Leer de positie van het Duitse werkwoord in verschillende zinssoorten, zoals Aussagesatz (ik komme), Ja/Nein-Fragen (kommst du?) en W-Fragen (Woher kommst du?), en oefen met praktische voorbeelden.
Satzart (Soort zin)VerbstellungBeispiel (voorbeeld)

Aussagesatz  (Aussagesatz)

Subjekt oder anderer Satzteil zuerst (Onderwerp of ander zinsdeel eerst)

An zweiter Stelle (Op de tweede plaats)

Ich komme aus Spanien. (Ik kom uit Spanje.)

Heute komme ich nach Spanien. (Vandaag kom ik naar Spanje.)

Ja/Nein-Frage (Ja/Nein-vraag)An erster Stelle (Op de eerste plaats)Kommst du aus Spanien? (Kommst je uit Spanje?)
W-Frage (W-vraag)An zweiter Stelle (Op de tweede plaats)Woher kommst du? (Waar kom jij vandaan?)

Oefening 1: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste oplossing

1. ___ alt bist du?

(___ oud ben je?)

2. Ich ___ 25 Jahre alt.

(Ik ___ 25 jaar oud.)

3. Mein Geburtstag ___ im Monat Mai.

(Mijn verjaardag ___ in de maand mei.)

4. Ich ___ morgen 30 Jahre alt.

(Ik ___ morgen 30 jaar oud.)

5. Wir ___ eine Party zum Geburtstag.

(Wij ___ een feest voor de verjaardag.)

6. Herzlichen ___ zum Geburtstag!

(Van harte ___ met je verjaardag!)

Positie van het werkwoord in de Duitse zin

Deze les richt zich op het begrijpen en correct toepassen van de plaats van het werkwoord in Duitse zinnen. Het juiste gebruik van de werkwoordpositie is essentieel bij het vormen van duidelijke en grammaticaal correcte zinnen. Vooral voor beginners op A1-niveau is het begrijpen van deze basisstructuur een belangrijke stap in het taalverwervingsproces.

Hoofdregels voor werkwoordplaatsing

  • Mededelingzinnen (Aussagesatz): Het werkwoord staat altijd op de tweede plaats, ongeacht welk zinsdeel eerst komt. Voorbeelden zijn:
    Ich komme aus Spanien. of Heute komme ich nach Spanien.
  • Ja/nee-vragen (Ja/Nein-Frage): Het werkwoord staat hier op de eerste plaats.
    Kommst du aus Spanien?
  • W-vragen (W-Frage): Het vraagwoord staat op de eerste plaats, het werkwoord direct erna op de tweede plaats.
    Woher kommst du?

Belangrijke woordenschat en voorbeelden

Naast de structuur leer je bij deze les ook veelgebruikte woorden en zinnen zoals Wie alt bist du? (Hoe oud ben je?), Ich bin 25 Jahre alt. (Ik ben 25 jaar oud) en felicitatie-uitdrukkingen zoals Herzlichen Glückwunsch zum Geburtstag! (Hartelijk gefeliciteerd met je verjaardag!). Deze zinnen helpen bij praktische communicatie over leeftijd en verjaardagen.

Verschillen tussen Nederlands en Duits

In het Nederlands is de volgorde van het werkwoord in hoofd- en bijzinnen anders dan in het Duits. Duits kent een striktere regel dat het werkwoord in een hoofdzin altijd op de tweede plaats moet staan, wat in het Nederlands niet altijd zo is. Dit betekent dat je in het Duits vaak meer rekening moet houden met de positionering van het werkwoord.

Een voorbeeld: de Nederlandse zin Ik kom morgen naar jou heeft de correcte Duitse tegenhanger Ich komme morgen zu dir, waarbij komme precies op de tweede plaats staat. Ook bij vragen zie je het verschil terug: in het Duits begint een ja/nee-vraag altijd met het werkwoord, terwijl dat in het Nederlands vrijer kan zijn.

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage

Profile Picture

Sophie Schmidt

Internationaal administratief management

Würzburger Dolmetscherschule

University_Logo

Laatst bijgewerkt:

donderdag, 17/07/2025 16:50