Verbos con '(om) te', 'laten' y 'aan het'

Werkwoorden met '(om) te', 'laten' en 'aan het'


Bij sommige werkwoorden gebruik je extra vormen zoals 'te', 'laten', 'aan het', 'om te'.

(Con algunos verbos usas formas extra como 'te', 'laten', 'aan het', 'om te'.)

¿Qué estás aprendiendo aquí?

Cuatro construcciones muy frecuentes en neerlandés para hablar de:

  • que otra persona hace algo por tilaten + infinitivo
  • un verbo que “necesita” infinitivote + infinitivo
  • un objetivo / finalidadom te + infinitivo
  • una acción en progreso (ahora)aan het + infinitivo

1) laten + infinitivo (encargar / hacer que alguien haga algo)

Usa laten cuando tú organizas algo, pero otra persona lo hace.

  • Regla clave: después de laten va el verbo en infinitivo sin te.
Tipo Estructura Ejemplo
Servicio / encargo iemand laten + infinitivo

Ik laat de monteur mijn laptop schoonmaken.

Algo “por” una empresa (pasiva con door) iets laten + infinitivo + door + agente

Ik laat de reis boeken door het reisbureau.

Errores típicos:

  • Ik laat mijn collega’s het verslag te schrijven. → Ik laat mijn collega’s het verslag schrijven.
  • Ik laat mijn collega’s om het verslag schrijven. → (No se usa om te con laten.)

2) te + infinitivo (después de ciertos verbos)

Algunos verbos “abren la puerta” a una acción siguiente. En neerlandés, esa acción va con te.

  • Patrón: verbo 1 + … + te + infinitivo (verbo 2)
Verbo frecuente (A2) Ejemplo correcto Qué debes vigilar
besluiten (decidir)

Hij besluit naar Spanje te gaan.

te es obligatorio

beginnen (empezar)

Ik begin me klaar te maken.

no omitas te

Autocontrol: si puedes traducirlo como “decidir hacer algo / empezar a hacer algo”, normalmente necesitas te.

3) om te + infinitivo (finalidad: “para…”)

Usa om te cuando explicas el objetivo de una acción.

  • Regla fija: después de om va siempre te + infinitivo.
Idea Ejemplo
Acción + objetivo

Ik ga op vakantie om te ontspannen.

Plan concreto

We gaan naar Texel om daar een week te ontspannen.

Errores típicos:

  • We gaan op vakantie om ontspannen. → We gaan op vakantie om te ontspannen.

4) aan het + infinitivo (acción en curso: “estar + gerundio”)

Usa aan het para decir que algo está ocurriendo en este momento.

  • Estructura: zijn (ben/is/zijn) + … + aan het + infinitivo
  • Importante: aquí no se usa te.
Ejemplo correcto Incorrecto

Riet is haar koffer aan het maken.

Riet is haar koffer aan maken.

Riet is haar koffer aan te maken.

Cómo elegir rápido: mini-guía en 3 preguntas

  1. ¿Es una finalidad (“para…”)? → usa om te.

    Ik volg een cursus om beter Nederlands te spreken.

  2. ¿Lo hace otra persona por ti? → usa laten (sin te).

    Ik laat mijn haar knippen.

  3. ¿Está pasando ahora mismo? → usa aan het (sin te).

    We zijn aan het wachten.

Si no es ninguna de esas tres, y el verbo principal “pide” una acción siguiente, suele ser te + infinitivo.

Checklist de errores frecuentes (para corregirte al instante)

  • laten → infinitivo sin te: laten schrijven ✔ / laten te schrijven
  • omsiempre te: om te ontspannen ✔ / om ontspannen
  • aan hetsin te: aan het maken ✔ / aan te maken
  • te + infinitivo → no añadas nada al infinitivo: te maken ✔ / te makenen
  1. Después de ''laten va el verbo en infinitivo completo sin 'te'.
  2. Después de 'om' siempre usas te + infinitief.
Constructie (Construcción)Uitleg (Explicación)Voorbeeld (Ejemplo)
laten + werkwoord

Actie door iemand anders (Acción realizada por otra persona)

Voorstel  (Propuesta )

Ik laat de reis boeken door het reisbureau. (Dejo que la agencia de viajes reserve el viaje.)

Laten we op vakantie gaan. (Vámonos de vacaciones.)

te + werkwoordNa bepaalde werkwoorden (Después de ciertos verbos)

Hij besluit naar Spanje te gaan. (Él decide ir a España.)

