Bij sommige werkwoorden gebruik je extra vormen zoals 'te', 'laten', 'aan het', 'om te'.

Overzicht: vier veelgebruikte constructies

  • laten + werkwoord → iemand anders doet iets voor jou / je doet een voorstel.
  • te + infinitief → na bepaalde werkwoorden (bijv. beginnen, besluiten).
  • om te + infinitief → doel of reden.
  • aan het + infinitief → een actie is nu bezig.

Lees de korte regels hieronder. Kijk vooral naar de woorden direct vóór de infinitief.

1. laten: iemand anders doet het

Met laten + infinitief zeg je dat iemand anders de actie doet.

  • structuur: onderwerp + laten (vervoegd) + persoon / ding + infinitief
  • geen te bij deze infinitief
Goed Fout
Ik laat de monteur mijn laptop maken. Ik laat de monteur mijn laptop te maken.
We laten het reisbureau de tickets boeken. We laten het reisbureau de tickets om te boeken.

Let op: na laten komt nooit te of om te vóór het werkwoord.

  • Betekenis 1: iemand anders doet het
    Ik laat mijn auto repareren. → De garage repareert mijn auto, niet ik.
  • Betekenis 2: voorstel (meestal met we)
    Laten we morgen bellen. → Voorstel om samen te bellen.

Zelfcheck

  1. Zie je laten / laat / laat je / laten we in de zin?
  2. Komt er daarna nog een werkwoord?
  3. Staat dat werkwoord in de infinitief zonder te (bijv. doen, bellen, boeken)? → Dan is het goed.

2. te + infinitief na bepaalde werkwoorden

Na sommige werkwoorden heb je in het Nederlands bijna altijd te + infinitief nodig.

  • bijv. besluiten, proberen, vergeten, hopen, beginnen
Werkwoord Goed Fout
besluiten Hij besluit te gaan. Hij besluit gaan.
beginnen Ik begin te koken. Ik begin koken.

Handige mini-lijst (A2-niveau):

  • ik probeer te
  • ik besluit te
  • ik begin te
  • ik vergeet te
  • ik hoop te

Zelfcheck

  1. Heb je een werkwoord als proberen, besluiten, beginnen, hopen gebruikt?
  2. Komt er daarna nog een werkwoord?
  3. Heb je te vóór dat tweede werkwoord gezet? → Dan zit je goed.

3. om te + infinitief: doel of reden

Met om te + infinitief geef je een doel of reden van een actie.

  • Ik doe X om Y te doen.
Goed Fout
Ik leer Nederlands om met collega’s te praten. Ik leer Nederlands om met collega’s praten.
We gaan naar het strand om te ontspannen. We gaan naar het strand te ontspannen.

Belangrijk:

  • Na om komt altijd te + infinitief.
  • Gebruik om te niet na laten.
    Ik laat de monteur om mijn laptop te maken. → fout

Typische contexten

  • studie of werk: Ik volg een cursus om beter te schrijven.
  • vakantie: We huren een huis om rustig te werken.
  • dagelijkse doelen: Ik sta vroeg op om te sporten.

Zelfcheck

  1. Leg je uit waarom / met welk doel je iets doet?
  2. Staat er om vóór het tweede werkwoord?
  3. Staat er te + infinitief na om? → Dan klopt het.

4. aan het + infinitief: je bent ergens mee bezig

Met aan het + infinitief zeg je dat de actie precies nu bezig is.

  • structuur: zijn (ben / is / zijn) + aan het + infinitief
Goed Fout
Ik ben mijn presentatie aan het maken. Ik ben mijn presentatie aan maken.
Ze zijn de rapporten aan het lezen. Ze zijn de rapporten aan het te lezen.

Let op:

  • altijd de combinatie aan het, niet alleen aan.
  • nooit te na aan het.
  • Je gebruikt deze vorm vooral in spreektaal.

Zelfcheck

  1. Is het iets wat nu gebeurt?
  2. Heb je een vorm van zijn gebruikt (ben / is / zijn)?
  3. Schrijf je precies: aan het + infinitief? → Dan is het goed.

5. Waar moet je vooral op letten?

  • Kijk naar het woord vóór het infinitief:
    • staat er latengéén te, geen om.
    • staat er om → daarna moet te + infinitief komen.
    • staat er een werkwoord als beginnen, proberen, besluiten → meestal te + infinitief.
    • staat er aan het → daarachter komt direct de infinitief.
  • Gebruik maar één signaalwoord tegelijk:
    • aan te maken → of aan het maken óf te maken, niet allebei.
    • laten om te doen → of laten doen óf om te doen.

