A2.20.2 - Selbstständige Verwendung von Demonstrativpronomen
Zelfstandig gebruik van aanwijzende voornaamwoorden
Aanwijzende voornaamwoorden kan je zowel bijvoeglijk als zelfstandig gebruiken.
(Demonstrativpronomen kann man sowohl attributiv als auch substantivisch verwenden.)
- Das Demonstrativpronomen kann ein Substantiv ersetzen, wenn klar ist, was du meinst. Zum Beispiel: Findest du diesen Elefanten schön oder findest du den schöner?
- Das Demonstrativpronomen stimmt mit dem Geschlecht und dem Artikel des Wortes überein.
| de-woord | het-woord | |
|---|---|---|
| Dichtbij (In der Nähe) | deze (diese) | dit (dies) |
| Veraf (Weit weg) | die (jene) | dat (jener) |
Ausnahmen!
- Man kann Demonstrativpronomen auch nach einer Präposition verwenden. Zum Beispiel: In dit hok zitten leeuwen en in deze de tijgers.
- Du kannst Demonstrativpronomen auch bei einer Aufzählung verwenden. Zum Beispiel: Gib mir ein paar von diesen und etwas von jenen.
Übung 1: Eigenständige Verwendung von Demonstrativpronomen
Anleitung: Füllen Sie das richtige Wort ein.
Dat, die, dat, Die, deze
Übung 2: Mehrfachauswahl
Anleitung: Wähle jeweils den korrekten Satz mit unbestimmten oder demonstrativen Pronomen. Achte genau auf die richtige Verwendung gemäß den Regeln.
Übung 3: Umschreiben Sie die Ausdrücke
Anleitung: Formuliere die Sätze um und ersetze den angegebenen Teil durch ein Demonstrativpronomen (diese, dieses, jene, jenes).
-
Ik vind de koffie hier lekkerder dan de koffie daar.⇒ _______________________________________________ ExampleIk vind deze koffie lekkerder dan die.(Ik vind deze koffie lekkerder dan die.)
-
Heb je het nieuwe contract al getekend of heb je het oude contract nog?⇒ _______________________________________________ ExampleHeb je dit nieuwe contract al getekend of heb je dat oude nog?(Heb je dit nieuwe contract al getekend of heb je dat oude nog?)
-
Wil je de rode pen of wil je de blauwe pen?⇒ _______________________________________________ ExampleWil je deze rode pen of wil je die blauwe?(Wil je deze rode pen of wil je die blauwe?)
-
In het kleine kantoor zitten de stagiairs en in het grote kantoor zit de directeur.⇒ _______________________________________________ ExampleIn dit kleine kantoor zitten de stagiairs en in dat grote kantoor zit de directeur.(In dit kleine kantoor zitten de stagiairs en in dat grote kantoor zit de directeur.)
-
Ik neem de appels van de markt en de peren uit de supermarkt.⇒ _______________________________________________ ExampleIk neem deze appels van de markt en die peren uit de supermarkt.(Ik neem deze appels van de markt en die peren uit de supermarkt.)
-
Kijk naar het formulier op tafel en naar het formulier in je tas.⇒ _______________________________________________ ExampleKijk naar dit formulier op tafel en naar dat in je tas.(Kijk naar dit formulier op tafel en naar dat in je tas.)
Wenden Sie diese Grammatik bei echten Gesprächen an!
Diese Grammatikübungen sind Teil unserer Konversationskurse. Finde einen Lehrer und übe dieses Thema in echten Gesprächen!
- Implementiert CEFR, DELE-Prüfung und Richtlinien des Cervantes-Instituts
- Unterstützt von der Universität Siegen
Geschrieben von
Dieser Inhalt wurde vom pädagogischen Team von coLanguage entworfen und überprüft. Über coLanguage