Vragende voornaamwoorden zoals wie, wat, welk(e) gebruik je om te verwijzen naar personen, dingen, keuzes.
(Vragende voornaamwoorden zoals
- 'Welk(e)' gebruik je voor keuzes tussen twee of meer dingen.
- 'Wat' gebruik je voor dieren, dingen of acties.
- 'Wie' gebruik je voor één of meerdere personen.
| Voornaamwoord (Pronomen) | Voorbeeld (Beispiel) | |
|---|---|---|
| Bijvoeglijk en zelfstandig gebruik (Adjektivischer und selbstständiger Gebrauch) | welk(e) (welch(e)) | Welk e-mailadres heb je gebruikt? (Welche E-Mail-Adresse hast du benutzt?) |
| wat voor (een) (was für (ein)) | Wat voor pakket is dit? (Was für ein Paket ist das?) | |
| Zelfstandig gebruik (Selbstständiger Gebrauch) | wie (wer) | Wie gaat naar het postkantoor? (Wer geht zur Post?) |
| wat (was) | Wat staat er in de brief? (Was steht in dem Brief?) |
Ausnahmen!
- Welk gebruik je voor het-woorden.
- "Welke" gebruik je voor de-woorden.
Übung 1: Mehrfachauswahl
Anleitung: Wähle die richtige Antwort
Ihre Korrekturen werden abgerufen... Bitte schließen Sie diese Seite noch nicht.
1. ___ postzegel heb je nodig voor deze brief naar België?
___ Briefmarke brauchst du für diesen Brief nach Belgien?2. ___ e-mailadres heb je in het formulier ingevuld?
___ E-Mail-Adresse hast du in das Formular eingetragen?3. ___ neemt het pakket aan als jij niet thuis bent?
___ nimmt das Paket an, wenn du nicht zu Hause bist?4. ___ staat er in de e-mail van de ontvanger?
___ steht in der E-Mail des Empfängers?Übung 2: Schreibe die Sätze neu
Anleitung: Formuliere jeden Satz als eine Frage mit dem passenden Fragepronomen (wer, was, welcher oder welche).
Ihre Korrekturen werden abgerufen... Bitte schließen Sie diese Seite noch nicht.
Anzeigen/Übersetzung ausblenden Hinweise einblenden/ausblenden-
Ik ga morgen naar het postkantoor.⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ BeispielWie gaat morgen naar het postkantoor?(Wer geht morgen zur Post?)
-
Er zit een brief in de envelop.⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ BeispielWat zit er in de envelop?(Was ist in dem Umschlag?)
-
Je hebt het zakelijke e-mailadres gebruikt.⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ BeispielWelk e-mailadres heb je gebruikt?(Welche E-Mail-Adresse hast du verwendet?)
-
Je bedoelt die twee pakketten: het kleine pakket en het grote pakket. Je moet er één kiezen.⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ BeispielWelk pakket moet ik kiezen?(Welches Paket muss ich auswählen?)