp beschreiben.)
Offene Fragen:
1. Zou jij liever omhoog een berg op wandelen of vlak door het bos? Leg uit waarom.
Würdest du lieber bergauf wandern oder gemütlich flach durch den Wald? Erkläre warum.
2. Met wie zou jij graag een wandelreis in Nederland maken, en naar welk natuurgebied wil je dan gaan?
Mit wem würdest du gern eine Wanderreise in den Niederlanden unternehmen und in welches Naturschutzgebiet würdet ihr dann gehen?
Übung 4: Auf die Situation reagieren
Anleitung: Übe zu zweit oder mit deiner Lehrkraft.
1. Je wilt op zondag met een collega gaan wandelen in een natuurgebied bij jou in de buurt. Je stuurt een WhatsApp-bericht en nodigt hem of haar uit. (Gebruik: Het natuurgebied, zondag, gezellig)
(Du möchtest am Sonntag mit einer Kollegin oder einem Kollegen in einem Naturschutzgebiet in deiner Nähe spazieren gehen. Du schickst eine WhatsApp‑Nachricht und lädst sie oder ihn ein. (Verwenden: het natuurgebied, Sonntag, gemütlich))Zondag wil ik graag
(Am Sonntag möchte ich gerne ...)Beispiel:
Zondag wil ik graag in het natuurgebied bij mij in de buurt wandelen, misschien een uurtje, als jij ook tijd hebt.
(Am Sonntag möchte ich gerne im Naturschutzgebiet in meiner Nähe spazieren gehen, vielleicht eine Stunde, wenn du auch Zeit hast.)2. Je bent met vrienden in Zuid-Limburg. Jij stelt voor om niet in de stad te blijven, maar een route in de bergen te lopen. Leg kort uit wat je wilt doen. (Gebruik: De berg, een mooie route, uitzicht)
(Du bist mit Freunden in Süd‑Limburg. Du schlägst vor, nicht in der Stadt zu bleiben, sondern eine Strecke in den Hügeln zu gehen. Erkläre kurz, was du machen möchtest. (Verwenden: de berg, eine schöne Route, Aussicht))Ik wil graag
(Ich möchte gerne ...)Beispiel:
Ik wil graag op de berg een route lopen, dan kunnen we rustig wandelen en van het uitzicht genieten.
(Ich möchte gerne auf dem Berg eine schöne Route gehen, dann können wir gemütlich wandern und die Aussicht genießen.)3. Je belt je zus om te vragen of ze mee wil op een wandelreis in Oostenrijk. Vertel wat jullie ongeveer gaan doen en hoe moeilijk het is. (Gebruik: De wandelreis, gemakkelijk, omhoog en omlaag)
(Du rufst deine Schwester an, um zu fragen, ob sie mit auf eine Wanderreise nach Österreich kommen will. Erzähle, was ihr ungefähr machen werdet und wie schwer es ist. (Verwenden: de wandelreis, einfach, bergauf und bergab))Op de wandelreis gaan we
(Auf der Wanderreise werden wir ...)Beispiel:
Op de wandelreis gaan we elke dag een paar uur wandelen. Het is vrij gemakkelijk, we lopen langzaam omhoog en omlaag en we maken veel pauzes.
(Auf der Wanderreise werden wir jeden Tag ein paar Stunden wandern. Es ist eher einfach: wir gehen langsam bergauf und bergab und machen viele Pausen.)4. Je staat bij de ingang van een groot bos in Nederland en praat met een andere wandelaar. Jij kent de route niet goed en vraagt naar een makkelijke weg. (Gebruik: Het bos, de route, gemakkelijk)
(Du stehst am Eingang eines großen Waldes in den Niederlanden und sprichst mit einer anderen Wanderin oder einem anderen Wanderer. Du kennst die Strecke nicht gut und fragst nach einem einfachen Weg. (Verwenden: de route, der Wald, einfach))Kunt u mij
(Können Sie mir ...)Beispiel:
Kunt u mij misschien een makkelijke route in het bos uitleggen, niet te lang, want ik ben hier voor het eerst?
(Können Sie mir vielleicht eine einfache Strecke im Wald erklären, nicht zu lang, denn ich bin zum ersten Mal hier?)Übung 5: Schreibübung
Anleitung: Schreibe 5 oder 6 Sätze, in denen du einen Freund oder Kollegen zu einem Sonntagsspaziergang einlädst und erklärst, wo ihr entlanggehen werdet und was man dort sehen und tun kann.
Nützliche Ausdrücke:
Zullen we samen gaan wandelen op zondag? / We starten om … uur bij … / De route gaat door … en langs … / Laat je me weten of je mee wilt?
Oefening 6: Gesprächsübung
Instructie:
- Beschrijf de afbeeldingen: de uitzichten, de activiteiten en de kleding. (Beschreiben Sie die Bilder: die Aussichten, die Aktivitäten und die Kleidung.)
- In welk land wil je gaan wandelen? (In welchem Land möchten Sie wandern gehen?)
Unterrichtsrichtlinien +/- 10 Minuten
Anweisungen für den Lehrer
- Lies die Beispielsätze laut vor.
- Beantworte die Fragen zum Bild.
- Die Studenten können diese Übung auch als schriftlichen Text für die nächste Klasse vorbereiten.
Beispielsätze:
|
Ik hou van wandelen omdat de natuur mooi is. Ik geniet van bergmeren en toppen met sneeuw. Ich gehe gerne wandern, weil die Natur wunderschön ist. Ich genieße Bergseen und Gipfel mit Schnee. |
|
Ik houd van wandelen als er een goed pad is. Ich gehe gerne wandern, wenn es einen guten Weg gibt. |
|
Ik houd niet van wandelen omdat wandelingen lang en vermoeiend zijn. Ich mag Wandern nicht, weil Wanderungen lang und anstrengend sind. |
|
Het is erg belangrijk om water, een goede rugzak en goede kleding mee te nemen. Es ist sehr wichtig, Wasser, einen guten Rucksack und gute Kleidung zu haben. |
|
Je moet comfortabele wandelschoenen en wandelstokken hebben. Du musst bequeme Wanderschuhe und Wanderstöcke haben. |
|
Ik ga vaak wandelen in landen met hoge bergen zoals Spanje, Frankrijk of Zwitserland. Ich gehe oft in Ländern mit hohen Bergen wie Spanien, Frankreich oder der Schweiz wandern. |
| ... |