Leer in deze les de conditionnel type zéro, waarmee je universele waarheden uitdrukt met 'si' gevolgd door de présent de l'indicatif, zoals in 'Si tu sors sous la pluie, tu te mouilles'.
Formule (Formule)Exemples (Voorbeelden)
Si + présent de l'indicatif + présent de l'indicatifSi tu sors sous la pluie, tu te mouilles (Als je bent onder de regen, word je nat.)
Si + présent de l'indicatif + présent de l'indicatifSi tu étudies le français, tu apprends de nouveaux mots.  (Als je Frans studeert, leer je nieuwe woorden.)
Si + présent de l'indicatif + présent de l'indicatifSi tu additionnes deux plus deux, tu as quatre. (Als je twee en twee optelt, heb je vier.)

Uitzonderingen!

  1. Voor het onderwerp "il" wordt "si" s'. Bijvoorbeeld: S'il ne vient pas, je ne le vois pas.

Oefening 1: Le conditionnel type zéro

Instructie: Vul het juiste woord in.

Toon vertaling Toon antwoorden

dors, aimes, est, manges, ont, ouvres, mets, offre

1. Mettre:
: Si tu ... du sucre dans le café, il devient sucré.
(Als je suiker in de koffie doet, wordt hij zoet.)
2. Avoir:
: Si les plantes ... de l'eau, elles poussent.
(Als planten water hebben, groeien ze.)
3. Manger:
: Si tu ne ... pas quand tu rentre, tu as faim.
(Als je niet eet als je thuiskomt, heb je honger.)
4. Ouvrir:
: Si tu ... la fenêtre, l'air rentre.
(Als je het raam opent, komt de lucht binnen.)
5. Offrir:
: S'il ... un cadeau à son ami, il est content.
(Als hij een cadeau aan zijn vriend geeft, is hij blij.)
6. Aimer:
: Si tu ... vraiment cette fille, tu es amoureux.
(Als je echt van dat meisje houdt, ben je verliefd.)
7. Dormir:
: Si tu ne ... pas la nuit, tu es fatigué.
(Als je 's nachts niet slaapt, ben je moe.)
8. Être:
: S'il ... effrayé par les oiseaux, il crie souvent dans la rue.
(Als hij bang is voor vogels, schreeuwt hij vaak op straat.)

Oefening 2: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste oplossing

1. Si tu te ____, tu dois te reposer.

(Als je je ____, moet je rusten.)

2. Si je ____ un film triste, je me sens mal.

(Als ik ____ een trieste film zie, voel ik me slecht.)

3. Si tu ____ à quelqu’un que tu aimes, tu es content.

(Als je ____ aan iemand denkt van wie je houdt, ben je blij.)

4. Si nous ____ de la joie, nous sourions.

(Als wij ____ vreugde voelen, glimlachen wij.)

5. Si tu ____ trop, tu te sens mal.

(Als je ____ te veel eet, voel je je slecht.)

6. Si elle est ____, elle parle vite.

(Als ze ____, praat ze snel.)

Le conditionnel type zéro: Universele waarheden in het Frans

Deze les behandelt de conditionnel type zéro in het Frans. Dit is een grammaticale constructie die gebruikt wordt om algemene waarheden of natuurkundige feiten te beschrijven, vergelijkbaar met 'als ... dan' zinnen in het Nederlands die een vaste relatie tussen oorzaak en gevolg aangeven.

Structuur van de conditionnel type zéro

De formule is eenvoudig en bestaat uit twee delen, beide in de présent de l'indicatif (tegenwoordige tijd):

  • Si + présent de l'indicatif + présent de l'indicatif

Voorbeeldzinnen:

  • Si tu sors sous la pluie, tu te mouilles.
  • Si tu étudies le français, tu apprends de nouveaux mots.
  • Si tu additionnes deux plus deux, tu as quatre.

Speciale opmerking bij 'il'

Als het onderwerp il is, verandert si in s' om de uitspraak vloeiender te maken. Bijvoorbeeld: S'il ne vient pas, je ne le vois pas.

Belangrijke woorden en uitdrukkingen

  • Si – als
  • Présent de l'indicatif – tegenwoordige tijd (bijvoorbeeld: je mange, tu pars, il est)
  • Verdwijnen in de betekenis van 'als' – s' bij il
  • Zinnen met vaste relaties tussen oorzaak en gevolg (bijv. bij natuurkundige feiten, algemene wijsheden)

Verschillen en overeenkomsten met het Nederlands

In het Nederlands gebruiken we ook vaak 'als' of 'wanneer' gevolgd door de tegenwoordige tijd om universele waarheden uit te drukken, bijvoorbeeld: "Als het regent, word je nat." De Franse constructie si + présent + présent werkt vergelijkbaar. Let op dat in het Frans beide werkwoorden in de tegenwoordige tijd staan, terwijl in het Nederlands vaak analogische vormen worden gebruikt.

Een nuttige Franse uitdrukking om te oefenen is: Si tu penses à quelqu’un que tu aimes, tu es content. In het Nederlands: 'Als je aan iemand denkt van wie je houdt, ben je blij.'

Woorden zoals ressentir (voelen), sens fatigué (moe voelen), en manger (eten) zijn praktische woorden die ook vaak in dagelijkse situaties gebruikt worden.

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage

Profile Picture

Alessia Calcagni

Talen voor communicatie in internationale ondernemingen en organisaties

Università degli Studi di Modena e Reggio Emilia

University_Logo

Laatst bijgewerkt:

donderdag, 17/07/2025 22:55