Verbs with '(om) te', 'laten' and 'aan het'

Werkwoorden met '(om) te', 'laten' en 'aan het'


Bij sommige werkwoorden gebruik je extra vormen zoals 'te', 'laten', 'aan het', 'om te'.

(With some verbs you use extra forms such as 'te', 'laten', 'aan het', 'om te'.)

Choose the right structure: purpose, ongoing action, decision, or “let/have”

  • laten + infinitive = someone else does the action (you arrange/allow it)
  • te + infinitive = linked to certain verbs (decide, try, begin, forget…)
  • om te + infinitive = purpose/goal (why you do something)
  • aan het + infinitive = action happening right now (in progress)

1) laten + verb: you arrange that someone else does it

Meaning: “to have something done” / “to let someone do something”.

Form: laten + infinitive (never te).

  • Ik laat het reisbureau de vlucht boeken. (I have the travel agency book the flight.)
  • Zij laat haar collega de presentatie voorbereiden.
  • Laat je je fiets maken? (Are you getting your bike repaired?)

Common pitfall:

  • Ik laat het reisbureau de vlucht te boeken.Ik laat het reisbureau de vlucht boeken.

Extra: Laten we… = making a suggestion

In suggestions, Dutch uses Laten we + infinitive (like “Let’s…”).

  • Laten we op tijd vertrekken.
  • Laten we na de meeting koffie drinken.

2) te + infinitive: after specific verbs

Some verbs “pull” a te + infinitive with them.

Think: decide / plan / promise / try / start / forget.

Verb Example
besluiten (to decide) We besluiten eerder te gaan.
proberen (to try) Ik probeer Nederlands te spreken.
beginnen (to start) Ik begin me klaar te maken.

Self-check: Is there a “trigger verb” like besluiten/beginnen/proberen? Then you usually need te.

3) om te + infinitive: purpose (the goal)

Use om te when you answer: Why? / For what purpose?

Form: om + te + infinitive (always with te).

  • Ik ga naar Nederland om daar te werken.
  • We gaan naar Texel om een week te ontspannen.
  • Hij belt om een afspraak te maken.

Common pitfall:

  • Ik ga naar Nederland om daar werken.…om daar te werken.

4) aan het + infinitive: action in progress (right now)

Use this when the action is happening at this moment.

Form: zijn + aan het + infinitive (no te).

  • Riet is haar koffer aan het maken.
  • We zijn aan het wachten op de bus.
  • Ik ben een e-mail aan het schrijven.

Common pitfalls:

  • We zijn aan wachten.We zijn aan het wachten.
  • Ik ben aan het te schrijven.Ik ben aan het schrijven.

Quick decision guide (1 question = 1 answer)

  1. Is it a goal/purpose? → use om te
  2. Is it happening right now? → use aan het
  3. Do you arrange that someone else does it? → use laten
  4. Do you have a “trigger verb” (decide/try/start…)? → use te

Word order notes that prevent mistakes

  • In these structures, the main verb is often the last part: … te werken, … aan het wachten, … boeken.
  • With laten, the person who does the action often comes right after laten:
    • Ik laat mijn collega het verslag schrijven.
  • With laten + “by someone” you often see door:
    • Ik laat de reis door het reisbureau boeken.
  1. After ''laten comes the full verb (infinitive) without 'te'.
  2. After 'om' you always use te + infinitief.
Constructie (Construction)Uitleg (Explanation)Voorbeeld (Example)
laten + werkwoord

Actie door iemand anders (Action done by someone else)

Voorstel  (Suggestion)

Ik laat de reis boeken door het reisbureau. (I have the trip booked by the travel agency.)

Laten we op vakantie gaan. (Let’s go on holiday.)

te + werkwoordNa bepaalde werkwoorden (After certain verbs)

Hij besluit naar Spanje te gaan. (He decides to go to Spain.)

