In deze les leer je de onvoltooid verleden tijd van zwakke werkwoorden zoals 'werken' (werkte), 'voelen' (voelde), 'wachten' (wachtte) en 'openen' (opende). Je oefent hoe je de stam correct combineert met de uitgangen '-te(n)' en '-de(n)' voor enkelvoud en meervoud.
- Usi il onvoltooid verleden tijd per descrivere qualcosa
- De onvoltooid verleden tijd usi per azioni che si sono svolte una subito dopo l'altra.
- Usi il onvoltooid verleden tijd quando qualcosa accadeva spesso in precedenza o era un'abitudine.
- Finisce il tema con softketchup? Aggiungi -te(n).
- Nessun softketchup? Aggiungi -de(n).
- Singolare = -te o -de
- Il plurale è -ten o -den.
Werken (lavorare) | Voelen (sentire) | Wachten (aspettare) | Openen (aprire) | |
---|---|---|---|---|
ik | werkte | voelde | wachtte | opende |
jij, je | werkte | voelde | wachtte | opende |
hij, zij, het | werkte | voelde | wachtte | opende |
wij, we | werkten | voelden | wachtten | openden |
jullie | werkten | voelden | wachtten | openden |
zij, ze | werkten | voelden | wachtten | openden |
Esercizio 1: Onvoltooid verleden tijd: zwakke werkwoorden
Istruzione: Inserisci la parola corretta.
wandelde, huurden, maakte, bevestigde, probeerde, meldde, leerde, wachtte
Esercizio 2: Scelta multipla
Istruzione: Scegli la frase corretta al passato prossimo dei verbi deboli. Fai attenzione alla radice e alla desinenza corretta (-te/-ten o -de/-den) per singolare e plurale.