Deze les behandelt Duitse Ordinalzahlen zoals erste, zweite en zehnte, essentieel voor het aangeven van volgorde in data, leeftijden en rangschikkingen.
Ordinalzahl (rangtelwoord)Ordinalzahl (rangtelwoord)Ordinalzahl (rangtelwoord)
ErsteElfteZwanzigste
ZweiteZwölfteDreißigste
DritteDreizehnteVierzigste
VierteVierzehnteFünfzigste
FünfteFünfzehnteSechzigste
SechsteSechszehnteSiebzigste
SiebteSiebzehnteAchtzigste
AchteAchtzehnteNeunzigste
NeunteNeunzehnteHundertste
ZehnteNeunzehnte 

Oefening 1: Ordinalzahlen

Instructie: Vul het juiste woord in.

Toon vertaling Toon antwoorden

zehnter, sechster, dreißigste, achter, erste, zwanzigste, achtzigste, hundertste

1.
6. : Mein ... Versuch war erfolgreich.
(6.: Mijn zesde poging was succesvol.)
2.
100. : Das ist der ... Versuch.
(100.: Dit is de honderdste poging.)
3.
80. : Nächste Woche ist der ... Geburtstag meines Opas.
(Volgende week is de tachtigste verjaardag van mijn opa.)
4.
10. : Mein ... Geburtstag ist im nächsten Monat.
(10.: Mijn tiende verjaardag is volgende maand.)
5.
20. : Der ... März ist der Tag, an dem mein Vater zu Besuch kommt.
(20. maart is de dag waarop mijn vader op bezoek komt.)
6.
8. : Unser ... Hochzeitstag ist nächste Woche.
(Onze achtste trouwdag is volgende week.)
7.
30. : Der ... Juni ist mein Lieblingsdatum.
(De dertigste juni is mijn favoriete datum.)
8.
1. : Es ist die ... Woche im Monat.
(Het is de eerste week van de maand.)

Oefening 2: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste oplossing

1. Der ___ Tag der Woche ist Dienstag.

(De ___ dag van de week is dinsdag.)

2. Er hat am ___ Januar Geburtstag.

(Hij is jarig op ___ januari.)

3. Das ist mein ___ Arbeitstag.

(Dit is mijn ___ werkdag.)

4. Die ___ Etage hat ein schönes Büro.

(De ___ verdieping heeft een mooi kantoor.)

5. Wir treffen uns am ___ März.

(We ontmoeten elkaar op ___ maart.)

6. Sie ist die ___ Teilnehmerin im Kurs.

(Zij is de ___ deelneemster in de cursus.)

Inleiding tot Ordinalzahlen in het Duits

In deze les leer je over Ordinalzahlen, oftewel rangtelwoorden in het Duits. Rangtelwoorden geven een volgorde aan en worden veel gebruikt bij data, leeftijden, ranglijsten en bij het benoemen van posities. Voorbeelden zoals erste (eerste), zweite (tweede), en dritte (derde) laten zien hoe je objecten of momenten in een reeks kunt nummeren.

Wat zijn Ordinalzahlen?

Ordinalzahlen zijn woorden die aangeven welke positie iets inneemt in een opeenvolging. Ze verschillen van hoofdtelwoorden (Kardinalzahlen), die het aantal aangeven. In het Duits worden ze vaak gebruikt met een suffix '-te' of '-ste', afhankelijk van het getal.

Belangrijke voorbeelden en structuur

  • erste, zweite, dritte, vierte, fünfte – de eerste vijf rangtelwoorden.
  • elfte, zwölfte, dreizehnte – de rangtelwoorden van elf tot en met dertien.
  • zwanzigste, dreißigste, vierzigste – rangtelwoorden voor tientallen.
  • hundertste – het rangtelwoord voor honderdste.

Deze woorden veranderen van vorm afhankelijk van het geslacht, het getal en de naamval in de zin, wat belangrijk is om goed te oefenen.

Gebruik in context

Een paar praktische voorbeeldzinnen zijn:

  • "Der dritte Tag der Woche ist Dienstag." (De derde dag van de week is dinsdag.)
  • "Er hat am zwanzigsten Januar Geburtstag." (Hij is jarig op twintig januari.)
  • "Das ist mein erster Arbeitstag." (Dit is mijn eerste werkdag.)
  • "Die vierte Etage hat ein schönes Büro." (De vierde verdieping heeft een mooi kantoor.)

Verschillen tussen het Nederlands en Duits

In het Nederlands gebruik je rangtelwoorden zoals 'eerste', 'tweede', 'derde', vergelijkbaar met het Duits. Een verschil is dat het Duits vaak een achtervoegsel '-te' of '-ste' toevoegt, terwijl het Nederlands alleen de uitgang '-de' of '-ste' kent na de stam. Bovendien vervoegen de Duitse rangtelwoorden zich naar geslacht, getal en naamval, terwijl het Nederlands dit nauwelijks doet.

Nuttige woorden en uitdrukkingen

  • erste / eerste – eerste
  • zweite / tweede – tweede
  • dritte / derde – derde
  • zwanzigste / twintigste – twintigste
  • hundertste / honderdste – honderdste

Let op dat in zinnen als "Er hat am zwanzigsten Januar Geburtstag" het rangtelwoord verbogen wordt naar de juiste naamval (hier datief).

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage

Profile Picture

Sophie Schmidt

Internationaal administratief management

Würzburger Dolmetscherschule

University_Logo

Laatst bijgewerkt:

vrijdag, 18/07/2025 02:05