Módulo 5 de nivel B1 de neerlandés: Household management (Household management)

Este es el módulo de aprendizaje 5 de 6 de nuestro programa de nivel B1 de neerlandés. Cada módulo de aprendizaje contiene de 6 a 8 capítulos.

Objetivos de aprendizaje:

  • Gestión familiar
  • Mantenimiento del hogar
  • Trámites domésticos más comunes

Lista de palabras (144)

Vocabulario básico (0):
Vocabulario contextual: 145

Neerlandés Español
Aandeel hebben in Tener participación en
Aarden naar Adaptarse a
Afbrengen van Disuadir de
Afnemen Disminuir / reducir
Afrekenen met Ajustar cuentas con / saldar con
Afvoeren Retirar
Behoren aan Pertenecer a
Behoren bij Pertenecer a
Beschuldigen van Acusar de
Betichten van Imputar por
Beveiligen tegen Proteger contra
Bezuinigen op Recortar en
Bijpassen Combinar
Bukken Agacharse
Contactloos Sin contacto
De Belastingdienst La Agencia Tributaria (Países Bajos)
De accijns El impuesto especial (accijns)
De alarmmelding La señal de alarma
De allesreiniger El limpiador multiusos
De belastingaanslag La liquidación trimestral / la notificación de impuestos
De beveiligingswachter El vigilante de seguridad
De bezem La escoba
De bijdrage La contribución
De btw El IVA
De conciërge El conserje
De dief El ladrón
De doek El paño
De dweil La fregona
De elektriciteitsrekening La factura de electricidad
De elektrische poort La puerta eléctrica
De erfenis La herencia
De financiële hulp La ayuda financiera
De gasrekening La factura del gas
De gezellige sfeer El ambiente acogedor
De huwelijksakte El acta de matrimonio
De hypotheek La hipoteca
De hypotheek betalen Pagar la hipoteca
De inwoner El residente
De klassieke stijl El estilo clásico
De ladekast La cómoda
De minimalistische stijl El estilo minimalista
De nationale ID-kaart El documento nacional de identidad
De notaris El notario
De nutsvoorziening El servicio público
De opzegtermijn El plazo de preaviso
De oudere La persona mayor
De plank La estantería
De psycholoog El psicólogo
De rommel El desorden
De rubberen handschoen El guante de goma
De rustieke stijl El estilo rústico
De schade Los daños
De scheiding El divorcio
De schoonmaakdienst El servicio de limpieza
De sensoren Los sensores
De sociale diensten Los servicios sociales
De thuiszorg La atención domiciliaria
De thuiszorgassistent El asistente de atención a domicilio
De toeslag La subvención / complemento
De uitgave El gasto
De valpreventie La prevención de caídas
De verhuisdoos La caja de mudanza
De verzorger El cuidador
De voogdij La tutela
De wanddecoratie La decoración de pared
De was ophangen Colgar la ropa
De waterrekening La factura del agua
De weduwnaar El viudo
De woningaanpassing La adaptación de la vivienda
De woonlasten Los gastos de vivienda
De woonverzekering El seguro de hogar
Defect zijn Estar defectuoso
Dienen tot Servir para
Dood Muerto
Een appartement bezichtigen Visitar un apartamento
Een noodoproep Una llamada de emergencia
Een rijhuis Una casa adosada
Functioneren Funcionar
Getrouwd Casado
Gewennen aan Acostumbrarse a
Grenzen aan Limitar con
Hangen (aan) Colgar (en)
Het apparaat El aparato
Het appartementencomplex El complejo de apartamentos
Het bed opmaken Hacer la cama
Het beveiligingssysteem El sistema de seguridad
Het gat El agujero
Het geregistreerd partnerschap La pareja de hecho registrada
Het gordijn La cortina
Het heteroseksuele huwelijk El matrimonio heterosexual
Het homoseksuele huwelijk El matrimonio homosexual
Het huurcontract El contrato de alquiler
Het interieur El interior
Het kussen El cojín
Het lichte appartement El apartamento luminoso
Het miljoen El millón
Het nachtkastje La mesita de noche
Het rekeningnummer El número de cuenta
Het tapijt La alfombra
Het uurtarief La tarifa por hora
Het verleden El pasado
Het verzorgingshuis La residencia de ancianos
Het visum El visado
Het vuilnis buitenzetten Sacar la basura
Houten meubels Muebles de madera
In de buitenwijken wonen Vivir en las afueras
Kapot zijn Estar roto
Lenen aan Prestar a
Lijken op Parecerse a
Netjes Ordenado
Ontgroeien aan Superar (dejar atrás) — mantener la expresión como verbo compuesto: ontgroeien aan → dejar de necesitar/crecer fuera de (contexto)
Ontsnappen aan Escapar de
Opgroeien Crecer
Ordenen op Ordenar por
Overhouden Quedarse con
Passen bij Ir acorde con
Rijk Rico
Ruiken Oler
Scheiden van Separarse de / divorciarse de
Schelen in Importar en / marcar la diferencia en
Schrikken van Asustarse por
Stofzuigen Aspirar
Trouwen met Casarse con
Uitkijken op Dar a / Tener vistas a
Uitkijken voor Tener cuidado con
Van adres veranderen Cambiar de dirección
Verdenken van Sospechar de
Verhuizen naar Mudarse a
Verlof voor familiezaken Permiso por asuntos familiares
Vertrouwen op Confiar en
Voorafgaan aan Anticipar a
Voorzien van Provisto de
Vrijspreken van Declarar inocente de
Vrijwilligerswerk doen Hacer trabajo voluntario
Waarschuwen voor Advertir sobre
Waken over Vigilar a
Wettelijk samenwonen Cohabitación legal / convivencia legal
Wijzen naar Señalar hacia
Zich hoeden voor Cuidarse de
Zich ontfermen over Encargarse de
Zich scheiden Divorciarse
Zich uitgeven voor Hacerse pasar por
Zich verkijken op Equivocarse acerca de
Zorgen voor Cuidar de