A2.8.2 - Irregular past participles
Onregelmatige voltooid deelwoorden
Bij onregelmatige voltooid deelwoorden veranderen de stam, zoals gebracht, gedacht, gezocht.
(In irregular past participles, the stem changes, such as gebracht, gedacht, gezocht.)
- The stem can change significantly in irregular verbs.
| Infinitief (Infinitive) | Voltooid deelwoord (Past participle) |
|---|---|
| brengen (to bring) | gebracht (brought) |
| denken (to think) | gedacht (thought) |
| kopen (to buy) | gekocht (bought) |
| zoeken (to look for) | gezocht (looked for) |
| hebben (to have) | gehad (had) |
| doen (to do) | gedaan (done) |
| gaan (to go) | gegaan (gone) |
| zijn (to be) | geweest (been) |
| moeten (to have to / must) | gemoeten (had to / must have) |
| zitten (to sit) | gezeten (sat) |
Exceptions!
- These are common irregular verbs, but there are more.
Exercise 1: Onregelmatige voltooid deelwoorden
Instruction: Fill in the correct word.
geweest, gebracht, gevonden, gegaan, politie, gedaan, gedacht, gehad
Exercise 2: Multiple Choice
Instruction: Choose the correct sentence with the appropriate irregular past participle in the context of vacation disasters, police reports, or emergency aid.
Exercise 3: Rewrite the phrases
Instruction: Rewrite the sentences in the present perfect tense using the correct irregular past participle (have/be + past participle).
-
Ik breng de kinderen naar school.⇒ _______________________________________________ ExampleIk heb de kinderen naar school gebracht.(Ik heb de kinderen naar school gebracht.)
-
Wij denken veel aan onze familie in het buitenland.⇒ _______________________________________________ ExampleWij hebben veel aan onze familie in het buitenland gedacht.(Wij hebben veel aan onze familie in het buitenland gedacht.)
-
Mijn collega koopt een nieuwe laptop voor zijn werk.⇒ _______________________________________________ ExampleMijn collega heeft een nieuwe laptop voor zijn werk gekocht.(Mijn collega heeft een nieuwe laptop voor zijn werk gekocht.)
-
Gisteren ga ik met mijn buurvrouw naar de markt.⇒ _______________________________________________ ExampleGisteren ben ik met mijn buurvrouw naar de markt gegaan.(Gisteren ben ik met mijn buurvrouw naar de markt gegaan.)
-
De student zit de hele middag in de bibliotheek.⇒ _______________________________________________ ExampleDe student heeft de hele middag in de bibliotheek gezeten.(De student heeft de hele middag in de bibliotheek gezeten.)
-
Weet je nog? Vorig jaar zijn we op vakantie in Nederland.⇒ _______________________________________________ ExampleWeet je nog? Vorig jaar zijn we op vakantie in Nederland geweest.(Weet je nog? Vorig jaar zijn we op vakantie in Nederland geweest.)
Apply this grammar during real conversations!
These grammar exercises are part of our conversation courses. Find a teacher and practise this topic during real conversations!
- Implements CEFR, DELE exam and Cervantes guidelines
- Supported by the university of Siegen
Written by
This content has been designed and reviewed by the coLanguage pedagogical team: About coLanguage