6. Snelle beslis-hulp: welke vorm kies je?

  1. Doet iemand anders de actie voor jou?
    → gebruik laten + infinitief.
    Ik laat mijn collega het verslag sturen.
  2. Leg je een doel of reden uit?
    → gebruik om te + infinitief.
    Ik maak een planning om efficiënter te werken.
  3. Is de actie precies nu bezig?
    → gebruik zijn + aan het + infinitief.
    We zijn de agenda aan het voorbereiden.
  4. Staat er een werkwoord als beginnen / proberen / besluiten?
    → gebruik te + infinitief.
    Ze probeert meer Nederlands te spreken.

7. Korte samenvatting om te onthouden

  • laten + infinitief → iemand anders doet het, geen te.
  • te + infinitief → na een aantal vaste werkwoorden.
  • om te + infinitief → doel / reden, na om altijd te.
  • aan het + infinitief → nu bezig, na een vorm van zijn.

Als je twijfelt, stel jezelf twee vragen:

  1. Wie doet de actie? Ik zelf, of iemand anders?
  2. Gaat het om nu, om een doel, of gewoon om een plan?

Met deze vragen kun je meestal zelf de juiste constructie kiezen.

  1. Na ''laten staat het hele werkwoord zonder 'te'.
  2. Na 'om' gebruik je altijd te + infinitief.
ConstructieUitlegVoorbeeld
laten + werkwoord

Actie door iemand anders

Voorstel 

Ik laat de reis boeken door het reisbureau.

Laten we op vakantie gaan.

te + werkwoordNa bepaalde werkwoorden

Hij besluit naar Spanje te gaan.

Ik begin me klaar te maken.

om te + infinitiefDoel of reden van een actieIk ga op vakantie om te ontspannen.
aan het + infinitiefActie is bezigRiet is haar koffer aan het maken.

Oefening 1: Meerkeuze

Instructie: Kies het juiste antwoord

1. We besluiten dit jaar met de trein naar Frankrijk ___ reizen.


2. Ik ___ de vlucht door het reisbureau boeken, omdat ik het zelf te druk heb.


3. We gaan in september naar Texel ___ daar een week te ontspannen.


4. We zijn al ___ wachten op de bus naar het strand.


Oefening 2: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste zin met betrekking tot werkwoorden met 'te', 'laten', 'om te' en 'aan het'.

1.
Na 'laten' komt geen 'om te'. Deze constructie is onjuist.
Na 'laten' staat het hele werkwoord zonder 'te'. 'te schrijven' is fout.
2.
Het werkwoord 'ontspannen' is verkeerd vervoegd met een onjuiste toevoeging '-en'.
Er ontbreekt 'te' na 'om'. Dit is grammaticaal onjuist.

Oefening 3: Herschrijf de zinnen

Instructie: Herschrijf de zinnen met de juiste constructie: laten + werkwoord, te + infinitief, om te + infinitief of aan het + infinitief, zodat de betekenis hetzelfde blijft.

Toon/verberg hints
  1. Hint Hint (laten) Het reisbureau boekt mijn vakantie.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Ik laat mijn vakantie door het reisbureau boeken.
  2. Hint Hint (laten) Ik ga morgen naar de kapper. De kapper knipt mijn haar.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Morgen laat ik mijn haar knippen bij de kapper.
  3. Hint Hint (te) Ik heb een plan: ik ga sparen voor een vakantie.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Ik besluit te sparen voor een vakantie.
  4. Hint Hint (om te) Ik volg een cursus. Ik wil beter Nederlands spreken.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Ik volg een cursus om beter Nederlands te spreken.

Oefening 4: Grammatica in actie

Instructie: Maak samen een concreet reisplan en spreek wie wat gaat regelen.

Situatie
Jij en een collega bespreken bij het reisbureau gezamenlijke vakantieplannen.

Bespreek
  • Wat ben je nu aan het regelen voor jullie volgende reis?
  • Wat zijn jullie van plan te doen om te ontspannen op vakantie?

Nuttige woorden en uitdrukkingen
  • Ik ben de vlucht aan het boeken bij het reisbureau.
  • Wij laten de excursie door de reisleider organiseren.
  • We gaan naar het eiland om op het strand te ontspannen.

Gebruik in gesprek
  • om te + infinitief
  • aan het + infinitief
  • laten + werkwoord

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage

Profile Picture

Kato De Paepe

Zakendoen en talen

KdG University of Applied Sciences and Arts Antwerp

University_Logo

Laatst bijgewerkt:

donderdag, 05/03/2026 04:17