Gebruik de bijgevoegde video om je dag te beginnen en herken de woorden: rustig, gestrest, adem in, adem uit, ontspanning, voelen, loslaten.
Usa il video allegato per iniziare la tua giornata e riconosci le parole: tranquillo, stressato, inspira, espira, rilassamento, sentire, lasciar andare.

Reflectie in een dagboek over de dagelijkse werksleur. Tijd om te veranderen?

1. Elke ochtend begin ik rustig met mediteren. (Ogni mattina inizio tranquillamente con la meditazione.) Mostra
2. Ik probeer rustig te worden, maar mijn gedachten gaan door. (Cerco di rilassarmi, ma i miei pensieri continuano.) Mostra
3. Na het mediteren voel ik me nog steeds moe. (Dopo la meditazione mi sento ancora stanco.) Mostra
4. Ik fiets naar mijn werk en als ik aankom, ben ik vaak bezweet. (Vado in bicicletta al lavoro e quando arrivo, spesso sono sudato.) Mostra
5. Op mijn werk zit ik veel, en mijn rug doet steeds meer pijn. (Al lavoro sto molto seduto e la mia schiena fa sempre più male.) Mostra
6. Tegen de middag heb ik vaak honger en dorst, maar ik eet snel door om door te gaan. (Verso mezzogiorno ho spesso fame e sete, ma mangio velocemente per continuare.) Mostra
7. Thuis probeer ik te ontspannen, maar mijn hoofd blijft vol met zorgen. (A casa cerco di rilassarmi, ma la mia mente è ancora piena di preoccupazioni.) Mostra
8. Ik rust even op de bank, maar ik voel me toch erg moe. (Mi riposo un po' sul divano, ma mi sento comunque molto stanco.) Mostra
9. Ik wil niet elke dag pijn en stress ervaren. (Non voglio provare dolore e stress ogni giorno.) Mostra
10. Ik voel me al lang niet meer fit en energiek. (Non mi sento più in forma ed energico da molto tempo.) Mostra
11. Misschien moet ik denken aan ander werk. (Forse dovrei pensare a un altro lavoro.) Mostra

Esercizio 1: Domande di discussione

Istruzione: Discutete le domande dopo aver ascoltato l'audio o letto il testo.

  1. Waarom wil de persoon veranderen van werk?
  2. Perché la persona vuole cambiare lavoro?
  3. Wat raad je aan? Blijven of veranderen?
  4. Cosa consigli? Restare o cambiare?
  5. Hoe is jouw werkdruk?
  6. Com'è il tuo carico di lavoro?
  7. Heb jij voldoende beweging en sport?
  8. Fai abbastanza movimento e sport?