Leer hoe je in het Italiaans naar de weg vraagt en aanwijzingen geeft met nuttige uitdrukkingen zoals 'vicino a' (dichtbij), 'a destra' (rechts), en plaatsnamen zoals 'il museo' en 'la piazza'.
Woordenschat (12) Delen Gekopieerd!
Oefeningen Delen Gekopieerd!
Deze oefeningen kunnen tijdens conversatielessen samen gedaan worden of als huiswerk.
Oefening 1: Zinnen herschikken
Instructie: Maak correcte zinnen en vertaal.
Oefening 2: Een woord matchen
Instructie: Kom de vertalingen overeen
Oefening 3: Clusteren van woorden
Instructie: Classeer de woorden door onderscheid te maken tussen stadsplaatsen en termen die de positie in de ruimte aangeven.
Luoghi della città
Termini di posizione
Oefening 4: Vertaal en gebruik in een zin
Instructie: Kies een woord, vertaal het en gebruik het woord in een zin of dialoog.
1
Il parco
Het park
2
Ritornare
Terugkeren
3
La piazza
Het plein
4
Lontano
Ver
5
Dietro
Achter
Esercizio 5: Gespreksoefening
Istruzione:
- Vraag hoe je naar een gebouw moet gaan. (Vragen hoe je naar een gebouw gaat.)
- Geef de anderen aanwijzingen. (Geef de anderen aanwijzingen.)
Richtlijnen tijdens het lesgeven +/- 10 minuten
Voorbeeldzinnen:
C'è una fermata dell'autobus qui vicino? Is er een bushalte in de buurt? |
Vai dritto e poi prendi la seconda strada a sinistra. Ga rechtdoor en neem dan de tweede straat links. |
La stazione ferroviaria è accanto al parco. Het treinstation is naast het park. |
Sai dov'è la scuola? Weet je waar de school is? |
Sì, devi solo andare dritto. Ja, je moet gewoon rechtdoor gaan. |
Conosci la strada per la piazza principale? Weet je de weg naar het hoofdplein? |
... |
Oefening 6: Gesprekskaarten
Instructie: Kies een situatie en oefen het gesprek met je docent of medestudenten.
Oefening 7: Meerkeuze
Instructie: Kies de juiste oplossing
1. Mi scusi, dove _________ il centro città?
(Pardon, waar _________ het stadscentrum?)2. Per arrivare al parco, si deve sempre _________ dritto e poi girare a sinistra.
(Om bij het park te komen, moet u altijd _________ rechtdoor gaan en dan links afslaan.)3. Ieri ho _________ la farmacia vicino alla piazza, proprio accanto al ristorante.
(Gisteren heb ik de _________ de apotheek vlak bij het plein gevonden, precies naast het restaurant.)4. Dopo aver visitato il museo, _________ al centro per prendere un caffè.
(Na het museum bezocht te hebben, _________ we terug naar het centrum om een kop koffie te nemen.)Oefening 8: De weg vragen en de weg wijzen in de stad
Instructie:
Werkwoordschema's
Ritornare - Terugkeren
Presente
- io ritorno
- tu ritorni
- lui/lei ritorna
- noi ritorniamo
- voi ritornate
- loro ritornano
Trovare - Vinden
Passato prossimo
- io ho trovato
- tu hai trovato
- lui/lei ha trovato
- noi abbiamo trovato
- voi avete trovato
- loro hanno trovato
Andare - Lopen
Presente
- io vado
- tu vai
- lui/lei va
- noi andiamo
- voi andate
- loro vanno
Girare - Af slaan
Presente
- io giro
- tu giri
- lui/lei gira
- noi giriamo
- voi girate
- loro girano
Ritornare - Terugkeren
Passato prossimo
- io sono ritornato/a
- tu sei ritornato/a
- lui/lei è ritornato/a
- noi siamo ritornati/e
- voi siete ritornati/e
- loro sono ritornati/e
Oefening 9: Le espressioni di luogo: a destra, vicino a, ...
Instructie: Vul het juiste woord in.
Grammatica: Plaatsuitdrukkingen: a destra, vicino a, ...
Toon vertaling Toon antwoordenal centro, vicino al, lontano dal, accanto a, vicino alla, accanto alla, accanto all'
Grammatica Delen Gekopieerd!
We geven toe dat het niet het meest opwindende is, maar het is absoluut essentieel (en we beloven dat het zich zal terugbetalen)!
