Vraagwoorden zoals hoe, hoeveel, waar, wanneer worden gebruikt om informatie te vragen. Voorbeelden: Hoe laat is het?, Waar woon je?.
(Fragewörter wie
- Bildung eines Fragesatzes: Fragewort + gebeugtes Verb + Subjekt + Rest des Satzes.
- Fragewörter stehen meistens am Satzanfang.
| Vraagwoord (Fragewort) | Gebruik (Gebrauch) | Voorbeeld (Beispiel) |
|---|---|---|
| Hoe (Wie) | Wijze of toestand (Art und Weise oder Zustand) | Hoe gaat het? |
| Hoeveel (Wieviel / Wie viele) | Aantal of hoeveelheid (Anzahl oder Menge) | Hoeveel broers heb je? |
| Waar (Wo) | Plaats (Ort) | Waar woon je? |
| Wanneer (Wann) | Tijd (Zeit) | Wanneer ben je jarig? |
Ausnahmen!
- "Hoeveel" wird nur für Anzahlen/Mengen verwendet, nicht für Häufigkeit.
Übung 1: Mehrfachauswahl
Anleitung: Wähle die richtige Antwort
1. ___ laat begint het feest van jouw dochter?
___ beginnt die Party deiner Tochter?)2. ___ euro betaal jij voor het cadeau voor Mark?
___ Euro zahlst du für das Geschenk für Mark?)3. ___ vier je meestal je verjaardag, thuis of in een café?
___ feierst du normalerweise deinen Geburtstag, zu Hause oder in einem Café?)4. ___ ben je jarig en hoe oud word je dan?
___ hast du Geburtstag und wie alt wirst du dann?)Übung 2: Umschreiben Sie die Ausdrücke
Anleitung: Formulieren Sie jeden Satz als eine korrekte Frage mit dem richtigen Fragewort (wie, wie viel, wo, wann).
-
⇒ _______________________________________________ ExampleHoeveel kinderen heb jij?(Wie viele Kinder hast du?)
-
⇒ _______________________________________________ ExampleWanneer ben jij jarig?(Wann hast du Geburtstag?)
-
⇒ _______________________________________________ ExampleHoeveel kopjes koffie drink jij per dag?(Wie viele Tassen Kaffee trinkst du am Tag?)
-
⇒ _______________________________________________ ExampleWanneer is de Nederlandse les?(Wann ist der Niederländischunterricht?)
Übung 3: Grammatik in Aktion
Anleitung: Spiele ein kurzes Gespräch, um die Party zu planen und Fragen zu stellen.
- Wanneer ben je jarig en hoe oud word je? (Wann hast du Geburtstag und wie alt wirst du?)
- Waar vieren we het feest en hoeveel mensen nodigen we uit?","Hoeveel taart en hoeveel cadeaus hebben we nodig?","Hoe laat begint het feest en hoe bereiden we het voor?" (Wo feiern wir die Party und wie viele Leute laden wir ein?)
- Hoe oud ben je? (Wie alt bist du?)
- Wanneer ben je jarig? (Wann hast du Geburtstag?)
- Waar vieren we de verjaardag?","Hoeveel mensen komen?" (Wo feiern wir den Geburtstag?)
- Vraagwoord + persoonsvorm + onderwerp + rest van de zin (Fragewort + Verbform + Subjekt + Rest des Satzes)
- Vragen met hoe en hoeveel (Fragen mit wie und wie viel)
- Waar- en wanneer-vragen over verjaardagen (Wo‑ und Wann‑Fragen zu Geburtstagen)