Onregelmatige voltooid deelwoorden

Onregelmatige voltooid deelwoorden


Bij onregelmatige voltooid deelwoorden veranderen de stam, zoals gebracht, gedacht, gezocht.

Onregelmatige voltooid deelwoorden: wat verandert er?

Bij onregelmatige werkwoorden kun je het voltooid deelwoord (VD) niet altijd “uitrekenen” met -d/-t.

De stam kan veranderen. Daarom leer je deze vormen meestal als vaste combinatie: infinitief → voltooid deelwoord.

Infinitief Voltooid deelwoord Voorbeeld in de perfect
brengen gebracht Ik heb de documenten naar de balie gebracht.
denken gedacht We hebben aan een noodplan gedacht.
kopen gekocht Hij heeft een nieuw ticket gekocht.
zoeken gezocht Ik heb overal gezocht.
doen gedaan We hebben meteen aangifte gedaan.
gaan gegaan Ik ben naar het politiebureau gegaan.
zijn geweest Ze is al bij de ambassade geweest.
zitten gezeten We hebben drie uur op het vliegveld gezeten.

De “bouw” van de voltooide tijd (perfect)

  • hebben/zijn (persoonsvorm) + voltooid deelwoord
  • Het VD staat meestal achteraan in de zin.
Goed Waarom?
Ik heb extra lang gezocht. Perfect: heb + VD.
Wij zijn naar de ambassade gegaan. Beweging: vaak zijn + VD.

Wanneer gebruik je hebben en wanneer zijn?

  • hebben: bij de meeste werkwoorden (actie/handeling).
  • zijn: vaak bij beweging of verandering (gaan, komen, vertrekken, worden, etc.).
  • zijn hoort ook bij zijn → geweest.
Werkwoord Hulpwerkwoord Voorbeeld
gaan zijn Ik ben naar het loket gegaan.
zitten hebben We hebben lang in de wachtruimte gezeten.
doen hebben Hij heeft alles correct gedaan.
zijn zijn Ze is daar al eerder geweest.

Spelling die vaak misgaat (en waar je op let)

  • Geen extra letters: gegaan (niet gegaaan).
  • Geen extra uitgangen: gegaan (niet gegaanen).
  • Onregelmatig = vorm onthouden: gedacht, gebracht, gekocht (niet met -d/-t “zelf maken”).
  • Los of vast? Bij werkwoorden met een voorvoegsel schrijf je het VD meestal aan elkaar:
    • aangeven → aangegeven (niet aan gegeven)

Snelle zelfcheck (30 seconden)

  1. Wil je zeggen dat iets al gebeurd is? Kies de perfect.
  2. Kies het hulpwerkwoord: meestal hebben; bij beweging/verandering vaak zijn.
  3. Pak het juiste onregelmatige voltooid deelwoord uit de lijst (leer als paar).
  4. Zet het VD achteraan in de zin.

Mini-test: Ik ____ naar de politie ____.
Antwoord: Ik ben naar de politie gegaan.

Wat leer je hier precies?

  • Je herkent dat sommige voltooid deelwoorden onregelmatig zijn.
  • Je combineert ze correct met hebben of zijn.
  • Je voorkomt typische fouten in spelling en woordvolgorde.
  1. De stam kan sterk veranderen bij onregelmatige werkwoorden.
InfinitiefVoltooid deelwoord
brengengebracht
denkengedacht
kopengekocht
zoekengezocht
hebbengehad
doengedaan
gaangegaan
zijngeweest
moetengemoeten
zittengezeten

Uitzonderingen!

  1. Dit zijn veelvoorkomende onregelmatige werkwoorden, maar er zijn er nog meer.

Oefening 1: Meerkeuze

Instructie: Kies het juiste antwoord

1. Ik heb uw paspoort niet in het systeem gevonden, dus ik heb extra lang _____.


2. Ik ben direct naar het politiebureau _____ en heb daar aangifte gedaan.


3. Ik heb al met de ambassade gebeld en ik heb alle formulieren ingevuld die zij _____ gevraagd.


4. We hebben alles _____ wat we konden en we hebben contact gelegd met de politie in Nederland.


Oefening 2: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste zin met het correcte onregelmatige voltooid deelwoord in de context van vakantierampen, politierapporten of noodhulp.

1.
Het voltooid deelwoord 'aangegeven' wordt aan elkaar geschreven, niet los.
De woordvolgorde is onnatuurlijk; 'het al' hoort niet tussen 'bij de politie' en 'aangegeven' te staan.
2.
'Bewaart' is geen voltooid deelwoord, maar de tegenwoordige tijd; hier moet het voltooid deelwoord 'bewaard' staan.
Het voltooid deelwoord 'bewaard' mag niet met een hoofdletter midden in de zin geschreven worden.

Oefening 3: Herschrijf de zinnen

Instructie: Herschrijf de zinnen in de voltooide tegenwoordige tijd met het juiste onregelmatige voltooid deelwoord (hebben/zijn + voltooid deelwoord).

Toon/verberg hints
  1. Ik breng de kinderen naar school.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Ik heb de kinderen naar school gebracht.
  2. Wij denken veel aan onze familie in het buitenland.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Wij hebben veel aan onze familie in het buitenland gedacht.
  3. Mijn collega koopt een nieuwe laptop voor zijn werk.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Mijn collega heeft een nieuwe laptop voor zijn werk gekocht.
  4. Gisteren ga ik met mijn buurvrouw naar de markt.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Gisteren ben ik met mijn buurvrouw naar de markt gegaan.

Oefening 4: Grammatica in actie

Instructie: Bespreek met een partner wat er precies gebeurde en wat je al hebt gedaan.

Situatie
Je vakantie in Spanje werd een ramp: je paspoort en tas zijn kwijt.

Bespreek
  • Wat is er precies gebeurd tijdens je vakantie? Vertel in de verleden tijd.
  • Bij wie heb je hulp gevraagd (politie, ambassade, reisverzekering)? Wat hebben zij gedaan?

Nuttige woorden en uitdrukkingen
  • Ik ben naar de ambassade geweest.
  • Ik heb de politie gebeld en aangifte gedaan.
  • Mijn tas is gestolen; ik heb overal gezocht.

Gebruik in gesprek
  • Ik heb mijn paspoort/portemonnee kwijtgeraakt en gezocht.
  • Ik ben naar het politiebureau/de ambassade geweest.
  • Ik heb om hulp gevraagd en hulp gekregen/gekregen niet.

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage

Profile Picture

Kato De Paepe

Zakendoen en talen

KdG University of Applied Sciences and Arts Antwerp

University_Logo

Laatst bijgewerkt:

woensdag, 25/03/2026 05:19