Ik begin me klaar te maken. (Empiezo a prepararme.)

om te + infinitiefDoel of reden van een actie (Objetivo o motivo de una acción)Ik ga op vakantie om te ontspannen. (Me voy de vacaciones para relajarme.)
aan het + infinitiefActie is bezig (La acción está en curso)Riet is haar koffer aan het maken. (Riet está haciendo su maleta.)

Ejercicio 1: Opción múltiple

Instrucción: Elige la respuesta correcta

1. We besluiten dit jaar met de trein naar Frankrijk ___ reizen.

We besluiten dit jaar met de trein naar Frankrijk ___ reizen.

2. Ik ___ de vlucht door het reisbureau boeken, omdat ik het zelf te druk heb.

Ik ___ de vlucht door het reisbureau boeken, omdat ik het zelf te druk heb.

3. We gaan in september naar Texel ___ daar een week te ontspannen.

We gaan in september naar Texel ___ daar een week te ontspannen.

4. We zijn al ___ wachten op de bus naar het strand.

We zijn al ___ wachten op de bus naar het strand.

Ejercicio 2: Opción múltiple

Instrucción: Elige la frase correcta relacionada con los verbos con 'te', 'laten', 'om te' y 'aan het'.

1.
Después de 'laten' no va 'om te'. Esta construcción es incorrecta.
Después de 'laten' el verbo va sin 'te'. 'te schrijven' es incorrecto.
2.
El verbo 'ontspannen' está conjugado incorrectamente con la terminación errónea '-en'.
Falta 'te' después de 'om'. Esto es gramaticalmente incorrecto.

Ejercicio 3: Reescribe las frases

Instrucción: Reescribe las frases con la construcción adecuada: laten + verbo, te + infinitivo, om te + infinitivo o aan het + infinitivo, de modo que el significado permanezca igual.

Mostrar/Ocultar traducción Mostrar/Ocultar pistas
  1. Pista Pista (laten) Het reisbureau boekt mijn vakantie.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Ejemplo
    Ik laat mijn vakantie door het reisbureau boeken.
    (Hago que la agencia de viajes reserve mis vacaciones.)
  2. Pista Pista (laten) Ik ga morgen naar de kapper. De kapper knipt mijn haar.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Ejemplo
    Morgen laat ik mijn haar knippen bij de kapper.
    (Mañana hago que me corten el pelo en la peluquería.)
  3. Pista Pista (te) Ik heb een plan: ik ga sparen voor een vakantie.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Ejemplo
    Ik besluit te sparen voor een vakantie.
    (Decido ahorrar para unas vacaciones.)
  4. Pista Pista (om te) Ik volg een cursus. Ik wil beter Nederlands spreken.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Ejemplo
    Ik volg een cursus om beter Nederlands te spreken.
    (Hago un curso para hablar mejor neerlandés.)

Ejercicio 4: Gramática en acción

Instrucción: Haced juntos un plan de viaje concreto y decidid quién se encargará de qué.

Mostrar/Ocultar traducción
Situación
Jij en een collega bespreken bij het reisbureau gezamenlijke vakantieplannen.
(Tú y un compañero comentan en la agencia de viajes sus planes de vacaciones en común.)

Discutir
  • Wat ben je nu aan het regelen voor jullie volgende reis? (¿Qué estás organizando ahora para vuestro próximo viaje?)
  • Wat zijn jullie van plan te doen om te ontspannen op vakantie? (¿Qué pensáis hacer para relajaros durante las vacaciones?)

Palabras y frases útiles
  • Ik ben de vlucht aan het boeken bij het reisbureau. (Estoy reservando el vuelo en la agencia de viajes.)
  • Wij laten de excursie door de reisleider organiseren. (Hacemos que el guía organice la excursión.)
  • We gaan naar het eiland om op het strand te ontspannen. (Vamos a la isla para relajarnos en la playa.)

Usar en conversación
  • om te + infinitief (om te + infinitivo)
  • aan het + infinitief (aan het + infinitivo)
  • laten + werkwoord (laten + werkwoord)

Escrito por

Este contenido ha sido diseñado y revisado por el equipo pedagógico de coLanguage. Sobre coLanguage

Profile Picture

Kato De Paepe

Negocios e idiomas

KdG University of Applied Sciences and Arts Antwerp

University_Logo

Última actualización:

Jueves, 26/03/2026 16:34