Beschreibe verschiedene Landschaften und Tiere.
Organisieren Sie eine Familienaktivität in einem Freizeitpark.
Erfahren Sie mehr über berühmte Zoos oder Wildgebiete in Ihrem Gastland
Wortschatz
Lerne die wichtigsten Wörter und Verben, die du für diese Lektion brauchst.
Kurzgeschichte: Beekse Bergen: Safari in den Niederlanden!
Je kunt straks wakker worden tussen wilde dieren.. Je ziet dromedarissen, zebra’s, neushoorns en leeuwen.. Het gebied wordt heel groot, ongeveer 42 voetbalvelden.. Er komen 425 huisjes, luxe safaritenten en boomhutten.. Je kunt ’s ochtends en ’s avonds dieren zien.. Stel je voor: ontbijten op het terrasje van je huisje en je kijkt uit over de leeuwen.. Op de plek van de bowlingbaan, komt een restaurant, zwembad en speeltuin.. Je bent niet in Afrika in de woestijn, je bent gewoon in Brabant. Maar de dieren zijn hier wel echt!. Er is een grote gracht tussen de huisjes en de dieren voor de veiligheid.. Want niemand wil filmpjes van kinderen tussen de leeuwen!
Grammatik: Unbestimmte Fürwörter (zoals iemand, niemand, alles)
Unbestimmte Fürwörter beziehen sich auf Personen oder Dinge wie iemand, niets, alle, ohne spezifisch zu sein.
Grammatik: Eigenständiger Gebrauch von Demonstrativpronomen
Demonstrativpronomen kannst du sowohl attributiv als auch substantivisch verwenden.
Übungen
Setze das Gelernte in die Praxis um.
Im Klassenzimmer
Sprechen
Übe das Sprechen mit deinem Lehrer!