Ordinalzahlen zeigen eine Reihenfolge an. Sie werden häufig für Daten, Altersangaben und Rangfolgen verwendet.

(Rangtelwoorden geven een volgorde aan. Ze worden vaak gebruikt voor datums, leeftijden en ranglijsten.)

Wat is een Ordinalzahl (rangtelwoord)?

Een Ordinalzahl zegt welke plaats iets heeft in een reeks: 1e, 2e, 3e…

  • Kardinalzahl = aantal: drei (3)
  • Ordinalzahl = volgorde: der dritte (de 3e)

Vorming: -te (1 t/m 19) en -ste (vanaf 20)

1–19 getal + -te viervierte
vanaf 20 getal + -ste zwanzigzwanzigste
  • 31. = einunddreißigste (31 + -ste)
  • 16. = sechzehnte (16 + -te)

Belangrijkste uitzonderingen (die je echt moet onthouden)

1. eins erste (niet: einste)
3. drei dritte (niet: dreite)
7. sieben siebte (vaak zonder en)
8. acht achte (geen extra t)

Let op: het is vaak niet alleen “dritte”, maar “der/die/das dritten …”

In echte zinnen krijgt het rangtelwoord meestal een bijvoeglijke-naamwoord-uitgang (net als “klein”, “nieuw”…).

Denk: Ordinalzahl = bijvoeglijk naamwoord → je verbuigt het.

Voorbeeld Waarom?
im dritten Stock im = in dem (datief) + Stock (m.) → -en
den ersten Platz den (akk.) + Platz (m.) → -en
der fünfzehnte März der (nom.) + März (m.) → vaak -e
der zweiten Person der (datief) + Person (v.) → -en

Snelle houvast voor A1: de 3 meest voorkomende vormen

  • der + …-e (mannelijk, nominatief): der erste / der dritte
  • den + …-en (mannelijk, accusatief): den ersten / den dritten
  • im + …-en (datief): im ersten / im dritten

Tip: zie je im of der (datief) of den? Dan komt heel vaak -en.

Zelfcheck: maak je eigen zin (mini-stappenplan)

  1. Kies het getal: 2 / 15 / 31 …
  2. Maak de basis: 2 → zweite | 15 → fünfzehnte | 31 → einunddreißigste
  3. Vraag: staat het voor een zelfstandig naamwoord (Stock, Platz, Person)?
  4. Zo ja: pas de uitgang aan (vaak -en na im/den/der).

Veelgemaakte fouten (en hoe je ze voorkomt)

  • 1. niet: einste → wel: erste
  • 3. niet: dreite → wel: dritte
  • Vanaf 20: niet: zwanzigte → wel: zwanzigste
  • Verbuiging: niet alleen im dritte Stock → wel: im dritten Stock
  1. Rangtelwoorden 1e t/m 19e = hoofdtelwoord + -te: bijv. 5e = fünfte
  2. Rangtelwoorden vanaf 20e = hoofdtelwoord + -ste: bijv. 31e = einunddreißigste
1. Erste (1. Eerste)11. Elfte  (11. Elfde)20. Zwanzigste (20. Twintigste)
2. Zweite  (2. Tweede)12. Zwölfte  (12. Twaalfde)30. Dreißigste (30. Dertigste)
3. Dritte  (3. Derde)13. Dreizehnte  (13. Dertiende)40. Vierzigste (40. Veertigste)
4. Vierte  (4. Vierde)14. Vierzehnte  (14. Veertiende)50. Fünfzigste (50. Vijftigste)
5. Fünfte (5. Vijfde)15. Fünfzehnte  (15. Vijftiende)60. Sechzigste  (60. Zestigste)
6. Sechste  (6. Zesde)16. Sechszehnte (16. Zestiende)70. Siebzigste  (70. Zeventigste)
7. Siebte (7. Zevende)17. Siebzehnte  (17. Zeventiende)80. Achtzigste  (80. Tachtigste)
8. Achte  (8. Achtste)18. Achtzehnte (18. Achttiende)90. Neunzigste  (90. Negentigste)
9. Neunte  (9. Negende)19. Neunzehnte  (19. Negentiende)100. Hundertste (100. Honderdste)
10. Zehnte (10. Tiende)  

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage

Profile Picture

Alessia Calcagni

Talen voor communicatie in internationale ondernemingen en organisaties

Università degli Studi di Modena e Reggio Emilia

University_Logo

Laatst bijgewerkt:

woensdag, 04/03/2026 22:14