Werkwoorden met '(om) te', 'laten' en 'aan het'

Werkwoorden met '(om) te', 'laten' en 'aan het'


Bij sommige werkwoorden gebruik je extra vormen zoals 'te', 'laten', 'aan het', 'om te'.

Kies snel de juiste constructie (betekenis eerst)

  • laten + infinitief = iemand anders doet de actie (of: jij geeft toestemming/een opdracht)
  • te + infinitief = na bepaalde werkwoorden (plan, begin, probeer, vergeet…)
  • om te + infinitief = doel/reden: “waarom doe je dit?”
  • aan het + infinitief = actie is nu bezig
Vraag die je jezelf stelt Dan gebruik je… Voorbeeld
Doet iemand anders het voor mij? laten + werkwoord

Ik laat de IT-afdeling mijn laptop updaten.

Wat is mijn doel? om te + werkwoord

Ik plan een week vrij om te herstellen.

Is het nu bezig? aan het + werkwoord

Ik ben de presentatie aan het voorbereiden.

Staat het na een ‘te-werkwoord’? te + werkwoord

We besluiten eerder te vertrekken.

1) Laten: iemand anders laat je het doen (geen te)

Vorm: laten + (persoon/instantie) + infinitief

  • Geen te na laten.
  • Je kunt het combineren met door als je de uitvoerder extra duidelijk wil maken.
Correct Niet correct

Ik laat mijn collega het verslag schrijven.

Ik laat mijn collega het verslag te schrijven.

Ik laat mijn vakantie boeken door het reisbureau.

Ik laat mijn vakantie om te boeken door het reisbureau.

Let op betekenis: laten kan ook “toestaan” betekenen.

  • De manager laat ons eerder gaan. (toestemming)
  • Ik laat de cateraar het eten brengen. (opdracht/regelen)

2) Te: vaste combinatie na bepaalde werkwoorden

Na sommige werkwoorden komt bijna altijd te + infinitief.

Veelgebruikte A2-werkwoorden:

  • besluiten te…
  • beginnen te…
  • proberen te…
  • vergeten te…
  • afspreken te…
  • leren te…
Werkwoord Voorbeeld
besluiten

We besluiten te reizen met de trein.

beginnen

Ik begin me klaar te maken voor de vergadering.

proberen

Ik probeer minder mail te checken in het weekend.

Veelgemaakte fout: te vergeten.

  • Ik begin me klaar maken. → Ik begin me klaar te maken.

3) Om te: doel = “waarvoor/waarom?”

Gebruik om te + infinitief als je een doel aangeeft.

  • Hoofdactie + om te + doelactie
  • Na om staat altijd te.
Correct Niet correct

Ik ga op vakantie om te ontspannen.

Ik ga op vakantie om ontspannen.

We plannen een overleg om te evalueren.

We plannen een overleg om evalueren.

Snelle check: kun je “met als doel…” ervoor zetten?

  • Ik volg een cursus (met als doel) om beter Nederlands te spreken.

4) Aan het: nu bezig (geen te)

Met aan het + infinitief zeg je dat iets op dit moment bezig is.

  • Vorm: zijn + aan het + infinitief
  • Geen te na aan het.
Correct Niet correct

Wij zijn de offerte aan het bekijken.

Wij zijn de offerte aan te bekijken.

Ze is haar koffer aan het maken.

Ze is haar koffer aan maken.

5) Veelvoorkomende verwarring (zo los je het op)

  1. “om te” of alleen “te”?

    • om te = doel/reden: Ik ga naar de sportschool om fit te blijven.
    • te = na een werkwoord zoals besluiten/beginnen/proberen: Ik besluit vaker te sporten.
  2. “laten” of “aan het”?

    • laten = iemand anders doet het: Ik laat de assistent de agenda beheren.
    • aan het = ik (of iemand) is nu bezig: Ik ben de agenda aan het bijwerken.
  3. Waar staat het werkwoord?

    • In alle vier constructies staat het tweede werkwoord als infinitief aan het einde van de groep: boeken, reizen, ontspannen, maken.

Zelfcheck in 20 seconden

  1. Wil je zeggen: doel? → om te

  2. Wil je zeggen: nu bezig? → aan het

  3. Wil je zeggen: iemand anders doet het? → laten (zonder te)

  4. Staat er een werkwoord als besluiten/beginnen/proberen? → te

  1. Na ''laten staat het hele werkwoord zonder 'te'.
  2. Na 'om' gebruik je altijd te + infinitief.
ConstructieUitlegVoorbeeld
laten + werkwoord

Actie door iemand anders

Voorstel 

Ik laat de reis boeken door het reisbureau.

Laten we op vakantie gaan.

te + werkwoordNa bepaalde werkwoorden

Hij besluit naar Spanje te gaan.

Ik begin me klaar te maken.

om te + infinitiefDoel of reden van een actieIk ga op vakantie om te ontspannen.
aan het + infinitiefActie is bezigRiet is haar koffer aan het maken.

Oefening 1: Meerkeuze

Instructie: Kies het juiste antwoord

1. We besluiten dit jaar met de trein naar Frankrijk ___ reizen.


2. Ik ___ de vlucht door het reisbureau boeken, omdat ik het zelf te druk heb.


3. We gaan in september naar Texel ___ daar een week te ontspannen.


4. We zijn al ___ wachten op de bus naar het strand.


Oefening 2: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste zin met betrekking tot werkwoorden met 'te', 'laten', 'om te' en 'aan het'.

1.
Na 'laten' komt geen 'om te'. Deze constructie is onjuist.
Na 'laten' staat het hele werkwoord zonder 'te'. 'te schrijven' is fout.
2.
Het werkwoord 'ontspannen' is verkeerd vervoegd met een onjuiste toevoeging '-en'.
Er ontbreekt 'te' na 'om'. Dit is grammaticaal onjuist.

Oefening 3: Herschrijf de zinnen

Instructie: Herschrijf de zinnen met de juiste constructie: laten + werkwoord, te + infinitief, om te + infinitief of aan het + infinitief, zodat de betekenis hetzelfde blijft.

Toon/verberg hints
  1. Hint Hint (laten) Het reisbureau boekt mijn vakantie.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Ik laat mijn vakantie door het reisbureau boeken.
  2. Hint Hint (laten) Ik ga morgen naar de kapper. De kapper knipt mijn haar.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Morgen laat ik mijn haar knippen bij de kapper.
  3. Hint Hint (te) Ik heb een plan: ik ga sparen voor een vakantie.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Ik besluit te sparen voor een vakantie.
  4. Hint Hint (om te) Ik volg een cursus. Ik wil beter Nederlands spreken.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Ik volg een cursus om beter Nederlands te spreken.

Oefening 4: Grammatica in actie

Instructie: Maak samen een concreet reisplan en spreek wie wat gaat regelen.

Situatie
Jij en een collega bespreken bij het reisbureau gezamenlijke vakantieplannen.

Bespreek
  • Wat ben je nu aan het regelen voor jullie volgende reis?
  • Wat zijn jullie van plan te doen om te ontspannen op vakantie?

Nuttige woorden en uitdrukkingen
  • Ik ben de vlucht aan het boeken bij het reisbureau.
  • Wij laten de excursie door de reisleider organiseren.
  • We gaan naar het eiland om op het strand te ontspannen.

Gebruik in gesprek
  • om te + infinitief
  • aan het + infinitief
  • laten + werkwoord

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage

Profile Picture

Kato De Paepe

Zakendoen en talen

KdG University of Applied Sciences and Arts Antwerp

University_Logo

Laatst bijgewerkt:

donderdag, 26/03/2026 16:34