Zinpositie van het werkwoord

Position des Verbs im Satz


Lerne an welcher Stelle das Verb im Satz steht.

(Leer op welke plek het werkwoord in de zin staat.)

De kern: waar staat het werkwoord?

In het Duits is de plaats van het (vervoegde) werkwoord heel strikt.

  • Aussagesatz (mededeling): werkwoord staat op positie 2.
  • Ja/Nein-Frage (ja/nee-vraag): werkwoord staat op positie 1.
  • W-Frage (vraagwoord): vraagwoord op 1, werkwoord op positie 2.

Stap-voor-stap: zo vind je positie 1 en 2

  1. Zoek het vervoegde werkwoord (bijv. komme, habe, bist).
  2. Bepaal wat op positie 1 staat:
    • bij een mededeling: één zinsdeel (bijv. Heute of Ich)
    • bij een ja/nee-vraag: het werkwoord
    • bij een W-vraag: het vraagwoord (bijv. Woher, Wie alt)
  3. Zet het werkwoord op de juiste plek:
    • mededeling/W-vraag: positie 2
    • ja/nee-vraag: positie 1

Mededeling (Aussagesatz): werkwoord altijd op positie 2

Belangrijk: positie 1 is precies één zinsdeel. Dat kan ook een tijd/plaats zijn.

Positie 1 Positie 2 (werkwoord) Rest
Ich komme aus Spanien.
Heute komme ich nach Spanien.
Am Montag habe ich Geburtstag.
  • Correct: Heute feierst du deinen Geburtstag.
  • Typische fout: Heute du feierst deinen Geburtstag. (werkwoord mag niet naar 3)

Ja/nee-vraag: werkwoord op 1

Bij ja/nee-vragen komt het werkwoord voorop. Het onderwerp komt daarna.

Positie 1 (werkwoord) Onderwerp Rest
Bist du schon 30 Jahre alt?
Kommst du aus Spanien?
  • Let op: je zegt Bist du …? (niet Du bist …? in standaard Duits).

W-vraag: vraagwoord op 1, werkwoord op 2

Bij W-vragen staat het vraagwoord vooraan, maar het werkwoord blijft op positie 2.

Positie 1 Positie 2 (werkwoord) Rest
Woher kommst du?
Wie alt bist du?
  • Typische fout: Wie alt du bist? (werkwoord te laat)

Snelle zelfcheck (voor je verdergaat)

  1. Is het een mededeling, ja/nee-vraag of W-vraag?
  2. Waar staat het vervoegde werkwoord? (1 of 2)
  3. Begint de zin met Heute / Am Montag? Dan moet het onderwerp vaak na het werkwoord komen:
    • Heute feierst du …
    • Am Montag habe ich …

Wat je hier leert

  • Je herkent drie zinsoorten en kiest automatisch de juiste werkwoordpositie.
  • Je voorkomt de meest voorkomende fout: het werkwoord op plek 3 zetten.
Satzart (Zinstype)VerbstellungBeispiel (Voorbeeld)

Aussagesatz  (Mededelende zin )

Subjekt oder anderer Satzteil zuerst (Onderwerp of ander zinsdeel eerst)

An zweiter Stelle (Op de tweede plaats)

Ich komme aus Spanien.

Heute komme ich nach Spanien.

Ja/Nein-Frage (Ja/nee-vraag)An erster Stelle (Op de eerste plaats)Kommst du aus Spanien?
W-Frage (W-vraag)An zweiter Stelle (Op de tweede plaats)Woher kommst du?

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage

Profile Picture

Sophie Schmidt

Internationaal administratief management

Würzburger Dolmetscherschule

University_Logo

Laatst bijgewerkt:

dinsdag, 17/03/2026 23:47