Lerne an welcher Stelle das Verb im Satz steht.

(Leer op welke plaats het werkwoord in de zin staat.)

Satzart (Zinsdeel)VerbstellungBeispiel (Voorbeeld)

Aussagesatz  (Zinn)

Subjekt oder anderer Satzteil zuerst (Onderwerp of ander zinsdeel eerst)

An zweiter Stelle (Op de tweede plaats)

Ich komme aus Spanien. (Ik kom uit Spanje.)

Heute komme ich nach Spanien. (Vandaag kom ik naar Spanje.)

Ja/Nein-Frage (Ja/nee-vraag)An erster Stelle (Op de eerste plaats)Kommst du aus Spanien? (Komst je uit Spanje?)
W-Frage (W-vraag)An zweiter Stelle (Op de tweede plaats)Woher kommst du? (Waar kom je vandaan?)

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage

Profile Picture

Sophie Schmidt

Internationaal administratief management

Würzburger Dolmetscherschule

University_Logo

Laatst bijgewerkt:

woensdag, 17/12/2025 17:12