A1.8.2 - Present simple tense: regular verbs
Onvoltooid tegenwoordige tijd: regelmatige werkwoorden
De tegenwoordige tijd met regelmatige werkwoorden wordt gebruikt om te spreken over handelingen die nu plaatsvinden.
(The present tense with regular verbs is used to talk about actions that are taking place now.)
- You find the stem by removing -en from the verb.
| Werken (Work) | Maken (Make) | Antwoorden (Answer) | Blijven (Stay) | Reizen (Travel) |
|---|---|---|---|---|
| Ik werk (I work) | Ik maak (I make) | Ik antwoord (I answer) | Ik blijf (I stay) | Ik reis (I travel) |
| Jij werkt (You work) | Jij maakt (You make) | Jij antwoordt (You answer) | Jij blijft (You stay) | Jij reist (You travel) |
| Hij/Zij werkt (He/She works) | Hij/Zij maakt (He/She makes) | Hij/Zij antwoordt (He/She answers) | Hij/Zij blijft (He/She stays) | Hij/Zij reist (He/She travels) |
| Wij werken (We work) | Wij maken (We make) | Wij antwoorden (We answer) | Wij blijven (We stay) | Wij reizen (We travel) |
| Jullie werken (You [plural] work) | Jullie maken (You [plural] make) | Jullie antwoorden (You [plural] answer) | Jullie blijven (You [plural] stay) | Jullie reizen (You [plural] travel) |
| Zij werken (They work) | Zij maken (They make) | Zij antwoorden (They answer) | Zij blijven (They stay) | Zij reizen (They travel) |
Exceptions!
- "Maken:" If the verb has one vowel and one consonant before -en, then the vowel doubles in the first, second, and third person singular.
- "Blijven:" If the verb has a -v before -en, then in the stem the -v changes to an -f.
- "Reizen:" If the verb has a -z before -en, the -z in the stem changes to an -s.
Exercise 1: Onvoltooid tegenwoordige tijd: regelmatige werkwoorden
Instruction: Fill in the correct word.
wacht, werken, maakt, kijkt, loopt, antwoordt, reis, drinken
Exercise 2: Multiple choice
Instruction: Choose the correct answer
1. U vult het formulier in en u ______ uw telefoonnummer en e-mailadres.
You fill in the form and ______ your phone number and email address.)2. Jij ______ een overzicht met alle contacten en adressen.
You ______ an overview of all contacts and addresses.)3. Hij ______ bij de balie en hij wacht op uw postcode en huisnummer.
He ______ at the desk and waits for your postal code and house number.)4. Wij ______ vaak naar Nederland en wij werken daar met veel internationale contacten.
We ______ often to the Netherlands and work there with many international contacts.)Exercise 3: Rewrite the phrases
Instruction: Rewrite the sentences. Put the bold verb into the present tense for the indicated subject (I, you, he/she, we, you, they).
-
⇒ _______________________________________________ ExampleIk werk in een groot kantoor in Amsterdam.(Ik werk in een groot kantoor in Amsterdam.)
-
⇒ _______________________________________________ ExampleHij maakt elke ochtend een planning voor de dag.(Hij maakt elke ochtend een planning voor de dag.)
-
⇒ _______________________________________________ ExampleJullie antwoorden snel op de e-mails van de klanten.(Jullie antwoorden snel op de e-mails van de klanten.)
-
⇒ _______________________________________________ ExampleWij blijven vandaag thuis en werken online.(Wij blijven vandaag thuis en werken online.)
-
⇒ _______________________________________________ ExampleIk reis vaak met de trein naar het werk.(Ik reis vaak met de trein naar het werk.)
-
⇒ _______________________________________________ ExampleZij maken een afspraak bij de gemeente.(Zij maken een afspraak bij de gemeente.)
Apply this grammar during real conversations!
These grammar exercises are part of our conversation courses. Find a teacher and practise this topic during real conversations!
- Implements CEFR, DELE exam and Cervantes guidelines
- Supported by the university of Siegen
Written by
This content has been designed and reviewed by the coLanguage pedagogical team: About coLanguage