A2.9.2 - Imparfait : verbes faibles
Onvoltooid verleden tijd: zwakke werkwoorden
De onvoltooid verleden tijd vormt men door de stam te combineren met -te(n) of -de(n), zoals 'werkte', 'maakte'.
(Le onvoltooid verleden tijd se forme en combinant la racine avec -te(n) ou -de(n), comme 'werkte', 'maakte'.)
- Tu utilises le onvoltooid verleden tijd pour décrire quelque chose
- Le onvoltooid verleden tijd est utilisé pour des actions qui se sont déroulées l'une après l'autre.
- Tu utilises le onvoltooid verleden tijd quand quelque chose se produisait souvent dans le passé ou quand c’était une habitude.
- Le radical se termine-t-il par softketchup ? Ajoutez -te(n).
- Pas de softketchup ? Ajoutez -de(n).
- Singulier = -te ou -de
- Le pluriel se forme en général avec -ten ou -den.
| Werken (Travailler) | Voelen (Sentir) | Wachten (Attendre) | Openen (Ouvrir) | |
|---|---|---|---|---|
| ik | werkte | voelde | wachtte | opende |
| jij, je | werkte | voelde | wachtte | opende |
| hij, zij, het | werkte | voelde | wachtte | opende |
| wij, we | werkten | voelden | wachtten | openden |
| jullie | werkten | voelden | wachtten | openden |
| zij, ze | werkten | voelden | wachtten | openden |
Exercice 1: Imparfait : verbes faibles
Instruction: Remplissez le mot correct.
wandelde, huurden, maakte, bevestigde, probeerde, meldde, leerde, wachtte
Exercice 2: Choix multiple
Instruction: Choisissez la phrase correcte au passé simple des verbes faibles. Faites bien attention à la racine et à la terminaison correcte (-te/-ten ou -de/-den) pour le singulier et le pluriel.
Exercice 3: Réécrivez les phrases
Instruction: Réécrivez les phrases à l’imparfait (temps passé) du verbe principal.
-
Ik werk elke dag tot zes uur.⇒ _______________________________________________ ExampleIk werkte elke dag tot zes uur.(Ik werkte elke dag tot zes uur.)
-
⇒ _______________________________________________ ExampleWij voelden ons gisteren erg moe.(Wij voelden ons gisteren erg moe.)
-
Hij wacht lang bij de balie van de gemeente.⇒ _______________________________________________ ExampleHij wachtte lang bij de balie van de gemeente.(Hij wachtte lang bij de balie van de gemeente.)
-
De vrouw opent de brief van de Belastingdienst.⇒ _______________________________________________ ExampleDe vrouw opende de brief van de Belastingdienst.(De vrouw opende de brief van de Belastingdienst.)
-
⇒ _______________________________________________ ExampleJullie werkten vroeger vaak thuis.(Jullie werkten vroeger vaak thuis.)
-
Zij wachten op een afspraak bij de bank.⇒ _______________________________________________ ExampleZij wachtten op een afspraak bij de bank.(Zij wachtten op een afspraak bij de bank.)
Appliquez cette grammaire lors de conversations réelles !
Ces exercices de grammaire font partie de nos cours de conversation. Trouvez un enseignant et pratiquez ce sujet lors de conversations réelles !
- Met en œuvre le CECR, l'examen DELE et les directives de Cervantes
- Soutenu par l'université de Siegen
écrit par
Ce contenu a été conçu et révisé par l'équipe pédagogique de coLanguage. À propos de coLanguage