Leer essentie locatiespreposities in het Italiaans zoals "a destra" (rechts), "vicino a" (dichtbij), "di fronte a" (tegenover), en "lontano da" (ver van) om nauwkeurig te kunnen aangeven waar iets zich bevindt.
Espressioni di luogo (Plaatsbepalingen)Esempio (Voorbeeld)
A destraGira a destra! (Sla rechtsaf!)
A sinistra Gira a sinistra! (Sla links af!)
Di fronte a Il parco è di fronte alla piazza. (Het park is recht tegenover het plein.)
Al centroIl museo è al centro della città. (Het museum is in het centrum van de stad.)
Accanto aLa farmacia è accanto a la scuola. (De apotheek is naast de school.)
Vicino aIl ristorante è vicino a casa mia. (Het restaurant is vicino a mijn huis.)
Lontano daIl negozio è lontano dalla stazione. (De winkel is verder van het station.)

Oefening 1: Le espressioni di luogo: a destra, vicino a, ...

Instructie: Vul het juiste woord in.

Toon vertaling Toon antwoorden

al centro, vicino al, lontano dal, accanto a, vicino alla, accanto alla, accanto all'

1. Accanto:
La farmacia è ...ospedale.
(De apotheek is naast het ziekenhuis.)
2. Accanto:
La biblioteca è ... scuola.
(De bibliotheek is naast de school.)
3. Lontano:
Il cinema è ... centro città.
(De bioscoop is ver van het stadscentrum.)
4. Centro:
La scuola è ... del villaggio.
(De school is in het centrum van het dorp.)
5. Vicino:
Il ristorante è ... piazza principale.
(Het restaurant is dicht bij het hoofdplein.)
6. Accanto:
L'università è ... casa mia.
(De universiteit is naast mijn huis.)
7. Centro:
L'ospedale è ... della città.
(Het ziekenhuis is in het centrum van de stad.)
8. Vicino:
C'è una farmacia ... mio ufficio.
(Er is een apotheek vlakbij mijn kantoor.)

Oefening 2: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste oplossing

1. Gira ___ destra al semaforo, il cinema è vicino a quella strada.

(Sla ___ rechtsaf bij het stoplicht, de bioscoop is dicht bij die straat.)

2. La farmacia è ___ alla scuola lungo questa via.

(De apotheek is ___ naast de school langs deze weg.)

3. Il museo si trova ___ centro della città, è facile da trovare.

(Het museum ligt ___ centrum van de stad, het is gemakkelijk te vinden.)

4. Il negozio è lontano ___ stazione, meglio prendere l'autobus.

(De winkel is ver ___ station, het is beter de bus te nemen.)

5. La piazza è ___ fronte alla chiesa principale del paese.

(Het plein is ___ tegenover de hoofdkerk van het dorp.)

6. Gira ___ sinistra dopo il bar, il ristorante è vicino a quel palazzo.

(Sla ___ linksaf na de bar, het restaurant is dicht bij dat gebouw.)

Les 1: Plaatsbepalende uitdrukkingen in het Italiaans

In deze les leer je essentiële Italiaanse uitdrukkingen om locaties en richtingen aan te duiden. Dit is een basisniveau A1-les die je helpt de positie van objecten of plaatsen te beschrijven en onderweg aanwijzingen te geven.

Belangrijke uitdrukkingen en voorbeelden

  • A destra – "Gira a destra!" (Sla rechtsaf!)
  • A sinistra – "Gira a sinistra!" (Sla linksaf!)
  • Di fronte a – "Il parco è di fronte alla piazza." (Het park is tegenover het plein.)
  • Al centro – "Il museo è al centro della città." (Het museum is in het centrum van de stad.)
  • Accanto a – "La farmacia è accanto a la scuola." (De apotheek is naast de school.)
  • Vicino a – "Il ristorante è vicino a casa mia." (Het restaurant is dicht bij mijn huis.)
  • Lontano da – "Il negozio è lontano dalla stazione." (De winkel is ver van het station.)

Waarom zijn deze uitdrukkingen belangrijk?

Met deze plaatsbepalende uitdrukkingen kun je niet alleen de ligging van plekken beter beschrijven, maar ook duidelijke route-instructies geven en begrijpen. Ze worden vaak gebruikt in het dagelijks gesprek en bij het navigeren in een stad.

Tip voor Nederlandssprekenden

De Nederlandse taal gebruikt vergelijkbare plaatsbepalende woorden zoals "rechts", "links", "naast", "dichtbij", "ver van" en "tegenover". In het Italiaans zie je vaak dat deze uitdrukkingen gevolgd worden door voorzetsels die aan het zelfstandige naamwoord gekoppeld zijn, bijvoorbeeld "a destra" of ">vicino a". Let ook op het gebruik van samengestelde voorzetsels zoals "al centro" (aan het centrum). Deze verschillen in combinatie en structuur kunnen verschillen van het Nederlands.

Enkele nuttige Italiaanse woorden samen met hun Nederlandse tegenhangers:

  • Destra – rechts
  • Sinistra – links
  • Vicino – dichtbij
  • Lontano – ver
  • Di fronte – tegenover
  • Accanto – naast

Door deze woorden en uitdrukkingen te leren en oefenen, kun je je gemakkelijker oriënteren en gesprekken in het Italiaans voeren over locatie en richting.

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage

Profile Picture

Fabio Pirioni

Bachelor in de geesteswetenschappen

University of Udine

University_Logo

Laatst bijgewerkt:

donderdag, 17/07/2025 16:14