A1.43.1 Grammatica
Le espressioni di luogo: a destra, vicino a, ...
Plaatsuitdrukkingen: a destra, vicino a, ...
Werkwoordsvervoegingstabellen voor deze les Delen Gekopieerd!
Ritornare terugkeren Delen Gekopieerd!
Presente
Italiaans | Nederlands |
---|---|
(io) ritorno | ik keer terug |
(tu) ritorni | jij keert terug |
(lui/lei) ritorna | hij/zij keert terug |
(noi) ritorniamo | wij keren terug |
(voi) ritornate | jullie keren terug |
(loro) ritornano | zij keren terug |
Trovare vinden Delen Gekopieerd!
Passato prossimo
Italiaans | Nederlands |
---|---|
(io) ho trovato | ik heb gevonden |
(tu) hai trovato | jij hebt gevonden |
(lui/lei) ha trovato | hij/zij heeft gevonden |
(noi) abbiamo trovato | wij hebben gevonden |
(voi) avete trovato | jullie hebben gevonden |
(loro) hanno trovato | zij hebben gevonden |
Zie je geen vooruitgang als je alleen studeert? Bestudeer dit materiaal met een gecertificeerde docent!
Wil je vandaag Italiaans oefenen? Dat is mogelijk! Neem gewoon vandaag nog contact op met een van onze docenten.
Vraag en geef de weg in het Italiaans
In deze les leer je hoe je op Italiaanse wijze naar de weg kunt vragen en hoe je iemand instructies kunt geven om een locatie te vinden. Dit is een essentiële vaardigheid voor beginnende Italianen (niveau A1) die zich willen redden tijdens het reizen of in het dagelijks leven in Italië.
Belangrijke plaats- en richtingsuitdrukkingen
Je leert uitdrukkingen die te maken hebben met de ligging van plekken in de stad, zoals a destra (rechtsaf), vicino a (dichtbij), accanto a (naast), sempre dritto (altijd rechtdoor) en dietro (achter). Ook krijg je de namen van veelvoorkomende plekken te zien, zoals il centro (het centrum), il parco (het park), la piazza (het plein) en la rotonda (de rotonde).
Voorbeelden van zinnen en spreektaal
Je ziet nuttige voorbeeldzinnen zoals:
- Mi scusi, dov'è la piazza? (Pardon, waar is het plein?)
- Il museo è vicino al parco, gira a destra alla rotonda. (Het museum is dicht bij het park, sla rechtsaf bij de rotonde.)
- Per trovare la farmacia, vai sempre dritto e poi gira a sinistra. (Om de apotheek te vinden, ga altijd rechtdoor en sla dan linksaf.)
Dialogen voor situaties op straat
De les bevat realistische dialogen waarmee je kunt oefenen, zoals het vragen naar het museum, het geven van aanwijzingen voor het station of het informeren naar een nabijgelegen apotheek. Deze dialogen helpen je om vloeiender en natuurlijker te communiceren.
Werkwoorden en vervoegingen
Belangrijke vervoegingen van werkwoorden die vaak voorkomen bij het vragen en geven van de weg worden behandeld, zoals ritornare (terugkeren), trovare (vinden), andare (gaan) en girare (afslaan/draaien). Dit bevordert je vermogen om volledige zinnen correct te gebruiken in context.
Verschillen en nuttige zinnen vergeleken met het Nederlands
In het Italiaans worden plaatsaanduidingen vaak uitdrukkelijk benoemd met voorzetsels zoals vicino a (dichtbij) en accanto a (naast), terwijl het Nederlands soms minder voorzetsels nodig heeft of andere constructies gebruikt. Daarnaast zit de volgorde van de woorden soms anders, bijvoorbeeld gira a destra is letterlijk "sla rechtsaf", een directe instructie die in het Nederlands vaak iets uitgebreider wordt gegeven.
Handige zinnen om te onthouden en te vergelijken met het Nederlands:
- Mi scusi, dove si trova il centro città?
(Pardon, waar bevindt het stadscentrum zich?) - Vai sempre dritto e poi gira a destra.
(Ga altijd rechtdoor en sla dan rechtsaf.) - La farmacia è accanto alla stazione dei treni.
(De apotheek is naast het treinstation.)
Dit begrip van plaats en richting in het Italiaans helpt je om zowel te begrijpen als te antwoorden bij het vragen en geven van aanwijzingen.