Inleiding tot werkwoordconstructies met 'te', 'laten', 'om te' en 'aan het'
Deze les behandelt vier belangrijke Nederlandse werkwoordconstructies die vaak voorkomen bij het uitdrukken van handelingen, doelen en voorstellen. Je leert hoe je correct gebruikmaakt van de volgende structuren: laten + werkwoord, te + werkwoord, om te + infinitief en aan het + infinitief. Dit is essentieel voor het verbeteren van je spreek- en schrijfvaardigheid op A2-niveau.
1. De constructie "laten + werkwoord"
Deze constructie gebruik je wanneer iemand een actie door een ander laat uitvoeren of om een voorstel te doen.
- Actie door iemand anders: Bijvoorbeeld: "Ik laat de reis boeken door het reisbureau."
- Voorstel: Bijvoorbeeld: "Laten we op vakantie gaan."
2. De constructie "te + werkwoord"
Na bepaalde werkwoorden volgt een werkwoord met "te". Dit komt vaak voor bij werkwoorden die een begin, besluit of poging aangeven.
- Bijvoorbeeld: "Hij besluit naar Spanje te gaan."
- En: "Ik begin me klaar te maken."
3. De constructie "om te + infinitief"
Deze wordt gebruikt om het doel of de reden van een actie aan te geven.
- Bijvoorbeeld: "Ik ga op vakantie om te ontspannen."
4. De constructie "aan het + infinitief"
Met deze constructie geef je aan dat een handeling op dit moment bezig is.
- Bijvoorbeeld: "Riet is haar koffer aan het maken."
Belangrijke regels
- Na laten volgt altijd het hele werkwoord zonder te.
- Na om gebruik je altijd te + infinitief.
Praktische tips en woorden om te oefenen
Focus op woorden zoals besluiten, beginnen, laten, en zinnen die doelen en voorstellen uitdrukken. Probeer de voorbeelden hardop na te zeggen en nieuwe zinnen te maken met deze constructies.
Verschillen in instructietaal en Nederlands
Aangezien je instructietaal ook Nederlands is, kun je je volledig richten op het begrijpen en toepassen van deze werkwoordconstructies zonder vertalingen. Over het algemeen vereist het Nederlands het gebruik van "te" voor de infinitief na veel werkwoorden, terwijl andere talen soms andere tussenwoorden of structuren gebruiken. Een belangrijk punt is dat na laten het werkwoord direct volgt zonder "te", wat je bij sommige talen niet ziet.
Voorbeeldzinnen om te vergelijken:
- Ik laat hem helpen (zonder 'te').
- Ik probeer te helpen (met 'te').