De onvoltooid verleden tijd vormt men door de stam te combineren met -te(n) of -de(n), zoals 'werkte', 'maakte'.
- De onvoltooid verleden tijd gebruik je om iets te beschrijven
- De onvoltooid verleden tijd gebruik je voor handelingen die vlak na elkaar hebben plaatsgevonden.
- De onvoltooid verleden tijd gebruik je als iets vroeger vaak gebeurde of een gewoonte was.
- Eindigt stam op softketchup? Voeg -te(n) toe.
- Geen softketchup? Voeg -de(n) toe.
- Enkelvoud = -te of -de
- Meervoud = -ten of -den.
| Werken | Voelen | Wachten | Openen | |
|---|---|---|---|---|
| ik | werkte | voelde | wachtte | opende |
| jij, je | werkte | voelde | wachtte | opende |
| hij, zij, het | werkte | voelde | wachtte | opende |
| wij, we | werkten | voelden | wachtten | openden |
| jullie | werkten | voelden | wachtten | openden |
| zij, ze | werkten | voelden | wachtten | openden |
Oefening 1: Meerkeuze
Instructie: Kies het juiste antwoord
1. Vorige week ___ ik de hele dag aan uw aanvraag voor de werkvergunning.
2. Toen ik vorig jaar werkloos was, ___ ik elke maand op een brief van de sociale dienst.
3. Wij ___ destijds veel druk, omdat we elke dag tientallen nieuwe documenten moesten verwerken.
4. Bij mijn eerste inschrijving in Nederland ___ de ambtenaar rustig al mijn documenten en controleerde alles stap voor stap.
Oefening 2: Meerkeuze
Instructie: Kies de juiste zin in de onvoltooid verleden tijd van zwakke werkwoorden. Let goed op de stam en de juiste uitgang (-te/-ten of -de/-den) voor enkelvoud en meervoud.
Oefening 3: Herschrijf de zinnen
Instructie: Herschrijf de zinnen in de onvoltooid verleden tijd (verleden tijd) van het hoofdwerkwoord.
-
Ik werk elke dag tot zes uur.
-
Hij wacht lang bij de balie van de gemeente.⇒ _______________________________________________ ExampleHij wachtte lang bij de balie van de gemeente.
-
De vrouw opent de brief van de Belastingdienst.⇒ _______________________________________________ ExampleDe vrouw opende de brief van de Belastingdienst.
Oefening 4: Grammatica in actie
Instructie: Vertel om de beurt wat je toen deed en stel een vervolgvraag.
- Hoe schreef jij je vroeger in bij het stadhuis voor werk of uitkering?
- Wat gebeurde er toen je een werkvergunning of verzekering aanvroeg? Vertel stap voor stap wat je deed.','Wat vond je vroeger moeilijk aan afspraken met ambtenaren en het papierwerk? Geef voorbeelden.
- Ik wachtte lang bij het stadhuis.
- Wij vulden veel documenten in voor de inschrijving.
- Ik vroeg de werkvergunning en verzekering aan.
- Ik werkte… / Wij werkten…
- Ik voelde me… / Wij voelden ons…
- Ik wachtte… / Wij wachtten…