Ik begin me klaar te maken. (I start getting ready.)

om te + infinitiefDoel of reden van een actie (Goal or reason for an action)Ik ga op vakantie om te ontspannen. (I’m going on holiday to relax.)
aan het + infinitiefActie is bezig (Action is in progress)Riet is haar koffer aan het maken. (Riet is packing her suitcase.)

Exercise 1: Multiple choice

Instruction: Choose the correct answer

1. We besluiten dit jaar met de trein naar Frankrijk ___ reizen.

We besluiten dit jaar met de trein naar Frankrijk ___ reizen.

2. Ik ___ de vlucht door het reisbureau boeken, omdat ik het zelf te druk heb.

Ik ___ de vlucht door het reisbureau boeken, omdat ik het zelf te druk heb.

3. We gaan in september naar Texel ___ daar een week te ontspannen.

We gaan in september naar Texel ___ daar een week uit te rusten.

4. We zijn al ___ wachten op de bus naar het strand.

We zijn al ___ wachten op de bus naar het strand.

Exercise 2: Multiple Choice

Instruction: Choose the correct sentence regarding verbs with 'te', 'laten', 'om te', and 'aan het'.

1.
There is no 'om te' after 'laten'. This construction is incorrect.
After 'laten', the infinitive verb does not take 'te'. Using 'to write' here is incorrect.
2.
The verb 'ontspannen' is incorrectly conjugated with an invalid '-en' ending.
'Te' is missing after 'om'. This is grammatically incorrect.

Exercise 3: Rewrite the phrases

Instruction: Rewrite the sentences using the correct construction: laten + verb, te + infinitive, om te + infinitive or aan het + infinitive, so that the meaning remains the same.

Show/Hide translation Show/Hide hints
  1. Hint Hint (laten) Het reisbureau boekt mijn vakantie.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Example
    Ik laat mijn vakantie door het reisbureau boeken.
    (I have the travel agency book my holiday.)
  2. Hint Hint (laten) Ik ga morgen naar de kapper. De kapper knipt mijn haar.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Example
    Morgen laat ik mijn haar knippen bij de kapper.
    (Tomorrow I'm having my hair cut at the hairdresser's.)
  3. Hint Hint (te) Ik heb een plan: ik ga sparen voor een vakantie.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Example
    Ik besluit te sparen voor een vakantie.
    (I've decided to save up for a holiday.)
  4. Hint Hint (om te) Ik volg een cursus. Ik wil beter Nederlands spreken.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Example
    Ik volg een cursus om beter Nederlands te spreken.
    (I'm taking a course to speak Dutch better.)

Exercise 4: Grammar in action

Instruction: Create a concrete travel plan together and agree who will arrange what.

Show/Hide translation
Situation
Jij en een collega bespreken bij het reisbureau gezamenlijke vakantieplannen.
(You and a colleague are at the travel agency discussing holiday plans together.)

Discuss
  • Wat ben je nu aan het regelen voor jullie volgende reis? (What are you arranging right now for your next trip?)
  • Wat zijn jullie van plan te doen om te ontspannen op vakantie? (What do you plan to do to relax on holiday?)

Useful words and phrases
  • Ik ben de vlucht aan het boeken bij het reisbureau. (I am booking the flight at the travel agency.)
  • Wij laten de excursie door de reisleider organiseren. (We are having the excursion organized by the tour leader.)
  • We gaan naar het eiland om op het strand te ontspannen. (We are going to the island to relax on the beach.)

Use in conversation
  • om te + infinitief (om te + infinitive)
  • aan het + infinitief (aan het + infinitive)
  • laten + werkwoord (laten + verb)

Written by

This content has been designed and reviewed by the coLanguage pedagogical team: About coLanguage

Profile Picture

Kato De Paepe

Business and languages

KdG University of Applied Sciences and Arts Antwerp

University_Logo

Last Updated:

Thursday, 26/03/2026 16:34